Kan het christendom in Europa nog overleven ?
              


 

MENU

Lezing door drs Stefan van Wersch op 8 juni 2002 voor "Bijbel of New Age?"
 

Ik wil met u gaan kijken naar het volgende: waar staan wij nu als westerse cultuur in spiritueel en ideologisch opzicht? Wat is het krachtenveld waar wij als sterk gemarginaliseerde christenen in werken, en wat kunnen wij voor de komende tijd aan ontwikkelingen verwachten. Vergeten we niet dat de geschiedenis tenslotte vooral een gevecht van ideeën is.

Zo’n 12 jaar geleden verscheen mijn boek over de gnostisch-occulte vloedgolf. En dat boek had ook heel sterk die vraag als thema. Eén van de constateringen van toen was dat marxisme in wezen wortelt in gnostiek, in het gedachtengoed van o.a. Jacob Boehme, dat Marx bereikte via Hegel. Marxisme, zo stelde ik toen, is eigenlijk geseculariseerde Gnostiek: niet de geest is de motor achter het al, maar de materie. Maar over marxisme of communisme hoeven we nu niet meer te praten, dat is geen grote speler meer in het ideologische krachtenspel.

Paradigma-verandering.

Het lijkt er op dat wij ons thans bevinden in een periode van transformatie. In korte tijd verandert het denken, komen heel veel nieuwe ideeën naar voren. In de wetenschaps-filosofie spreken we dan over een paradigma-verschuiving. Het is wel aardig die term ook te gebruiken t.a.v. ideeëngeschiedenis. Onderstromen in de cultuur worden bovenstromen, nieuwe dingen worden denkbaar, zichtbaar; zegbaar, je voelt overal hoe het broeit en borrelt.

Je hebt dat soort paradigma-verschuivingen in het groot en in het klein. De laatste grote was die van de verlichting, in het midden van de 18-de eeuw. In het kader van ons thema was het belangrijkste kenmerk van die omslag dat het ondenkbare denkbaar werd, namelijk een wereld zonder God. Vóór die tijd was zo'n gedachte ondenkbaar, maar dan gebeurt er iets, en er ontstaat een verandering in het denken, allereerst bij de smaakmakende elite van de samenleving. Die gedachte sijpelt dan langzaam door naar beneden, wordt als het ware gedemocratiseerd. Wat wij in ruim 2 eeuwen na de opkomst van het verlichtings-denken hebben gezien, is de uitwerking van die gedachte van een leven zonder God tot alle terreinen van de samenleving en cultuur.

Er zijn ook kleinere paradigma-verschuivingen, zoals b.v. die van de revolutie van de jaren 60 (die zich overigens afspeelde binnen de grotere paradigmaverschuiving van de verlichting).

Kernwoorden van deze paradigmaverschuiving: verlinksing (links is goed en rechts is slecht: dat is er ingestampt), maakbare samenleving, seksuele revolutie, gnosticisme (maar nog steeds vooral als een counterculture), secularisering en trouwens ook puberalisering. Ook hier werden onderstromen in een kort tijdsbestek mainstream, waarna de nieuwe ideeën het gedachtengoed van 1 tot 2 generaties gingen bepalen. Wie in de jaren 50 zou hebben gezegd dat 10 tot 20 jaar later seks vóór het huwelijk de bon ton zou worden, en dat seksuale deviaties niet alleen getolereerd zouden worden maar welhaast opgelegd, die zou hard zijn uitgelachen. Maar zo werkt een culturele paradigmaverschuiving.

Wat betreft de andere elementen van deze kleine paradigma-omslag. Al sinds de tijd van de romantiek (eind 18-de eeuw) was de gnostiek overal in Europa als onderstroom aan het borrelen. In de jaren 60 kwam deze onderstroom in een stroomversnelling: echt mainstream werd het gnosticisme niet maar dat was niet nodig om belangrijk te zijn: tenslotte gold counter-culture in jaren 60 en 70 als een soort romantische geuzentitel. Eén van de veranderingen van de huidige paradigma-verandering zou kunnen zijn dat het gnostisch denken een echte bovenstroom gaat worden, mainstream wordt. It seems to be in the air everywhere. Maar het is nog te vroeg om dat met voldoende zekerheid te kunnen zeggen.

Ik benadruk ook altijd puberalisering als een kenmerk van het erfgoed van de jaren 60-70. Volwassenheid gold niet meer iets goeds, het werd niet meer gewaardeerd, zelfs niet meer herkend.

Eén manier om dat te laten zien is aan de hand van foto’s van onze grootvaders: bij hun eindexamen zagen zij er uit als heren van 30. Want er ouder uitzien, er als volwassene uitzien, dat was iets nastrevenswaardig. Nu proberen de vijftigers er uit te zien als 18-jarigen, want ouder worden is een soort drama geworden. Het begon met het woord ludiek in de jaren 60. Dezelfde generatie heeft het begrip oudere jongere bedacht: dat reikt zelfs tot 39, begrijp ik. Belachelijk: vanaf 25 moet je geen jongere meer willen zijn. Het effect is dat werkelijke volwassenheid ontlopen wordt, met alles wat daarbij hoort: verantwoordelijk gedrag, commitments, verminderde egocentrie, aandacht voor de mooie kanten van ouder-worden, anti-slachtoffergedrag, niet zozeer aardig gevonden willen worden maar voor iets staan. Dat irriteerde mij eigenlijk vooral in Monicagate: in de media ging er vooral over dat Clinton toch gewoon het recht had te doen wat hij deed. De stuitende onvolwassenheid van het geheel werd nauwelijks herkend.

Tussen Moderniteit en Postmoderniteit

Het ziet er nu naar uit dat wij weer toe zijn aan een paradigma-verschuiving. Het ideeengoed van de generatie van de jaren 60 heeft een tik gehad. Nu is de vraag: hoeveel blijft overeind, hoeveel verandert er, en wat gaat het nieuwe paradigma worden.

Doet het er veel toe? Ja, paradigma-veranderingen zijn cruciaal omdat ze de toon zetten voor minstens 1 of 2 volgende generaties. Als je er op tijd bij kunt zijn, als je daar invloed op kunt uitoefenen, dan moet je dat proberen. Dat is niet gemakkelijk voor de enkeling om te doen, maar het is het proberen waard. Als de regentenklasse van de jaren 60 en 70 zich beter verweerd zou hebben tegen de jongeren cultuur van die dagen, dan hadden de zaken anders kunnen lopen. Maar men heeft zich ogenblikkelijk gebogen vóór en aangepast aan de alternatieve gedachten van die tijd.

Voor het moment lijkt vooral één element van het oude paradigma gesneuveld, nl. het opgelegde pandoer dat een multiculturele samenleving iets heel moois is. Maar er lijkt een breder ongenoegen te zijn over het oude paradigma en de generatie die er voor staat.

In dit bestek wil ik vooral ingaan op een paar vragen. Hoe staat het eigenlijk met de moderniteit, zeg maar het verlichtingsgoed? Zijn we intussen werkelijk postmodern, en gaan we nu nog postmoderner worden.? Hoe gaat het verder met het gnosticisme, dat sinds de jaren 60 als een soort gunstig beoordeelde tegencultuur heeft bestaan? En wat valt er te zeggen over die religieuze nieuwkomer in Europa, de islam? En tenslotte: kan het christendom in Europa dit krachtenveld nog wel overleven?

