
Het
Koninkrijk van God
Door
Peter Maris
Hr.Peter Maris: Het heeft me altijd al intens beziggehouden, dat Koninkrijk van God. Waarbij al het overige, wat mensen nodig hebben, je als een soort toegift zal worden geschonken. Dat leek me heerlijk. Maar ik begreep het niet, en daar zat ik mee.
Bij
het woord 'koninkrijk' denk ik aan een koning en een stuk land. En als die
koning zegt 'links' dan gaan we met z'n allen linksaf, en als die koning zegt
'rechts' dan slaan we rechtsaf. Wetten, regels, absoluut gezag, dat is een
koninkrijk.
Als
ik denk aan het Koninkrijk van God, dan denk ik altijd aan het paradijs. Daar is
geen pijn, geen dictatuur, maar een liefdevolle relatie met iedereen, alles
fantastisch en geweldig.
Ik
zal proberen dat nader uit te leggen aan de hand van een documentaire over
Moeder Teresa van Calcutta, die ik op tv heb gezien. Zij was in Beiroet te gast
bij een Hollandse pastoor, in de tijd van de oorlog met Israël.
In
die documentaire zag ik een oud vrouwtje eigenwijs doen, lastig zijn, vervelend
zijn. Ze wilde namelijk naar een kinderziekenhuis in de moslimwijk, een paar
straten verderop. Maar de pastoor zei: "Moeder Teresa, we kunnen daar niet
naar toe, er is een oorlog aan de gang. U riskeert uw leven als u het wilt
proberen".
Dan
zag je vervolgens dat kleine vrouwtje met haar zachte stem iets zeggen, wat je nauwelijks
kon verstaan. Wel zag je die Hollandse pastoor roder en bozer worden:
"Moeder Teresa, ik heb u toch verteld dat het hier oorlog is! U kunt niet
naar dat ziekenhuis". En dan zei dat kleine vrouwtje weer wat en werd de
pastoor nog bozer: "Premier Begin kan deze oorlog niet stoppen,
President Reagan kan dat niet, en wij kunnen dat al helemaal niet" !!
Waarop
dat kleine vrouwtje mompelde: "Bel Begin op". Daarmee zat die pastoor
voor het blok: hij moest Begin in Jeruzalem gaan opbellen. En ik begon opeens te
lachen, toen kreeg ik het door. Want stel je voor: Begin in zijn kantoor in het
Parlement. Wie is daar aan de telefoon? Moeder Teresa? Hoe kun je nou
"nee" zeggen tegen Moeder Teresa...
Wie
heeft de macht in deze wereld? Niet Breznjev in Moskou, niet Reagan, niet Begin;
niemand kon die oorlog stoppen. Moeder Teresa kon het wél. En niemand begrijpt
dat, niemand heeft het door. Voor de buitenwereld is er immers niets aan de
hand: daar is alleen maar een lastig oud vrouwtje, dat vervelend doet. En waarom
maakt ze die stampij, en schuift ze een oorlog, bijna een wereldoorlog, opzij?
Voor een paar kinderen...
In die ogen van dat kind heb ik in een flits gezien wat het Koninkrijk van God
betekent.
Er
is ook een andere kant aan het Koninkrijk der hemelen: dat is gelegen in de
soevereiniteit van God. Want Hij is het die zei: "Er zij licht", en er
was licht. God is de Almachtige.
We
weten tegenwoordig wat meer over de afmetingen van het universum, en die zijn niet
gering. Dat heeft deze God gemaakt.... Dat vertedert mij op een andere manier.
Maar het gaat ook over datzelfde Koninkrijk. Die Almachtige God, die houdt van ons
op een manier, waarvan je alleen maar kunt zeggen: in wat voor ongelooflijke
situatie bevind ik mij... wat moet dat een gigantisch liefdevolle God zijn....
Aan de ene kant is Zijn liefde te vinden in het simpele, het kwetsbare, in het kleinste van het kleinste.
En aan de andere kant reikt Zijn liefde tot over het grootste van het grootste.
Hoe
kan een mens dat ooit begrijpen of ervaren....
Ik maak me zorgen om de gekste dingen, terwijl voor deze God niets onmogelijk
is. Zijn liefde gaat dwars door oorlogen heen. En ik mag bij Hem schuilen, Hij
is mijn Vader.... Dat is toch helemaal te gek!
Dat
Koninkrijk van God, wat is dat nou. En wat is het niet? Het concept van het
Koninkrijk vinden we bij Jesaja:
Jesaja
2, 4: "En de Heer zal richten tussen volk en volk, en
rechtspreken over machtige natiën. Dan zullen zij hun zwaarden tot
ploegscharen omsmeden, en hun speren tot snoeimessen; geen volk zal tegen een
ander volk het zwaard opheffen, en zij zullen de oorlog niet meer leren".
Jesaja 11,69: "Dan zal de wolf bij het
schaap verkeren, en de panter zich neerleggen bij het bokje; het kalf, de
jonge leeuw en het mestvee zullen tesamen zijn, en een kleine jongen zal ze
hoeden. De koe en de berin zullen samen weiden, hun jongen zullen zich tesamen
neerleggen, en de leeuw zal stro eten als het rund. Dan zal een zuigeling bij
het hol van een adder spelen, en naar het nest van een giftige slang zal een
gespeend kind zijn hand uitstrekken. Men zal geen kwaad doen noch verderf
stichten op gans Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van kennis des
Heren, zoals de wateren de bodem der zee bedekken".