De Moderniteit

Laten we eens kijken naar moderniteit en daarna postmoderniteit.

Moderniteit is het geheel van ideeën, die gebaseerd zijn op de verlichting, op het rationalisme, en op de Franse revolutie met zijn vooruitgangsgeloof. Sinds een 10-tal jaren noemen wij onze samenleving postmodern maar dat is wat vreemd, wat voorbarig. Moderniteit en verlichting waren de termen die het paarse kabinet bij al haar wetgeving heeft gebruikt: bij euthanasie, bij het homo-huwelijk, enz.

De ideeën van de verlichting gelden dus nog steeds als uitermate superieur. Christenen worden in dit denken op één hoop gegooid met de moslims en met iedereen die theïstische gedachten heeft. Zij zijn de achterlijken die het denken van de verlichting over een wereld zonder God, maar met volledige menselijke autonomie, nog steeds niet willen aannemen en niet verwerkt hebben. Dat blijft de toonzetting, en daarom is het te makkelijk om te zeggen dat de moderniteit is overgegaan in de postmoderniteit.

Neem een ander voorbeeld, de discussie in de laatste maanden over de islam. Wat is het voornaamste argument van de smaakmakende media? Met de islam gaat het niet goed omdat de moderniteit aan hen is voorbijgegaan. De verlichting en de Franse revolutie hebben bij de islam geen sporen nagelaten en daarom gaat het niet goed met hen. Al zijn we zogenaamd postmodern, al hebben we officieel afscheid genomen van het vooruitgangsgeloof en de ideologieën van de moderniteit, toch is op het beslissende moment de moderniteit weer de maatstaf voor alles.

Islam en Moderniteit.

Of deze verklaring klopt voor de islam, lijkt me overigens te simplistisch. De moderniteit is ook voorbijgegaan aan het hindoeïsme en het boeddhisme. Maar zij gooien het WTC in New York niet plat. De problemen, die bij de islam spelen, zijn met name verbonden met de inhoud van zijn leer. Niet dat de islam leert dat je met vliegtuigen tegen wolkenkrabbers moet vliegen. Maar er zit een tendens in die religie die het niet kan verdragen dat een samenleving, die in islamitische ogen joods-christelijk is, zo succesvol is en de wereld leidt. De islam denkt namelijk in termen waarin islam de laatste fase is, de vervulling van judaïsme en christendom. Die religies worden gezien als nogal achterlijk.

Volgens de koran bestaan er feitelijk maar 4 groepen mensen:

* je hebt ongelovigen;

* je hebt joden;

* je hebt christenen;

* en je hebt moslims.

Binnen de islamitische samenleving hebben joden en christenen een aparte status, maar dat is die van een achterhaalde, achterlijke religie. Ze hebben een soort gedoog-status, die vooral neerkomt op het recht om uit te sterven. De Islam is echter de victorieuze vervulling van alle beloften, de eindfase van de geschiedenis. De islam moet succesvol zijn, niet de (in hun ogen) christelijke wereld.

Hindoes en boeddhisten denken zo niet, omdat joden en christenen helemaal niet in hun leefwereld voorkomen. Maar moslims levert dit denken een volledig verwrongen relatie met het westen op: hoe is het mogelijk dat het westen zo succesvol is, en de islam zo achterligt? Complottheorieën, jaloezie, haat en een religieus superioriteitscomplex zijn hun middelen om die spanning te kanaliseren. Kortom, met moderniteit heeft de moslim-haat voor het westen niet zo heel veel te maken, maar onze columnisten willen dat niet zien, die kunnen alleen denken in hun eigen categorieën.

Het falen van links.

Terug naar de nog altijd als door de media gebruikte graadmeter van alles, de moderniteit. Alle feilen van het christendom worden breed uitgemeten, maar die van de moderniteit blijven sterk onderbelicht.

Neem één van de loten van de moderniteit, het marxisme dat wortelde in romantiek en verlichting tegelijk. De generatie van de jaren 60 verkocht zich aan de marxistische utopie van de maakbare samenleving, en daar zijn we 30 jaar mee bezig geweest. Het is een concept dat volledig wortelde in de verlichting, op het idee dat er een blauwdruk is waarmee je de ideale maatschappij kunt creëren. Dat idee heeft tot mateloze ellende geleid, die miljoenen doden, de hele Goelag, en dat was ook één van de vruchten van het verlichtings-denken. Maar daarover mag je niet praten. Integendeel. De verlichte media neurieën nu constant het thema dat alle ellende in de geschiedenis door religie veroorzaakt is, door fundamentalisten (waarmee
langzamerhand elke gelovige wordt beschreven) . Maar het zijn de verlichtings-ideologiën geweest die meer doden hebben gemaakt in 1 eeuw dan andere stromingen in alle eeuwen daarvoor!
Dat wordt allemaal genegeerd, overgeslagen. Want de truc is nu om de verlichting te reduceren tot een mild soort liberalisme. Het verlichtings-denken is echter een heleboel meer, en er is heel veel meer gebeurd in naam van de verlichting.

Waaraan is het marxisme ten onder gegaan? Waaraan gaat in deze tijd links ten onder? In het narcistische zelfbeeld van links is dit aan het gevolg van doorgeschoten idealisme. Maar de werkelijke reden is hun fundamenteel verkeerd mensbeeld en hun fundamenteel verkeerd maatschappijbeeld. Links is aan de werkelijke doordenking van het eigen falen echter nooit toegekomen. Die discussie is maar mondjesmaat gevoerd.

Christendom en Moderniteit.

Als christenen moeten we echter hier ook kijken naar ons eigen fouten.

Wij hebben in de 19e en 20e eeuw te lang gevochten tegen de goede aspecten van de moderniteit, zoals democratische principes, mensenrechten etc. Maar waar het verhaal heel oneerlijk wordt, is de bewering dat wij als reactionairen altijd alleen maar verkrampt tegen die verlichtingsideeën zijn geweest. Er waren heel goede redenen om te schiften. Redenen waarvan de juistheid nu nog duidelijker is dan vroeger.

Natuurlijk zijn er altijd en overal van die aartsconservatieven geweest, troon en altaar-conservatieven, die alles van de Franse revolutie afwezen. Maar het overgrote deel van de christenheid is al direct begonnen met de verwerking van de moderniteit (die trouwens voor een belangrijk deel een product was van het christendom) in een moeizaam proces van schifting om te bepalen wat in de moderniteit wel en wat niet aanvaardbaar was.

En er waren genoeg redenen om wantrouwig te zijn. Want om plotseling alleen maar te denken in termen van de rechten van mensen, en niet in termen van plichten, dat was heel lastig voor christenen. Zij hadden er altijd een manier van denken op na gehouden waarin je op de eerste plaats aan de verplichtingen van mensen dacht, en dan pas over rechten. En het is nog altijd terecht om naar een balans te zoeken, en niet alleen over rechten te spreken en van alles tot recht uit te roepen. Het leidt tot een samenleving zonder burgerzin. Beroep op een mensenrecht kan verworden tot slachtoffergedrag. Dat is in feite ook het punt waar we nu in onze cultuur staan. Mensen willen ook weer praten over plichten. Plicht tot integratie bijvoorbeeld.

Niettemin: er zitten hele goede dingen in het realiseren van mensenrechten, en daar hebben veel christenen te lang geaarzeld, te lang geworsteld met de ideeën van de verlichting.

Een ander punt. Waar de christenen in de 19e eeuw allereerst naar keken was de moraal. Dat speelde bijvoorbeeld een rol bij het bepalen van een houding ten aanzien van democratie. Christenen dachten in termen van goed en kwaad, en hadden problemen met de gedachte dat goed en kwaad bepaald zouden worden door een meerderheid van de helft plus één. Het punt is natuurlijk dat voor een heleboel zaken een besluit op basis van 50 plus 1 wél op gaat, en daar zijn we als christenen ook op uit gekomen. We weten nu dat daar een heleboel goeds in zit, maar die zoektocht heeft tijd gekost. Het is echter flauw van onze tegenstanders om het feit, dat wij daar tijd voor nodig hebben gehad, ons nu steeds voor te houden. Er waren goede redenen om dit te doordenken, en die zijn er nog steeds. Ja, democratie is goed, maar wat mij betreft geldt voor kernvragen nog steeds dat 50 plus 1 niet voldoet. Links zelf vindt dat gek genoeg ook. In hun ogen geldt dat wel voor mensenrechten, maar als christenen zeggen dat dat ook het geval is bij zaken als abortus, euthanasie en huwelijk, dan worden we weer afgeschilderd als verkrampte fundi’s uit de middeleeuwen.

Dan is er nog zo’n aberratie van de moderniteit, de feitelijke reden van haar ondergang. Een punt waarop christenen eigenlijk volledig gelijk hebben gekregen. Dat is het feit dat wij altijd hebben gewezen op de erfzonde, of hoe je dit ook wil aanduiden. Het hele idee van de verlichting kwam voort uit de gedachte dat de mens van nature goed zou zijn. De mens zou daarom via het individualisme of via het collectief van het socialisme de ideale maatschappij zou kunnen bereiken. En dat allemaal zonder God, op eigen kracht. Dat idee hebben christenen nooit omarmd omdat het onjuist is. De erfzonde is een gegeven dat zijn kop keer op keer weer opsteekt, bij elke mens en elke generatie. De mens is juist eerder geneigd om kwaaie dingen te doen, hij is zwak en onvolmaakt, naast overigens zijn vele goede zijden en mogelijkheden. Dat is de hoofdreden waarom de maakbare samenleving zo’n een treurig misverstand is gebleken. Je denkt iets goeds te doen, je rekent op een goede uitwerking ervan, maar het pakt heel anders uit: mensen zijn te grillig en onvolmaakt voor dat soort planning. Een aardig voorbeeld is de wijze waarop met name de moderniteit omgegaan is met het thema bevolkingsgroei. De Club van Rome heeft ons indertijd de meest vreselijke scenario’s voorgehouden. Nu, nog maar 30 jaar later, zitten we echter met het probleem dat in Europa onderbevolking dreigt. De dingen veranderen voortdurend: een generatie verder zien de problemen er opeens heel anders uit. En we dachten nog wel dat we het allemaal onder controle hadden.

Conclusie: De moderniteit is niet voorbij: zijn pretenties zijn nog volop aanwezig. En als Christenen doen wij er verstandig aan om daarme rekening te houden.

We moeten ons het gedachtengoed van de verlichting helder voor ogen blijven houden, omdat de confrontatie ermee doorgaat. Zo’n confrontatie is o.a. belangrijk omdat we met links, met het verlichtingsdenken in het algemeen, eindelijk eens echt moeten afrekenen. Degenen, die in de dertiger en veertiger jaren fout waren, zijn terecht met hun neus op de feiten geduwd, op de redenen van hun ideologisch ongelijk. Maar dat de hele generatie van de jaren 60 en 70 heeft niet of nauwelijks verantwoording afgelegd. Ze zijn gewoon allemaal naar een milder soort liberalisme of socialisme overgegleden, en doen net alsof dat het ideaal is waar ze altijd voor hebben gestaan. Paul Rosenmoller zat in de jaren 70 bij een partij die meende dat Pol Pot in Cambodja de ideale samenleving aan het opbouwen was; hij ging in Albanie kijken hoe het paradijs er uit zag. Daarop is hij nooit afgerekend. En het gaat mij nu niet om personen, maar er is nooit echt cultureel verwerkt wat er rond de moderniteit is vastgelopen, en wat misschien gedeeltelijk is overgegaan in Post-Moderniteit. Als je de mensen vraagt: Wat is er met het Marxisme fout gegaan, dan zeggen ze: dat was doorgeschoten idealisme, sorry. Nee dus! De ware reden is zoals gezegd: een verkeerd mensbeeld, een verkeerd maatschappijbeeld, utopisme, daar is het op stukgelopen.

Als je niet cultureel verwerkt waarom iets is fout gegaan, als je dat niet intellectueel verwerkt, dan schiet je niet op, dan kom je geen stap verder.

Postmoderniteit

Maar zeker: het feit dat een groot aantal linkse politici en organisaties hun denkbeelden over de maakbare samenleving in alle stilte hebben bijgesteld, laat zien dat er toch wel echt iets veranderd is. Er is in de laatste 15 jaar sprake geweest van ont-ideologisering, beeindiging van de felle rechts-links polarisatie, al doet links nog altijd, maar toch net iets minder, alsof het superieur is. Mensen leven nu meer langs elkaar heen, opvattingen bestaan schijnbaar naast elkaar zonder veel confrontatie. Men noemt dat de postmoderniteit, een einde van verlichtingsideeën over een maakbare samenleving en progressiviteit.

Zoals ik echter mijn twijfels heb of de moderniteit echt is afgelopen - zie boven - zo twijfel ik ook of we werkelijk met zijn allen postmodern zijn geworden. En ik denk dat christenen beter dan wie ook weten uit ervaring dat het niet zo is, dat nu opeens verschillende waarheden worden geaccepteerd.

Ik zie veeleer dit. Iedereen, die zich binnen de groep bevindt die zegt er is geen waarheid, die wordt getolereerd, zeker. Maar diegenen die zeggen, prima dat er vrijheid is van meningsuiting en geloof, maar dat betekent nog niet dat de waarheid niet bestaat, die wordt via allerlei verborgen en niet zo verborgen codes uitermate intolerant bejegend. Dat is wat je voelt. Als je dan over postmoderniteit wilt spreken, dan moet je zeggen: Dat hele mooie verhaal heeft zijn duidelijke grenzen op het moment dat je zegt: waarheid bestaat wel!

Deze houding lijkt trouwens een beetje op de manier waarop in islamitische landen de christenen worden behandeld. Moslims zullen altijd zeggen: wij zijn tolerant. Maar de christenen weten dat die tolerantie is gebaseerd op een gevoel van superioriteit. In de ogen van veel moslims is het eerder zo: christenen mogen bestaan in de islamitische wereld omdat de moslims zo goed zijn om ook achterlijke ideeën te gedogen. En dat is in feite dezelfde manier waarop christenen behandeld worden door het merendeel van de samenleving, door de aanhangers van de verlichting en de moderniteit. Mevrouw Borst praat met mooie, tolerante woorden, maar uit haar hele houding blijkt een diepe minachting jegens iedereen die zegt: Waarheid bestaat echt en er zijn normen die niet te overschrijden zijn.