Bij
Matheus moeten we in gedachten houden wat de Joden van zijn tijd zich
voorstelden van dat Koninkrijk van God. Dat gaat over de joodse
toekomstverwachting, het door Israël vurig verlangde verlossende ingrijpen van
God. Tot herstel van Zijn volk, en tot bevrijding uit de macht zijner vijanden.
De komende Messias zou daartoe de weg banen. Deze toekomstverwachting was ten
dele nationalistisch, ten dele apocalyptisch.
Voor de Joden betekende het, dat het Koninkrijk van David hersteld zou worden.
Deze gedachte was al algemeen ten tijde van Amos en Jesaja. Vanuit die visie kun
je de teleurstelling van Judas Iskariot begrijpen.
Vanwege
die eenzijdige visie konden de leerlingen van Jezus de geestelijke betekenis
van het Koninkrijk niet zien. Tot bij de Hemelvaart van Jezus blijven de
Apostelen zich afvragen: "Wanneer herstelt Gij het koningschap voor
Israël? (Handelingen 1, 7)". Die verwarring ontstaat als je niet in
de gaten hebt dat het Koninkrijk van God meer kanten heeft.
Als
je de Bijbel goed leest zie je ook dat het Koninkrijk van God in verband
gebracht wordt met landen en volkeren, die aan Israël zullen toebehoren.
Vandaar dat de Joden, die Jezus hoorden praten over het Koninkrijk, onmiddellijk
reageerden met: "Hij gaat het Koninkrijk van David herstellen". Ze
begroeten Hem dan ook met "Hosannah, de Zoon van David (Johannes 12, 12-13)".
Hij is de Leeuw van Juda. Hij zal de Romeinen er uit gooien, voegen ze er dan
zelf aan toe....
De tijd van de Makkabeeën (2e eeuw voor Christus) was een tijd van zware onderdrukking.
Veel mensen dachten: dit komt nooit meer goed. De terugkeer van
het rijk van David zagen ze niet meer gebeuren als gevolg van het verslaan van
de Grieken (of de Romeinen). Het Koninkrijk der hemelen werd meer gezien als
iets transcendents: een vernietigend oordeel over de vijanden van God, en
herstel van het paradijs voor het volk van Israël. Daartoe werd Jesaja
aangehaald, met zijn profetie over de leeuw en het lam (Jesaja 11, 67).
Deze
verwachting was apocalyptisch, en ontstond in de 4de eeuw voor Christus. In dit
verband past ook de profetie van Daniël over het beeld op lemen voeten (Daniël 2, 33).
Dit denken werd vooral ingegeven door angst, die in tijden van onderdrukking de
mens verteert. En uit een verlangen naar een betere tijd, met een nieuw
koninkrijk. Daarbij spelen ook gedachten van wraak. Aan zulke gedachten kan men
zich gaan vastklampen.
Nationalistisch
en apocalyptisch, het is beide waar. Maar er is ook méér dan dat. Want toen
had men nog geen idee van zaken als vergeving, en opstanding uit de dood.
Jezus verkondigt het Koninkrijk der Hemelen
Johannes
de Doper zegt nu: "Bekeert u, wat het Koninkrijk van God is NABIJ gekomen (Matheus 3, 2)".
Jezus
neemt die uitspraak van hem over (Matheus 4,
17). Het is ook Zijn verlangen dat de heerschappijn van God realiteit zal
worden, en zo leert Hij ons ook bidden:
Matheus
6, 10: "Uw Koninkrijk kome".
Marcus
1, 14-15: "En nadat Johannes was overgeleverd, ging Jezus naar Galilea
om het Evangelie Gods te prediken. En Hij zei: De tijd is vervuld en het Koninkrijk Gods is NABIJ gekomen. Bekeert u en gelooft het Evangelie".
De
zo lang verwachte omwenteling in de geschiedenis, hoe men zich die ook
voorstelde, werd als ophanden zijnde aangekondigd.
Bij
Johannes de Doper overweegt het apocalyptische goddelijk gericht als naderende
realiteit ("Reeds ligt de bijl aan de wortel der bomen (Matheus 2, 10)".
Het zal je niet helpen of je een 'zoon van Abraham' bent: allen dienen zich te
bekeren tot afwassing van hun zonden om zo de komende toorn te ontvlieden en deel te krijgen aan het Koninkrijk van God.
Maar
in Jezus' prediking blijkt het Koninkrijk van God toch méér omvattend te zijn
dan alleen een zuiverend en schiftend oordeel.
* Jezus
zet met name de heilbrengende betekenis van het Koninkrijk op de voorgrond.
* Bovendien
stelt Hij het Koninkrijk niet meer voor als een toekomstige gebeurtenis, maar
als een realiteit, die er in Hem en door Hem gekomen is. De grote toekomst is in
Hem tegenwoordige tijd geworden.
Matheus
12, 28: "Indien Ik door de Geest Gods de boze geesten uitdrijf, dan is
het Koninkrijk Gods over u gekomen".
Lucas 17,20-21: "Het Koninkrijk Gods komt niet zo dat het te berekenen is. Ook zal men niet zeggen: het is hier, of het is daar! Want zie, het Koninkrijk Gods is bij u".
Dat
verwart Johannes de Doper, en hij laat aan Jezus vragen of Hij de Messias is (Matheus 11, 3).
Dan krijgt hij te horen: "Blinden
zien, doven horen, lammen lopen, en het Evangelie wordt verkondigd (vers
5)".