Als je dat zegt, dan gaat er opeens een heleboel venijn meespelen. Alle media staan nog steeds volledig in het teken van die houding. Dat is nog steeds een groep, die naar dezelfde opleidingen voor journalistiek gaat, waar ze dezelfde verlichtingsideeën ingehamerd krijgen, inclusief de minachting voor mensen die gelovig zijn. Het is voor christenen zo goed als onmogelijk om voor een positief beeld over zichzelf in de media ruimte te krijgen.

Wat zullen we dan nu gaan krijgen?

Vraag is dus: is de postmoderniteit wel werkelijk zo anders? Ik kan het ook nog eens langs een andere weg behandelen. Naar mijn gevoel zou één van de gevolgen van de paradigmaverschuiving kunnen zijn, dat we een feitelijke gnosticering van een groot deel van de cultuur gaan zien. Eén en ander zal voorgesteld worden als ont-ideologisering - postmodern dus - omdat Gnostiek zo individualistisch is. In jezelf het goddelijke ontdekken en kosmische ervaringen opdoen. Maar Gnosis is wel degelijk een gigantische ideologie, die eigenlijk zegt: Alles is één. En wee degene die zegt dat niet alles één is!

Christenen zeggen echter: niet alles is één. Er zijn scheidingen te maken. Schepper en schepsel zijn niet één. Goed en kwaad zijn niet één. Maar er gaat een enorme dwingende kracht uit van de opvatting dat alles één is, en wee degene die daaraan twijfelt!  En dat is ook een ideologie. Maar dat gaat nu meer verhuld worden, en dat noemen we dan postmodern. Zoals je je als christen wel moet afvragen: is het denken van de moderniteit nu wel verleden tijd, zo geldt ten aanzien van de postmoderniteit: is die wel werkelijk gekomen? Wordt elke opvatting wel getolereerd?

Wat eraan lijkt te komen is overigens een mildere vorm van Gnostiek. Die begint gemeengoed te worden. Toen ik mijn boek schreef over de Gnostisch-occulte vloedgolf zag ik nog vaak echt gekke vormen van Gnostiek in diverse kleine groepjes. Dat had allemaal een beetje het karakter van een tegen-cultuur. Maar al dat gedoe is nu gemeengoed aan het worden. Een voorbeeld. Veel mensen waren 10, 20 jaar geleden tegen elke vorm van religie: allemaal flauwekul. Nu zeggen diezelfde mensen, en ik merk het in mijn omgeving: ja, er zit toch wel wat in, ik geloof wel in iets. Ze gebruiken semi-religieus taalgebruik, zoiets als: er zit bij iedereen wel wat van een hogere waarheid. Maar ze brengen in feite alles onder de gnostische noemer van alles is één want in alles zit het goddelijke. Reïncarnatiegeloof is normaal geworden. Ook dat is een uiting van de gnosticering van de cultuur. Reïncarnatie is nauw verbonden met twee gedachten: dat kwaad relatief en noodzakelijk is. Relatief omdat je door karma (genen heeft het nu natuurlijk ook) geen echt morele keuzes kunt maken. Noodzakelijk, omdat het een fase is waar je doorheen moet om bij iets beters uit te komen. De Gnostiek ziet goed en kwaad in termen van these en antithese, om daardoor te komen tot een volgende synthese. De antithese is dus een fase naar het hogere, geen werkelijk kwaad, een gebrek aan hogere kennis. In het Christendom is het precies andersom: het kwaad is niet noodzakelijk en is absoluut. Dat wil zeggen: het hoeft er niet te zijn, en het mag er niet zijn. Het kwaad ontstaat door een kwade keuze van de mens. Daarom is het kwaad absoluut, het is niet een overgangsvorm naar iets beters, of een gebrek aan kennis, of een schaduw.

De gnostici zeggen vaak vriendelijker dingen over het christendom dan de modernen, maar dan bedoelen ze wel de gnostische bewerking ervan. Deze ideeën sluipen op dit moment overal in, ook waar je ze niet verwacht, maar in een soort milde vorm, geen uitgewerkte gnostiek maar gnosticerend gedachtengoed. Een soort softe gnostiek.

Gnostiek als ultieme tegenhanger van theïsme.

Er is ook een structurele reden om te denken dat dit de trend is. De mogelijkheden van menselijke ideeën zijn tenslotte maar beperkt. Ze spelen zich af binnen een spectrum van mogelijkheden. Tenslotte heb je maar een beperkt aantal keuzes. Zodra je religieus wil zijn, maar je ontkent een Schepper die uit het niets een wereld creëert, dan kom je automatisch terecht in de Gnostiek. Als je vanuit een dergelijk uitgangspunt doordenkt hoe alles logischerwijs in elkaar moet zitten, dan kom je bij de Gnostiek uit.

Gnostiek is daarom een structureel gegeven. Als een cultuur zichzelf afsluit voor theïsme (geloof in een Scheppergod),maar toch met religie wil blijven spelen, dan kom je al snel bij Gnostiek uit. Want er is niet veel keus, dat is de logica van het systeem. Naast theïsme zijn de mogelijkheden immers:

* Pan-theïsme in zijn verschillende vormen (alles is God, de geest is eeuwig; of de materie is eeuwig, zoals in het marxisme, dat een geseculariseerde versie van pantheïsme en gnosticisme was). Het gnosticisme van de Oudheid was uiteraard dualistisch, maar ik zie dat toch als een sub-categorie van pantheïsme.

* of je hebt atheïsme met alles wat daar achter zit (soms is het ook verkapt pantheïstisch omdat men aanneemt dat de wereld, de materie, altijd heeft bestaan, en in dat geval is de materie in zekere zin goddelijk, want eeuwig. Andere atheïsten geloven daarentegen in een ontstaan, uiteraard geen schepping, uit het niets: dat is de logisch gezien de andere mogelijkheid, al is het inhoudelijk uiteraard niet logisch maar een tamelijk onzinnig idee).

Er is geen derde mogelijkheid (polytheïsme is meestal een vorm van pantheïsme).

Ik denk dat Gnostiek zijn kans ontleent aan het feit dat het de logische tegenhanger is voor diegenen, die religieus willen zijn zonder God. Daarom pleeg ik de Gnostiek ook de erfvijand van het Christendom te noemen. De slang in het Paradijs gebruikte al gnostisch taalgebruik toen hij zei: die God is eigenlijk helemaal niet goed voor jou, die wil jou dingen onthouden, doe daarom precies het tegenovergestelde van wat hij zegt, dan bereik je hogere kennis. En de anti-christ, zoals die door Johannes in zijn brieven wordt beschreven, is onmiskenbaar een gnosticus. De theïstische God wordt in de oude Gnostiek afgeschilderd als een boeman. Dat is ook in de moderne Gnostiek het geval, want de God-Vader is daar een griezel, te vervangen door een androgyne of vrouwelijke god, die je in feite zelf bent. Daar is het in de gnostiek altijd om gegaan: van de Schepper-Vader-God wordt een karikatuur gemaakt waarvoor een alternatief moet worden geboden, en dat is dat je zelf op de één of andere manier goddelijk wordt, en dat je alles, met name het bepalen van goed en kwaad, tenslotte zelf in de hand hebt.

Voor veel ex-gnostici is dit de grote ontdekking: dat de Vader-God genade is.

Dit is wat je nog wel eens ziet: mensen, die van huis uit christen zijn maar in hun jeugd door een verkeerde presentatie van religie (aangeprate schuld-complexen, te streng godsbeeld, vaak verbonden met een slechte vaderrelatie) een verwrongen idee van God gekregen hebben, ontvluchten het geloof maar kunnen toch niet loskomen van het denken in religieuze termen. En dan omarmen ze de Gnostiek. Ze zoeken het alternatief in een godsopvatting die de strenge God tot een onzinnig idee uitroept, en een religie waarin schuld geen grote rol speelt want zonde is gereduceerd tot gebrek aan kennis, en kwaad tot iets relatiefs, een fase in je zelfontwikkeling, de onmisbare schaduw etc. Ze hoeven zich niet meer schuldig te voelen etc.

Psychologisch gezien is zo’n proces goed te volgen, haast voorspelbaar. Je kunt op je vingers natellen wat er gebeurt, het is altijd hetzelfde verhaal. Her-ontdekken ze dan het Christendom, dan is het een her-ontdekken van een God, die genade is, drie-ene liefde Dat is wat ook in het Christendom gebeurd is: we zien in Christus wie de God feitelijk is. En de doorbraak van die ontdekking is dat de strengere kant van God niet meer angstaanjagend is, integendeel. Kinderen waarderen, zeker terugblikkend, juist vaders die hen hebben geleerd door te zetten, ook op moreel gebied. Zoals een vader die verkeerd streng is (onrechtvaardig, gebrek aan aandacht, enkel uit innerlijke onrust) een karikatuur is, zo geldt dat ook voor de gnostische karikatuur van de Vader-God.

De moderne gnosis, zeg maar de opleving sinds de jaren ‘60 - werd en wordt sterk gevoed door wetenschappelijke en vooral pseudo-wetenschappelijke boeken over het ontstaan van de gnostiek in de eerste eeuwen. De gedachte is dan vaak: eerst was er een goed Christendom, dat in feite gnostisch was en divers, en dat is vervalst door de orthodoxe, verkrampte en kwaardaardige Kerk (zie bijv. Jacob Slavenburg). Maar dat is onzin ! Er is geen enkele wetenschappelijke reden om eraan te twijfelen dat het christendom aan de gnostiek voorafgegaan is; in feite was de gnostiek een reactie op het Christendom, overigens met wortels in de eerste eeuw. Je kunt in de Brieven van Johannes en Paulus al de nodige waarschuwingen tegen het gnostisch denken vinden. En hoewel al deze zaken allang wetenschappelijk zijn bewezen (zie bijv. Philip Jenkins, The hidden Gospels), loont het kennelijk nog steeds de moeite om allerlei onzin daarover te schrijven (en nog gekker: recentelijk bijv. een boek over Paulus als spion voor het Romeinse Rijk). Het verkoopt als warme broodjes, maar het is allemaal flauwekul. Uiteraard paste het prima in het denkpatroon van de generatie van de jaren '70. Was het niet prachtig dat de wetenschap bewees dat die onderdrukte counter-culture van gnostici, die niets moesten hebben van orthodoxie, eigenlijk het echte christendom was geweest? En sindsdien gelden de gnostici van de Oudheid in de fantasie van velen als een soort alternatieve, anti-establishment guru’s, als een tegen-cultuur avant-la-lettre, tégen de Vader-God maar wel vóór moeder-godinnen, onbegrepen door de samenleving. Boeken als die van Slavenburg zeggen meer over de generatie van de jaren '70 dan over die van de eerste christenen! In feite hebben we met een mythografie over het jonge christendom te doen, met een soort narcisme in de vorm van geschiedschrijving (zie de boeken van Elaine Pagels).

Bizar is het eigenlijk wel, deze liefde van die generatie voor nota bene de oude gnostiek. In feite was het een uitermate elitaire, vrouw-vijandige, anti-semitische religie. Maar die feiten worden weggeveegd; de mythe is een eigen leven gaan leiden. Het maakt mensen ook blind voor de realiteit, voor nuchtere wetenschap. Elaine Pagels c.s. worden lyrisch over bijv. het zogenaamde evangelie van Maria (Magdalena). Dat document uit de 2-de eeuw bevat gesprekken van haar met de apostelen, waarbij zij hen stevig op hun nummer zet. Kan het mooier: de gnostici als feministen avant la lettre, vervolgens onderdrukt door die enge kerkvaders? In feite zijn die gesprekken een literaire schepping, die helemaal niet de bedoeling had om de situatie in het oerchristendom te beschrijven, maar diende als propaganda in de tweede eeuw. De katholieke bisschoppen beriepen zich in hun verzet tegen de gnostiek op het feit dat zij de opvolgers van de apostelen waren en dat zij derhalve de behoeders van het ware geloof waren. Gnostische geschriften als het Evangelie van Maria Magdalena dienden om die aanspraken van de bisschoppen te ondergraven: jullie beroepen je op de apostelen, wel dat stelletje zat er zelf al naast en ze werden meer dan eens terechtgewezen, nota bene door een vrouw! Ik bedoel maar: men leest de pre-occupaties van de eigen generatie in een oude tekst in, maar is zo niet meer in staat die tekst in de juiste kontekst te plaatsen.

Kortom: in onze tijd doen wij er verstandig aan om het binnesluipen van deze gnostische cultuur in Kerk en maatschappij te herkennen. Binnengekomen in de jaren '70 als een tegen-cultuur (fase 1) zou dit nu de bovenstroom van de samenleving kunnen worden (fase 2).

Ontwikkelingen rond de Islam in het Westen.

De Islam is bij ons, en zal ook wel bij ons blijven. De enige kracht van de Islam ligt in haar aantal; ze zal in de 21-ste eeuw wel de grootste religie worden, wereldwijd.

In het Westen zullen ze voorlopig waarschijnlijk geen heel grote rol kunnen spelen of een stempel op de cultuur kunnen drukken. Want wat ik zojuist gezegd heb, dat wij te maken gaan krijgen met een gnosticering van de samenleving, maakt islamisering niet waarschijnlijk. Want in zekere zin is de islam nog veel theïstischer dan het Christendom. De christelijke God opent Zijn hart immers naar de wereld, Hij wordt zelfs vlees in Jezus Christus. Deze God maakte zich bekend in het Jodendom, en vanaf het begin praat Hij met Zijn volk, is Hij in gesprek. Hij is een transcendente God, zeker, maar Eén die mens is geworden, die bij ons wil zijn.

De islam is niet eens een terugkeer naar het transcendente godsbeeld van het vroege Jodendom (dat echter altijd al de dialoog kende tussen God en mens). De God van de Islam is zo transcendent dat je alleen maar op je knieën kunt vallen, je onderwerpen (wat de betekenis is van islam). Met de Torah kunnen de moslems gewoonlijk wel leven (een God, die een Wet geeft, en streng is, daar kunnen ze wat mee) . Maar Moslims die de Psalmen lezen schrikken zich rot: hoe durft iemand zo tegen God te praten... Eigenlijk is Allah een onpersoonlijke theïstische god, een kracht, een macht, die zich niet echt in persoonlijke termen laat beschrijven. Het lijkt me onlogisch dat een dergelijke religie in het Westen grote aantrekkingskracht zal hebben. Maar je weet het nooit. Want de gnosticering van de cultuur is in velerlei opzicht een uitdrukking van sociale en psychologische labiliteit.