Het Koninkrijk van God bestaat dus uit woorden, en uit daden. Dat kun je niet los
van elkaar zien.
Later
vinden we ook de apocalyptische verwachting en vervulling, die zal volgen op het
Laatste Oordeel, in Jezus' prediking:
Matheus
25,31-34: "Wanneer dan de Zoon des mensen komt in Zijn heerlijkheid en
al de engelen met Hem, dan zal Hij plaats nemen op de troon Zijner heerlijkheid.
En al de volken zullen vóór Hem verzameld worden, en Hij zal ze van elkander
scheiden, zoals de herder de schapen scheidt van de bokken. En Hij zal de
schapen zetten aan Zijn rechterhand, en de bokken aan Zijn linkerhand. Dan zal
de Koning zeggen tot hen, die aan Zijn rechterhand zijn: Komt, gij gezegenden
Mijns Vaders, beërft het Koninkrijk, dat u bereid is van de grondlegging der
wereld af".
Het Koninkrijk van God: twee lijnen
Het
Koninkrijk zit in het kleinste van het kleine, kwetsbaar. En het zit in het
grootste van het grootste, almachtig. Het bestaat uit woorden en uit daden. Die
twee lijnen moet je vasthouden als je er iets van wilt begrijpen.
Jezus
is God; Hij is de Almachtige. Als je mag bidden voor de genezing van zieken,
als je demonen mag uitdrijven in Jezus' naam, dan ben je bezig met de daden van
het Koninkrijk van God. Als je staat in de strijd in de hemelse gewesten, dan
herover jij terrein op de vijand. Dat is een harde strijd. Maar als je staat in
de jouw gegeven volmacht, dan mag je demonen er uit gooien en naar de afgrond
sturen, in de naam van Jezus. Want Hij is de Almachtige. Geen macht kan Hem
tegenhouden. Zoals bij Moeder Teresa: geen macht op aarde kon haar tegenhouden.
Jezus
is ook een mens. Als mens was Hij helemaal niet machtig; Hij was moe. Hij
had honger en slaap. Hij werd verraden, geslagen, gekruisigd. Hij had niks te
vertellen. Toch is dat dezelfde Jezus.
En
diezelfde twee-eenheid zit ook in dat Koninkrijk Gods.
De
Profeet Joël beschrijft het leger van God, en een gigantische strijd (Joël 3).
Dat leger blijkt te bestaan uit individuen, die allemaal, los van elkaar, in
directe verbinding staan met God. Iedereen voert de bevelen uit van God.
Je
ziet dus aan de ene kant dat grote actieve leger, dat er op los slaat en
overwint. En aan de andere kant, de mensen die dat doen, zijn zo passief als
wat, en doen alleen maar wat God zegt. Zo ook Jezus: Hij doet niets uit
Zichzelf, Hij doet alleen de wil van de Vader, dat is dat passieve. Maar Hij
verslaat zo wel het rijk der duisternis....!
Die tweezijdigheid in dat Koninkrijk van God kom je overal tegen.
De
woorden van Jezus concentreren zich op de verkondiging van het Koninkrijk van
God. Die woorden, met daarbij de werken, openbaren samen wat het Koninkrijk is
en zal zijn.
Matheus
4, 23: "En Jezus trok rond in
geheel Galilea en leerde in hun synagogen en verkondigde het Evangelie van het
Koninkrijk, en Hij genas alle ziekte en alle kwaad onder het volk".
Wat
voor persoonlijkheid was Jezus? Hij was de meest fantastische, de meest
liefdevolle mens die ooit op aarde heeft rondgelopen. Je moet die vraag eens aan
de satan voorleggen. Die heeft een pesthekel aan Hem. Want Hij overwint. Hij is
de Bevrijder. Hij is Willem de Veroveraar. Hij is de Genezer. Hij weerlegt de
Farizeeën. Hij is meedogenloos tegen wie alleen zichzelf zoekt, tegen al wat
slecht is.
Matheus
21,31-32: "Voorwaar, Ik zeg u (Schriftgeleerden en Farizeeën): de tollenaars en de hoeren gaan u voor in het
Koninkrijk Gods. Want Johannes heeft u de weg der gerechtigheid gewezen en
gij hebt hem niet geloofd".
Hij
hakt de satan zonder pardon in de pan (Marcus
3, 20-30).
Tegelijk is Hij passief: Ik doe alleen de wil van Mijn Vader (Johannes 5, 30).
Hij is in alles gehoorzaam aan God: "Niet Mijn wil maar Uw wil geschiedde (Lucas 22, 42)".
Johannes
5, 19: "Jezus antwoordde en zei tot
hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: de Zoon kan niets doen van Zichzelf, of Hij
moet het de Vader zien doen. Want wat Deze doet, doet de Zoon evenzo".
Paulus
was net zo. Heel actief, nergens bang voor. En tegelijk heel passief,
afwachtend. Hij wilde naar Griekenland oversteken, maar bleef toch in Asia
wachten totdat de Heilige Geest hem zei: Nu ga je naar de overkant (Handelingen 16, 6-10).
De
kruisiging van Jezus kun je ook op 2 manieren bekijken.
* Als
een werk van satan. Farizeeën en Romeinen werden door de duivel gebruikt om
Jezus ter dood te brengen.
1
Korinte 2, 8: "Geen van de
beheersers dezer eeuw heeft van haar (de verborgen wijsheid van God) geweten,
want indien zij van haar geweten hadden, zouden zij de Heer der heerlijkheid
niet gekruisigd hebben".