Het Christendom kan vreselijke deformaties meemaken, maar de spiritualiteit is in beginsel door en door gezond. De egocentrische Gnostiek staat stijf van labiliteit. In zo’n situatie zouden gekke dingen kunnen gebeuren, zoals westerlingen die het eerst gezocht hebben bij vergaande immanentie van God (zoals in de gnostiek), waarin je alles zelf mag bepalen, en die zich dan opeens keren tot een extreem transcendente religie als de islam, met zijn simplistische aanspraken op totale waarheid en zijn strakke regels. We zullen zien.

Nog een ander ding tenslotte. Veel van onze intellectuelen verbinden hun mild Liberalisme met het Nihilisme van Nietzsche. Dat is de mode. Een totaal verknipte gast, die niettemin als profeet voor vele komende generaties wordt gezien. We moeten het nodige intellectuele nihilisme blijven verwachten. Nihilisme zal een constante onderstroom zijn in een godloze wereld.

De puinhoop van de Kerk als een teken van hoop

In de huidige paradigma-verschuiving zitten deels goede elementen. Als het linkse denken minder wordt, dan is dat wat mij betreft - ik ben een overtuigd conservatief in Burkiaanse zin - alleen maar goed. Maar dat wil helemaal niet zeggen dat ik er gerust op ben, want het is nog niet duidelijk wat daarvoor in de plaats komt. Daar kun je eindeloos over discussieren. Als je ziet waar wij als christenen tegenover staan, als je geest des tijd proeft, als je de macht van de media in aanmerking neemt en de wijze waarop zij het christendom presenteren, dan moet je zeggen: als de Kerk een bedrijf zou zijn, dan zou zij dit niet kunnen overleven, dan is het tijd om faillissement aan te vragen. En dat is dan nog afgezien van de vreselijke schandalen die zich binnen de Kerk afspelen zoals in de VS.

Hoe dan gelovig te blijven in zo’n moeilijke situatie. Wel, allereerst zijn we natuurlijk gelovig omdat we gelovig zijn. Bovendien gelden juist in het christendom moeilijkheden geenszins als een argument tegen. In de christelijke opvatting is de geschiedenis geen opgaande lijn. Sterker nog: de Apocalyps laat er geen misverstand over bestaan dat het naar het einde toe slechter wordt, niet beter. De geschiedenis is voor theïsten lineair omdat tijd een geschapen hoedanigheid is: er is een begin en een einde. Maar de lijn gaan niet per definitie omhoog. Dat is het anti-moderniteitsbeginsel van het Christendom, de afwijzing van het verlichtingsconcept van vooruitgang (dat van het christendom wel de lineaire gedachte overnam, maar vermengde met een onjuist soms als christelijk gepresenteerd vooruitgangsgeloof). In feite is het als volgt. Een mensenleven kan zich ten positieve ontwikkelen (door de genade van God), een samenleving kan door kerstening een periode lang beter worden, een hoger moreel gehalte bereiken. Maar er is geen enkel automatisme, in een generatie kunnen we volledig terugvallen (en dat is in feite een mogelijke beschrijving van de laatste 40 jaar). Elke mens, elke generatie begint weer bij de erfzonde. Jezus vroeg zich niet voor niets af of de Mensenzoon bij zijn komst het geloof nog wel zou vinden?

We raken hier ook aan een ander verschil tussen Christendom en Islam: het Christendom kan leven met mislukking omdat zij kan leven met een Messias die in de ogen van de mensen afging als gekruisigde. Succes naar de maatstaven van de wereld is geen graadmeter. Kardinaal Simonis schreef met Pasen: Het gaat goed met het Christendom, want de Kerk lijdt veel. Dat vond ik mooi en diep. Dat is het mysterie van het Christendom. De Islam kan met zo’n gedachte niet goed leven. Dat is deel van de frustratie in het Midden-Oosten: het kan in moslim-ogen eigenlijk niet zo zijn dat de islam verliest. Zij kunnen niet leven met een mislukking van hun politiek, en het versterkt fanatisme.

Dat brengt me bij het volgende. Er is één ding dat mij gek genoeg hoop geeft, en dat is de mate waarin we bestreden worden. Je kunt je afvragen: waarom geven de media nou niet op? Ze hebben hard geholpen de Kerk in een ruïne te veranderen, de christenen liggen bont en blauw in het zand, elke goede reputatie die wij hadden is vernield. We zijn uitgemaakt voor fundamentalisten, we zijn dom en achterlijk, en dat is al honderduizend keer herhaald. Lees de NRC er op zaterdag eens op na: minstens 10 vegen uit de pan naar het christendom in de verschillende bijlagen. En toch blijven ze ons bestrijden en aanvallen. We blijven de tegenstander. Vreemd eigenlijk, maar het zou ons nou juist hoop moeten geven. Er is iets in ons waarom ze blijven slaan, iets dat het christendom uitstraalt dat per se niet waar mag zijn en dat zelfs als we er bont en blauw bij liggen, blijft irriteren, nl. de suggestie dat er een God is, dat er Waarheid is, en dat zelfs onze mislukking daar niets aan af doet. Het blijven aanvallen van het christendom verraadt diepe onzekerheid bij de bestrijders. Intuitief weet de wereld dat haar systeem van denken niet klopt. Het is gek maar in het (schijnbaar) negatieve schuilt de hoop voor ons als we ons de vraag stellen of het christendom in Europa overleven kan.

Vragen, reacties.

Stefan van Wersch: Het is heel belangrijk voor ons allemaal, als gelovigen in deze tijd dat we ons geloof verwoorden vanuit een persoonlijke ervaring, die laat zien dat je in het Christendom hebt ontdekt wie je als mens werkelijk bent, dat je in de meeste werkelijke zin tot ontplooiing komt. Dat is het kenmerk van een juiste opvatting van de waarheid. Dat je ontdekt wie je bent, dat je beseft dat je een schepsel bent en dat dit een reden tot vreugde is, dat je je roeping in het leven kent en voelt. Juist kennis van jezelf bevrijdt. Wie kan accepteren dat hij klein en zwak is, wie ontdekt dat nederigheid een persoon juist laat opbloeien, wie ontdekt dat geloof helpt te groeien, die staat sterk. Dan kun je pas zien hoe verrijkend het leven als christen is. Dan ga je merken uit eigen ervaring dat het Christendom wáár is. Het Christendom heeft mij doen begrijpen wie ik zelf ben.

Er zit een gevaar in het spreken in termen van ervaringen. Ervaring klinkt als iets subjectiefs of emotioneels, als het tegendeel van echte Waarheid, als verwatering ervan. Want zijn het niet juist de gnostici die steeds over ervaring spreken?
Ik ben ervan overtuigd dat het Christendom is gebaseerd op en alleen begrepen kan worden als een ervaring, maar wel een bijzondere. Het is de ervaring van een ontmoeting, met Christus, met de Ander, die voor iedereen Dezelfde is. Daarom is deze ervaring niet subjectief: het is de ervaring met steeds Dezelfde. Maar toch is elke ontmoeting met deze God steeds weer anders, dat is het schitterende ervan, en het wordt daarom nooit saai. Christus is steeds Dezelfde, maar elke mens is anders: het is een persoonlijke ervaring maar een objectiverende. Het is een ervaring die trouwens ook rationaliteit insluit, want rationaliteit is deel van ons mens-zijn.