* Maar
als je dan de rede van Petrus leest, dan blijkt heel dit gebeuren een tevoren
uitgedacht plan van God te zijn.
Handelingen
2, 22-23: "Mannen van Israël,
hoort deze woorden: Jezus, de Nazoreeër, een man u van Godswege aangewezen door
krachten, wonderen en tekenen, die God door Hem in uw midden verricht heeft,
zoals gij zelf weet; deze, naar de bepaalde raad en voorkennis van God
uitgeleverd, hebt gij door de handen van wetteloze mensen aan het kruis
genageld en gedood".
Jezus
wist dat; daarom bid Hij in Getsemane tot Zijn Vader, of die beker van het
lijden aan Hem voorbij mag gaan. Zo gezien is de kruisiging niet het werk van
satan, maar conform de wil van God.
Het
Koninkrijk van God bestaat dus uit twee aspecten, twee lijnen: woorden en daden.
Luther had daar problemen mee: "sola scriptura", en hij schrapte de
goede werken van Jakobus.
Maar we hebben hier te maken met twee kanten van hetzelfde Koninkrijk. Immers:
"Het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (Johannes 1, 14)".
Jezus als God en Jezus als mens. Twee naturen, toch dezelfde Jezus.
Als jij christen bent, waar zie ik dat dan aan? Als jij zegt dat je christen
bent, maar je doet de daden niet, dan ben je geen christen.
Het Evangelie spreekt over de "Here, Here"roepers (Matheus 7, 2123).
Maar als Jezus komt, kent hij hen niet. Ze deden niet de wil van Zijn Vader.
Want ze lieten het afweten toen Hij honger en dorst had, ziek was en gevangen
zat.
Naar de kerk gaan is wel aardig, de Bijbel lezen is wel opbouwend, maar waar
zijn de daden? Die kun je uit jezelf niet doen.
Jezus zegt ook: "Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het zwaard (Matheus 10, 34)".
Maar wat zeggen de mensen? Als de Heer er is, dan is er rust en heerst er vrede.
Het tegendeel blijkt waar te zijn: als Jezus ergens kwam liep het normale leven
onmiddellijk in het honderd: commotie, ruzies, wonderen, en geen enkele
begrafenis kwam tot een normaal einde. Daarom werd Jezus tenslotte ook vermoord.
Paulus
had dezelfde ervaring: overal waar hij sprak gebeurde opeens van alles. Je ziet
hetzelfde bij Moeder Teresa. Zij kon geen duimbreed wijken als ze wist dat iets
de wil van God was. Daarom vond iedereen, die haar goed gekend heeft, haar een
bijzonder lastig mens. Als je eerlijk bent zou je niet kunnen geloven dat zij
een grote oorlog zomaar stil zou kunnen zetten.
Het
is in Daniël 2 mooi beschreven: een steentje dat losraakt en van de
berg afrolt. Tenslotte worden de koninkrijken der aarde erdoor getroffen, en
storten in elkaar. Hetzelfde zie je bij David: ook een klein steentje, dat
voldoet om de kolos Goliat ten val te brengen.
Zo
is Jezus aan de ene kant de machtige Leeuw van Juda, die al Zijn vijanden
verslaat. Aan de andere kant is Hij het weerloze Lam Gods. Dezelfde Jezus, twee
totaal verschillende beelden.
Mijn
probleem is eigenlijk, dat ik het Koninkrijk van God in al zijn grootheid niet
kan overzien.
Aan de andere kant zitten wij vast in onze tradities. Dat houdt in dat we overal
ons christelijk stempel op moeten zetten, van christelijke partijen tot
christelijke geitenfokverenigingen. Maar op die manier het paradijs op aarde
realiseren is pure tobberij. En daarbij waren wij christenen zo dualistisch als
de pest: op zondag vroom in de kerk, de rest van de week goed geld verdienen;
eventueel met leugen en bedrog en zwart werken.
Augustinus
zegt: de Kerk en het Koninkrijk zijn één. Groei van de Kerk is groei van Gods
Koninkrijk. Maar die intellectuele gedachte beperkt ons denken over het
Koninkrijk van God. Want God is veel groter dan de Kerk.
Het
Koninkrijk van God is dus niet zo simpel als een aards koninkrijk. Het gaat veel
dieper. Het is dubbel. Het is een geheim. Het is dan ook de moeite waard om die
gelijkenissen over dat Koninkrijk eens door te lezen. Zij vormen de basis van
Jezus' leer over het Koninkrijk.
Er
zijn 2 soorten gelijkenissen:
De ene groep is oordelend (kaf en koren, het net, de zaaier), daar is sprake van het onkruid. Met name de zaaier laat zien hoe de duivel de zaak probeert te verzieken.
De parabels van het mosterdzaadje, de parel, de schat, geven de optiek weer vanuit de hemelse kant. Dat gaat over heel herkenbare mensen, die op zoek zijn. Vanuit hemels perspectief is het Koninkrijk iets fantastisch.
Matheus 13,
10-11: "En de leerlingen kwamen
en zeiden tot Jezus: Waarom spreekt Gij tot de mensen in gelijkenissen? Jezus
antwoordde hen en zei: Omdat het u gegeven is de geheimenissen van het
Koninkrijk der hemelen te kennen, maar hun is dat niet gegeven".
Het Koninkrijk der hemelen, het Vrederijk, is nog niet in alle volheid doorgebroken. Daarom zijn verschillende aspecten ervan, met name de relatie Vader-Zoon, nog een geheimenis. Zonder een openbaring van Gods Geest zijn deze niet te begrijpen; aan wie het geopenbaard wordt zijn het echter eenvoudige waarheden.
Satans visie op het Koninkrijk
Je
kunt het Koninkrijk van God bekijken vanuit de optiek van de satan. Dan is het
een invasie in het rijk van de duisternis, een binnendringen in het huis van de
sterke (Matheus 12,28-29).
De
macht van de satan wordt gebroken. Jezus heeft die macht, en geeft de volmacht
om de heerschappij van die vijand te breken.
Niets
zal onmogelijk zijn voor diegenen, die bekleed zijn met de volmacht van Jezus,
en die in Zijn Naam als getuigen van het Koninkrijk van God uitgaan in de wereld
(Lucas 10, 18-20).
En
je kunt naar het Koninkrijk kijken vanuit Gods optiek. Dan is het als een nieuwe
geboorte in ons. Als verloste mensen worden we burgers van Gods Koninkrijk.
Zo
is Jezus aan de ene kant de Leeuw van Juda, de Zoon van God die de satan
verslaat. Aan de andere kant is Hij het Lam Gods, de Verlosser, die ons onze
zonden vergeeft. En dan zie je ook opeens dat het in beide situaties gaat om de
mens.
Het gaat de satan om de mens, om die te vernietigen.
Het gaat God om de mens, om die te behouden.
Je
kunt zo ook de zonde bekijken, vanuit de optiek van satan, en vanuit God. Je kunt
het menselijk ras bekijken vanuit satan, en vanuit God. Zo ook de verlossing, en
de wereld.
In
ieder geval is het Evangelie de aankondiging van de nabijheid van dat Koninkrijk
van God. Wij praten er altijd erg gemakkelijk over, maar eigenlijk begrijpen we er
niets van. Ik heb er in ieder geval veel moeite mee om het goed te begrijpen.
We
weten dat de satan de overste van deze wereld is. en dat wij leven onder de
overheersing van de duisternis. De gelovigen leven als schapen onder de wolven.
We leven in een vervloekte wereld.
De
'overste' van deze wereld is de satan (Johannes
14, 30). Maar de koning van alles is God. God heeft alle macht. Als je daarover gaat
nadenken, dan gaat het je duizelen. God leidt ons, en tegelijk lijdt Hij met ons.
In
verband daarmee komt deze vraag naar voren: wat is de bron van het lijden?
Voor satan is het een manier om de mensen te vernietigen.
Voor God is het een manier om de mensen op de proef te stellen
(Lucas 13, 16), te louteren (Openbaring 3, 18).
Aan de andere kant is het lijden ook een oordeel van God. Satan wil het, en God wil het ook... wat is dat toch ingewikkeld (Hebreeën 12).
In
het Koninkrijk van God is alles anders dan wij om ons heen zien. De eersten
zullen de laatsten zijn, en de laatsten de eersten (Matheus
19, 30). Burgers van het Koninkrijk zoeken niet hun eigen eer, of de eer van
mensen, maar de eer van God (Johannes 7, 18). Als Het Woord van God geen
behoud bewerkt, bewerkt het oordeel. Zij die wijs en verstandig zijn in eigen
ogen kunnen de Heer niet verstaan, maar wie is als een kind heeft daar geen
moeite mee. Paulus: "Als ik zwak ben (afhankelijk van God), ben ik machtig
(in Christus) (2 Korinte 12, 10)". Vriendschap met de wereld is
vijandschap tegen God (Jacobus
4, 4)
Marcus
10, 42-45: "Jezus riep Zijn leerlingen tot Zich en zei tot hen: Gij weet
dat zij, die regeerders der volken heten, heerschappij over hen voeren, en hun
rijksgroten oefenen macht over hen. Zo is het echter onder u niet. Wie
groot wil worden onder u, zal uw dienaar zijn; en wie onder u de eerste wil
zijn, zal aller slaaf zijn. Want ook de Zoon des mensen is niet gekomen om Zich
te laten dienen, maar om te dienen, en Zijn leven te geven als losprijs voor
velen".
Daar
is die tekst dat je eerst het Koninkrijk van God moet zoeken, en al het overige
zal je worden toegeworpen (Matheus 6, 33). Een zekerheid, die Jezus
belooft. Maar daar is ook de moeite van de Apostelen, die ruzie maken over de
vraag wie van hen dan wel de grootste zal zijn in dat Koninkrijk van God (Matheus 18, 1).
Ik begrijp die leerlingen wel, maar ik denk ook: hoe haal je het in je hoofd om
daarover te gaan bakkeleien...
Er
staat ook geschreven: Als je hand je verhindert om het Koninkrijk binnen te
gaan, hak hem dan af. Als je zondigt met je oog, steek het dan uit (Marcus 9, 4348).
Maar
er is ook vergeving, barmhartigheid, liefde en zorg voor de naaste in verband
met datzelfde Koninkrijk.
Zo is er in de Bijbel steeds dat tweezijdige, die twee gezichten van hetzelfde Koninkrijk.
Wat
maakt nu uit wat het Koninkrijk is voor ons, in deze tijd? Als je in het
Koninkrijk bent, dan kun je tegen demonen zeggen: "In de naam van Jezus
Christus: er uit!". En dat wil je ook, dat bewerkt de Heilige Geest in jou. Je
wilt bezig zijn om de daden van het Koninkrijk uit te voeren. Dat hebben wij als
Kerken veel te weinig gedaan. Enkele heiligen hebben zich daarmee bezig
gehouden, toen ze begrepen dat Jezus Zijn volmacht heeft gedelegeerd naar
"de gelovigen (Marcus 16, 17).