Waarheid bestaat niet allereerst omdat dingen of dogma’s wáár zijn. In het Christendom is de waarheid geen kwestie van argumenteren, maar het is een Persoon: Jezus Christus (Ik ben de Waarheid). Waarheid is persoonlijk! In een persoonlijke relatie met Hem krijg je de ervaring dat de waarheid gelegen is in Zijn liefde voor ieder van ons. Dat is ook de ervaring van ontmoetingen tussen christenen onderling. Begrijp me goed: ik heb niets tegen de leer van de Kerk, ik geloof erin, in de objectiviteit ervan, maar het geloof van de Kerk is tenslotte de verwoording van die ontmoeting. De apostelen hebben in Christus God ontdekt, met hun hele wezen. Zijn woorden waren zo waar, omdat zij met hun hele wezen ontdekten dat zij waar waren. De leer van de Kerk gaat daar tenslotte op terug.

Voor mij is de kernervaring van het christendom deze: de ontdekking dat nederigheid de poort naar de liefde is en daarmee het geluk, en dat wie die poort doorgaat ook het lijden met liefde moet vullen, en in die zin het lijden omarmt. Dat is meegaan naar Golgotha. En het is een teleurstelling als je ziet dat anderen, binnen of buiten de Kerk, die ervaring niet willen meemaken. Dat is een stuk van het lijden dat je als christen te dragen hebt. Maar ik zal niet opgeven, omdat ik weet dat dit wáár is. Waarheen moeten we anders gaan? Beter, naar Wie zouden we anders moeten gaan?

Hans van Meurs: Midden in de 17-de eeuw zien wij in Frankrijk het optreden van Blaise Pascal (1623-1662). Hij was de enige filosoof die, staande in de opkomst van de Verlichting, de geest daarvan afwees. Daarin is hij uniek. Ik zou alle mensen die hun heil zoeken in het Nihilisme wel willen toeschreeuwen: zet Nietzsche aan de kant, ga naar Pascal ! Een vrucht van de Verlichting is het geloof in voortdurende groei. We hebben daar veel van onze technische ontwikkeling aan te danken. Maar het leidde ook naar de atoombom, en naar uitputting van de aardse reserves aan grondstoffen en mineralen. Het geloof in vooruitgang is een misrekening gebleken, een bedwelming. En het leidt tot naijver tussen de mensen, want ieder wil zijn eigen vooruitgang veilig stellen, desnoods ten koste van anderen.

Stefan van Wersch: Blaise Pascal heeft inderdaad in een heel vroege fase van de Verlichting (of er net voor) al gezien wat er ging komen. Hij voorzag de opkomst van de atheïsten toen ze nog nauwelijks invloed hadden, en hij heeft in die ervaring aangevoeld hoe gevaarlijk dat is. Hij heeft de consequenties gezien van een wereld zonder God.

Terugkomend op ervaring. Als ik in die termen spreek, betekent het niet dat ik niet over genade spreek. Integendeel. Alles, wat goed gaat in mijn leven, ervaar ik als genade van God. Dat verklaar ik al bij voorbaat. De ervaring is de vrucht van de genade, de wijze waarop genade werkt. Ik vind het daarom ook niet nodig om in elk gesprek met een paar bijbelteksten aan te komen. Die zijn voor mij ook een uitdrukking van dezelfde ervaring, de ontmoeting met Christus. Begrijp me goed: om dezelfde reden haal ik de bijbel vaak juist wel aan. Maar je kunt de ervaring van de Bijbel in deze tijd ook uitdragen in je eigen woorden, in je houding en gedrag. Dat was het Aggiornamento zoals Paus Johannes XXIII dat voor ogen had: hoe breng jij, in jouw meest concrete levenssituatie, met jouw eigen inschatting van hoe de waarheid het best verwoord kan worden, de oerervaring van het Christendom, over op tijdgenoten. Wij hebben de vrijheid gekregen om dat zo te doen. Ik citeer de Bijbel graag. Maar als je de ervaring kent, dan druk je die uit in woorden die passen bij dat moment. En je wijst je gesprekspartner op de persoonlijke ontmoeting met de Persoon, die waarheid is.

Ik vind het heel belangrijk om erover na te denken hoe wij onze medemensen het best kunnen benaderen. In deze tijd spreken we over Individualisatie, maar ik ben een personalist. En dat is een andere manier om met de ander in gesprek te komen. De individualist is een liberale rationalist, die vindt dat elk individu zichzelf moet verwerkelijken, en dan word je gelukkig. Dat is het concept van het paarse Kabinet geweest. Je vraagt je dan af: wat betekent dat voor mensen die naar gewone mensenmaat weinig te verwerkelijken hebben. Wel, voor hen is er euthanasie, het paarse kabinet was inderdaad heel consequent in zijn liberalisme.Een personalist is veel meer dan dat. Die laat zich niet vangen in termen als individualisme en collectivisme omdat dit allebei deformaties zijn. Personalisme kijkt eerst heel rustig naar de mens : wie is hij of zij?  het ziet sterke en zwakke punten, zijn potentieel voor succes en mislukking. Verstand, het rationele, is daarbij een grote gave, maar het heeft zijn beperkingen (liberalen verabsoluteren het te veel).  

*       Ik heb mijn problemen en zwakheden, daar moet ik mee leven.

*       Ik heb mijn talenten waar ik iets mee moet,

*       Ik heb mijn roeping, ik ben ergens heen op weg, zo ken ik mezelf;

*       En ik heb mijn vele relaties waar ik allerlei zaken van mijzelf in moet leggen, uit liefde

Dát is een mens, dat is veel breder dan een individu. Ik hou niet van de vele simplificaties van het rationele liberalisme. Je moet de mens in zijn geheel beschouwen, inclusief zijn zwakheden en (on)mogelijkheden. Dan kun je komen tot een echte ontmoeting. 

Dr.K.Zuidema: Hoe leg je nou aan jonge mensen van deze tijd uit dat de waarheid bestaat? 

Stefan van Wersch: Dan moet je uitleggen dat de waarheid niet deze of gene ideologie is, maar een Persoon (IK ben de Waarheid), die een Moeder had. Ik denk dat de mensen van deze tijd vooral willen worden aangesproken op een persoonlijke manier. Waarheid presenteren als een leer, als regels, dat was mogelijk in vroegere tijden toen het bestaan van echte waarheid veel minder omstreden was. In een cultuur waarin het motto juist is dat er geen waarheid is, moet je meer dan ooit terugkeren naar de kern van waarheid: de waarheid is een Persoon tegenover ons, met wie wij in een persoonlijke relatie kunnen treden. Dat verrast, en is nog waar ook!  

Ds. De Nooy: Hoe verandert een paradigma? In hoeverre bestaat er een relatie tussen het omslaan van een onder-stroom naar boven-stroom en indoctrinatie door b.v. de media?