De
tijd van het Nieuwe Testament is de tijd van de Heilige Geest. Het is de tijd van de
daden van het Koninkrijk. Vanuit de Geest kunnen wij Christus begrijpen, en Zijn
daden doen.
Israël had de Wet van God gekregen, maar ze dwaalden steeds af. De duivel
hoopte dat God het zat zou worden om dat volk steeds weer in het gareel te
helpen. Dat Hij de mensheid gewoon zou opruimen. Om later misschien nog maar
eens opnieuw te beginnen. Maar God deed dat niet. Hij deed iets anders: Hij gaf
de mensen Zijn Geest.
Dit is essentieel voor het Koninkrijk: ik moet naar God op zoek gaan. Maar we
kunnen God niet vinden; we vinden Jezus. Hij is de enige weg naar God (Johannes 14, 6).
En we vinden God door de dingen te zeggen en te doen die Jezus zei en deed.
Het
Koninkrijk Gods is voor degenen, wier leven vervuld is met de Geest van God. Dat
Koninkrijk wordt in het innerlijk van de mens gevestigd. Ons streven moet er
niet op zijn gericht dat wij in de hemel komen, maar dat er iets van de hemel in
óns komt. Het Koninkrijk heeft dus een geestelijke dimensie, maar zijn
uitwerking is uiteraard in het doen en laten van die mens te merken.
Johannes
3, 3: "Jezus antwoordde en zei:
Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, tenzij iemand wederom geboren wordt kan hij het
Koninkrijk Gods niet zien".
De
mogelijkheid van de inwoning van de Heilige Geest in ons geeft ons ook de mogelijkheid
tot inwoning in het Koninkrijk van God. Wie 'van bovenaf opnieuw geboren is',
heeft toegang tot het Koninkrijk van God.
1
Korinte 15, 50: "Dit spreek ik evenwel
uit, broeders: vlees en bloed kunnen het Koninkrijk van God niet beërven, en
het vergankelijke beërft het onvergankelijke niet".
Romeinen 14, 17-19: "Het Koninkrijk van God
bestaat niet in eten en drinken, maar in rechtvaardigheid, vrede en blijdschap,
door de Heilige Geest. Want wie door deze Geest een dienstknecht is van Christus, is
welgevallig bij God, en in achting bij de mensen. Zo laten wij dan najagen
hetgeen de vrede en de onderlinge opbouw bevordert".
2 Petrus 1, 10-11: "Beijvert u daarom des te
meer, broeders, om uw roeping en verkiezing te bevestigen; want als gij dit
doet zult gij nimmer struikelen. Want zó zal u rijkelijk worden verleend de
toegang tot het eeuwige Koninkrijk van onze Heer en Heiland, Jezus
Christus".
Wie
er NIET binnengaan.
Matheus 5,
20: "Want Ik zeg u: Indien uw gerechtigheid niet overvloedig is, meer dan die van de schriftgeleerden
en Farizeeën, zult gij het Koninkrijk der hemelen voorzeker niet
binnengaan".
Lucas
14, 26: "Als je niet haat vaders en broeders, dan kun
je het Koninkrijk van Gods niet binnengaan".
Wat een rottekst! Bij nader onderzoek blijkt dat 'haten' echter te betekenen: 'achter stellen': het is een oproep om Jezus centraal te stellen in je leven. Om dezelfde reden is het voor de rijke zo moeilijk om binnen te gaan (Matheus 19, 23, Marcus 10, 2425), omdat hij zijn rijkdom centraal stelt in zijn leven.
Een
beeld uit de Tweede Wereldoorlog kan ons helpen bij het bepalen van onze
situatie ten aanzien van Gods Koninkrijk.
Je
had op 6 juni 1944 de landingen in Normandië: D-Day. Toen dat gebeurde wist
iedere generaal: de geallieerden zullen de oorlog winnen. En ze wonnen ook: 8
mei 1945 werd V-Day, VictoryDay. Maar iedereen weet ook, dat de grote aantallen
doden pas zijn gaan vallen na D-Day, tot V-Day. Toen was de ellende overal het
grootst, de nood het hoogst. Omdat ook de Duitsers wisten dat hun zaak verloren
was, werden ze nog veel meedogenlozer, werd hun onderdrukking nog zwaarder.
Je zou de opstanding van Jezus kunnen vergelijken met D-Day. Invasie in het rijk der duisternis. En wie overwinnaar zou zijn stond vanaf dat moment vast. Maar daarna is de duivel pas echt hels geworden. Hij weet nu dat hij nog maar weinig tijd heeft, en zijn aanvallen op de mensheid zijn dan ook heviger dan ooit.
Ik
zat laatst in een druk café in Amsterdam, toen er een jonge vrouw naast me kwam
zitten. En zonder dat ik erom had gevraagd begon ze me al de ellende van haar
jeugd te vertellen: een vader die haar sloeg, een moeder die wegliep, wat al
niet voor toestanden. Ik was totaal verbijsterd: hoe haalt zij het in haar hoofd
om mij al die dingen te vertellen? Ik wist dan ook niet wat ik er mee aan moest.
Dat zei ik haar ook. Ik kon maar één ding bedenken om haar tot bedaren te
brengen, en ik vroeg haar: zal ik met je bidden? Dat wilde ze wel. En midden in
dat café, in het openbaar, heb ik met haar gebeden. En dat kind werd me daar
gezégend....
Kijk,
dat is nou het Koninkrijk van God. Want dat is niet iets van mijzelf of uit
mijzelf. Dat is voor ons mensen heel
moeilijk om te begrijpen. Want de
werken, die Jezus deed, en die wij moeten doen, zijn dus werken die wij absoluut
niet kúnnen doen. En als je denkt dat je het wél kunt, dan ben je verkeerd
bezig.
De
wetten van het Koninkrijk van God zijn dus wetten, die wij niet kennen, die we
moeten leren. Ze zijn anders dan de wetten van onze menselijke natuur, anders
dan de wetten van aardse koninkrijken. Want hier gaat het over de wetten van de
Liefde. Het is onze opdracht om God lief te hebben met heel ons verstand, met
heel ons hart en met al onze krachten. Dat is duidelijk een situatie waar we
naartoe moeten groeien; dat doe je niet zomaar.
Deze
liefde heeft dan ook alles te maken met het 'wederom geboren worden', waarover
Jezus praat met Nicodemus (Johannes 3, 3). Want hoe kan je spreken met
God als je niet 'wederom geboren' bent? Hoe kan je de wil van de Vader kennen
als je geen persoonlijke relatie met Hem hebt?
Het is héél de belofte van het Oude Testament, die in vervulling gaat, als jij 'wederom geboren' wordt.
Zal het Koninkrijk van God bij ons kunnen functioneren?
Het
is de bedoeling van het Koninkrijk dat we via de woorden van Jezus toekomen aan
de daden. Als je weet, dat jij door de Heer bent gered, als je Zijn vrede hebt
in je hart, dan ben je klaar voor een stukje geestelijke oorlog tegen het rijk
van de duisternis. Want de duivel gaat nog steeds rond als een brullende leeuw,
zoekende wie hij zal verslinden (1
Petrus 5, 8).
Je
krijgt soms de indruk dat de leugen overwint in deze wereld. Zelfs theologen
komen met wetenschappelijke bewijzen voor de Evolutietheorie. Wat een waanzin!
Ik noem dat de theologie van de Maggiclub: alles is uit een oersoep ontstaan!
Dat noemen ze wetenschap. Maar het is valse intuïtie.
Intuïtie
en gevoelens zijn veel belangrijker dan je denkt. Ik heb gelezen van een
overtuigd evolutionist in Amerika, een man met titels en een waslijst aan boeken
en publicaties. Zijn dochtertje was ziek. Er is toen een christen gekomen, die
vroeg: mag ik voor je dochtertje bidden om genezing? De vader vond dat goed. En
het kind genas. En de vader veranderde ter plekke van evolutionist in
creationist.
Zo
werkt dat in het Koninkrijk. De satan is machteloos als het Koninkrijk
functioneert. Dat is wat mij zo intrigeert in dat Koninkrijk. De
woorden van het Koninkrijk kennen we allemaal. Maar als we nu ook eens de daden
zouden gaan doen.... dan zal de aarde op haar grondvesten beven....
Maar het lijkt wel of alles steeds minder en dunner wordt.
We
slaan elkaar met de woorden om de oren. De katholieken hebben gelukkig nog wat
symbolen; daar doen ze nog wat met dingen die met het gevoel te maken hebben. Je
hebt helemaal geluk als je in een geloofsgemeenschap zit waar ze nog iets weten
van mystiek, en van geestelijke wedergeboorte. Ik heb het als schokkend ervaren
te ontdekken, dat de Kerk wel zoveel woorden heeft gegeven, maar dat daaruit
maar zo weinig daden zijn voortgekomen.
We
moeten de daden van het Koninkrijk weer gaan doen.
Als
je tot actie overgaat vanuit het gevoel "ik moet iets doen", vergeet het dan maar. Je eerste vraag behoort te
zijn:
Heer, wat wilt U dat ik zal doen"?
Zo
kom je tot stilstand. En in die stilte kan de Heer je laten zien wat Hij wil. Zo
deed Hij het zelf ook: nachtenlang was Hij in gesprek met Zijn Vader in de
hemel. En Hij verzette geen stap als de Vader Hem daartoe niet leidde.
Zo
pakt Hij ook jou aan, als jij wat wilt betekenen voor Zijn Koninkrijk. We hebben
zoveel dingen te doen, we hebben nergens tijd voor. Jezus nodigt ons uit om een
bruiloft met Hem te vieren. En wie komt? Geen mens! Niemand! We zijn allemaal te
druk....
Wij
zijn niet gewend te leven en te handelen vanuit de principes van het Koninkrijk
van God. We hebben daar grote moeite mee. Wij zijn geneigd om te vuur en te zwaard te werk te gaan, met betogingen en petities.
Wat we nodig hebben is de Geest van 1 Corinthe 13, de liefde.
Dan
ga je dingen doen waarbij je jezelf bijna belachelijk gaat vinden; dan ga je midden in een Amsterdams café met iemand bidden. Dan roep je genezing uit over een ziek meisje. Of je gaat meelopen in een Mars voor Jezus. Of je gaat met vlaggen zwaaien tegen een occulte manifestatie.
Romeinen
8, 18-19: "Want ik ben er zeker
van, dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de
heerlijkheid,
die over ons geopenbaard zal worden. Want met reikhalzend verlangen wacht de
schepping op het openbaar worden der zonen Gods".