Stefan van Wersch: De paradigma-verschuiving van de jaren 60 begon als een tegen-cultuur, werd na enige tijd door zeer velen overgenomen, en tenslotte vertaald in politieke correctheid.
Laten we eens kijken naar de onder-stroom van het denken over de multi-culturele samenleving. Dat is ons opgelegd door het paarse Kabinet, want het paste prachtig in het linkse denken van anti-discriminatie en trouwens ook neiging in de zestiger jaren om de eigen cultuur te bevuilen. Daarachter zit het denken: alles in één, geen enkele cultuur heeft gelijk, alles is hetzelfde en er is geen waarheid. En dat werd dan weer als iets heel moois voorgesteld. Want dat was steeds het opgelegde pandoer: de multiculturele samenleving is iets geweldigs. Nou moet je natuurlijk met elkaar nadenken over het samenleven van veel verschillende culturen, maar de opgelegde gedachte dat dit iets moois zou zijn, dat dat voor ons het beste is, wordt niet gestaafd door de geschiedenis. Integendeel: over het algemeen gaat het helaas helemaal niet goed als er verschillende groepen samen moeten leven. Mensen definieren zichzelf nu eenmaal door zich af te zetten tegen anderen. Religie kan helpen om de menselijke neiging om ruzie te zoeken te beteugelen, dat gebeurt aan de lopende band, mmar het kan de ruzies ook versterken (dan is het niet zozeer de religie, die de oorzaak van het conflict is, zoals de media ons wat al te graag doen geloven: het is veeleer zo dat groepen die problemen hebben, alles aangrijpen om zich tegen elkaar af te zetten. Soms kan dat door religie (zie Noord-Ierland), soms speelt religie geen rol omdat de ruziemakers dezelfde religie hebben, zie de Vlamingen en Walen, Basken en Spanjaarden etc.).

De onder-stroom van de samenleving is al 20 jaar aan het mokken over de multi-culturele samenleving: want het is allemaal niet zo mooi en leuk. Pim Fortuyn is als een soort katalysator is opgetreden, die heeft de onderstroming bovenstroom laten worden. De linkse politici hebben geprobeerd ons te indoctrineren met hun campagnes over de schoonheid van de multi-culturele samenleving. Allerlei dingen mochten niet gezegd worden, bijv. over de islam, maar de onderstroom daartegen breekt op een gegeven moment door. Je kunt de werkelijkheid niet voor altijd ontkennen. Evenmin kun je van tevoren zeggen wanneer dat gebeurt. Iets anders is dat de nieuwe bovenstroom weer zijn eigen risico’s heeft. 

Het enige resultaat van de paradigma-verschuiving van de jaren 60, dat nog volledig overeind staat, is de seksuele revolutie. Die is nog steeds onaantastbaar, en er vraagtekens bij zetten is onbespreekbaar. Dit is het heiligste huisje van een generatie die altijd zo trots was dat zij zoveel andere heilige huisjes heeft omvergehaald. Begrijp me goed, ik pleit niet voor nieuwe preutsheid. Dat over sexualiteit vrijelijk gesproken kan worden is een grote verworvenheid. Maar de wijze waarop er feitelijk over gesproken wordt (i.e. wat wel en niet gezegd mag worden, de negatieve kanten van grote sexuele vrijheid) is een andere zaak, en ik weet niet hoe lang hier de feiten nog onderdrukt kunnen worden.
Het gelijk van de seksuele revolutie à la de zestiger jaren-generatie is al door de ervaringen en door de wetenschap weerlegd. De sexuele revolutie heeft onmiskenbaar geleid tot een sterk toenamee van echtscheidingen. Huwelijkstrouw was niet meer absoluut, seksueel experimenteren was het motto (en als je daar aan gewend bent, is het niet heel eenvoudig om er na een huwelijk weer mee op te houden). In de jaren zeventig werden we overspoeld met zogenaamde wetenschappelijke studies die moesten bewijzen dat echtscheiding voor kinderen niet zo’n probleem was. Dat was echt ideologie. We weten nu dat echtscheiding doorgaans een geweldig drama is voor de kinderen, dat is nu min of meer de communis opinio van wetenschappelijke studies. Maar we mogen het niet hardop zeggen. Nu wordt net gedaan of adoptie door homoseksuele paren geen enkel probleem is. Ik twijfel er niet aan dat ook dat weer ideologie is en dat we over 20 jaar heel andere wetenschappelijke resultaten zullen zien.

De verwoestende werking van allerlei andere effecten van de seksuele revolutie zijn ook bijna onbespreekbaar, zoals pornografie.

Onderdeel van de ideologie van de seksuele revolutie was ook het onderuit halen van de rol van de vader, en daarmee tenslotte ook van het gezin. Tijdens de revolutie van 1968 stond op de muren van Parijs: le père pue, de vader stinkt.  Intussen is echter wel duidelijk dat de vaderfiguur instrumenteel is om in de opvoeding neigingen tot bijv. crimineel gedrag, alcoholisme, verslaving, en seksuele deviaties te voorkomen. De achteruitgang van de samenleving heeft bewijsbaar te maken met het wegnemen van de vader als absoluut belangrijk in het gezin. Een vader geeft zijn kinderen andere dingen dan hun moeder.

Een cultuur zou meer christelijk zijn als ze over deze zaken wil nadenken, als het belang van de kinderen radikaal als uitgangspunt geldt. De vraag is vooral geweest: hoe maak ik een echtscheiding zo gemakkelijk mogelijk, maar zou moeten zijn: hoe hou je gezinnen bij elkaar? Wat maakt een gezin een hechte eenheid? Maar dat soort vragen zijn taboe in de seksuele revolutie. Wij leven op dit gebied al meer dan 30 jaar in een waanzinnige wereld. Je mag nog net zeggen dat je een gezin hebt, maar als je je daarover positief uitlaat, als je het belang van een hecht gezin benadrukt, dan begin je al bij de griezels te horen, dan staan de linkse columnisten klaar met flauwe stukjes.

Misschien is dit wel een aardig criterium om mee af te sluiten. Pas als dit heiligste huisje sneuvelt, dan weten we zeker dat we te maken met een echte paradigma-verschuiving. Onze hoop en inzet moet zijn, ondanks alle moeilijkheden, dat er dan weer openheid komt voor christelijke normen en waarden.

Hr. v.Meurs: Modern was vroeger dat je niet religieus hoefde te zijn. Post-modern is nu dat je ook weer religieus mag zijn, maar met een grote humaniteit doortrokken. Je mag weer bidden, maar het maakt niet uit tot wie of wat. Ik maak me daar zorgen over als ik dat vergelijk met het Beest uit Openbaring hoofdstuk 13. Dat Beest is ook vervuld van humaniteit en van religiositeit.
Ook verontrust mij de steeds terugkerende berichten over maria-verschijningen, waarbij Maria tussen de mens en God in geschoven wordt. Dat leidt gemakkelijk tot een heel onbijbelse religiositeit. En ook hier wordt van eenieder verwacht dat wij elkaar zullen respecteren omwille van de humaniteit.
Uit dit soort denkpatronen komt tenslotte een synthese van religies voort. Wie dan nog durft te beweren: "Ik geloof in de Heer Jezus Christus, de Gekruisigde", die zal te maken krijgen met afwijzing. "Daar heb je hem weer met zijn Jezus Christus, de onruststoker".... De Brief aan de Hebreeën is dan ook zeer actueel.
 

Over de auteur:  Drs. Stefan van Wersch studeerde geschiedenis en klassieke talen. Hij publiceerde ondermeer over de Gnostiek en de Islam. In het kader van dit artikel verwijzen wij naar zijn in 1990 verschen boek "De gnostisch-occulte vloedgolf, een kritische beoorsdeling" (IBSN 90 242 5212 1, Kok-Kampen).
In onze rubriek gnostiek treft u meerdere artikelen van zijn hand aan http://www.bijbelofnewage.info/gnostiek.htm

 

 
© 8-6-2002 Interkerkelijke werkgroep "Bijbel of New age" -  http://bijbelofnewage.info