We
leven in de tijd van de invasie van het Koninkrijk van God in het rijk van de
satan. Dat gegeven kleurt ook heel onze toekomstverwachting: we verwachten dat
de Heer bij wijze van spreken morgen terugkomt. Er komt een overwinnend leger
van de Heer, die alle machten en krachten van de duisternis al definitief
verslagen heeft.
Maar
daarbij is ook dat harde woord van Jezus: "Als je niet doet de wil van de
Vader, dan kun je Mijn Koninkrijk niet binnengaan". Dan kun je wel roepen
"Here, Here", en van alles theologiseren, maar daarmee kom je er niet
in. Uit het doen van de wil van God blijkt jouw relatie met Hem.
We
dienen ons te bezinnen op onze uitsluitende afhankelijkheid van God; we zijn als
zuigelingen, we kunnen niets. En aan de andere kant die totale macht van God,
die ons beschermt, die voor ons uit gaat. Je bent absoluut veilig. Maar je kunt
het woord 'angst' pas schrappen als er aan de andere kant vertrouwen is. Je kunt
pas functioneren in het Koninkrijk als je je als een zuigeling zo afhankelijk
weet van je hemelse Vader. Dat moeten we allemaal leren, dat kost ons moeite,
dat gaat in tegen onze natuur.
Maar
we kunnen ALLES, met Hem.
Mw.
Joosten: Onlangs is in Oudewater op een nieuwe rotonde een kunstwerk
onthuld, voorstellende twee heksen die op een bezemsteel rondvliegen. Oudewater
is bekend vanwege haar Heksenwaag, de enige waag waar in vroeger tijden bij het
wegen van van hekserij beschuldigde vrouwen niet geknoeid werd met de gewichten.
Het symbool van Oudewater is feitelijk de eerlijkheid, maar de laatste jaren is
de nadruk steeds meer komen te liggen op de figuur van de heks en de magie. Er
zijn verschillende protesten gekomen tegen dit 'kunstwerk', maar de zaak was al
lang geregeld voordat het in de publiciteit gebracht werd.
Toen hebben een aantal mensen uit Oudewater besloten om die rotonde te claimen
voor de Heer. En om Oudewater te beschermen tegen occulte machten, die zich via
zo'n occulte voorstelling aldaar snel op hun gemak zouden kunnen voelen.
Op een avond, tegen 11 uur, zijn we met een klein groepje 7 keer biddend die
rotonde rond gelopen. We hadden ook een paar vlaggen bij ons. Een en ander liep
toch in de gaten, en er kwamen ook wat onaangename reacties van voorbijgangers.
Maar toch waren wij van mening dat God dit gebaar van ons vroeg. Voor de wereld
waren we een ergernis, en zelf voelden we ons ook behoorlijk opgelaten.
Hr.
Maris: Ongetwijfeld is het Koninkrijk van God al midden onder ons. Maar het
heeft niet de vorm van het Paradijs, waar we kunnen uitrusten. Het klopt niet
met de belofte van vrede; dat slaat op de toekomst, als de lam en de leeuw weer
naast elkaar zullen grazen. Als je nu iets voor God mag doen, reken er dan maar
op dat de wereld je dat niet in dank zal afnemen.
Pater
Amedeus: In mijn bediening is hoogmoed het grootste gevaar. Ik heb daarom de
Heer gevraagd om mij nederig te maken, totaal afhankelijk van Hem. Dan zou ik de
shalom gevonden hebben, dacht ik. Maar de Heer zei: "Nee. Je leven lang zul
je te strijden hebben tegen de verleiding van hoogmoed". Dat is de praktijk
van ons leven. In Christus zijn we al overwinnaars, maar hier op aarde hebben we
onze eigen overwinningen nog te bevechten.
Hr.
Maris: Maar ook in jezelf is die strijd. Er is een universele oorlog tussen
God en de Satan, en dat vind je in alles terug, ook in jezelf. Je kunt het
Koninkrijk van God zien buiten in de natuur, en het ervaren in jezelf. Maar in
die prachtige natuur geldt de wet van "eten en gegeten worden". In
jezelf heerst soms het egoïsme boven de naastenliefde, en de hoogmoed zegeviert
over de nederigheid. Tegelijk heeft God de eindoverwinning al lang behaald.
Pater
Amedeus: Daarom herinnert Jezus ons er 7 keer aan dat we waakzaam moeten
zijn. Je kunt nooit zeggen: ik ben
er, ik heb die deugd onder de knie. Want op het moment, dat je dat zou zeggen,
is het al niet meer waar.
Hr.
Maris: Toch zijn er mensen die deze dubbele werking van het Koninkrijk
dóór hebben, en daarom niet panisch gaan reageren. Zo'n voorbeeld is voor mij
Teresa van Avilla, een katholieke heilige. Zij heeft geschreven in "Het
kasteel van de ziel" goed beschreven wat ons afhoudt van
het Koninkrijk. Dat zijn die kleine vervelende dingen, die zonden. Maar als je
die overwint, dan heb je een leven als Jezus. Teresa van Avilla heeft echt
geweldige wonderen en tekenen ervaren.
Ik denk dat de wetten in Gods Koninkrijk het omgekeerde zijn van onze wetten.
Als jij je machtig voelt, dan ben je voor God onmachtig en onbruikbaar. Maar als
je je afhankelijk opstelt, je eigen onmacht erkent, dan ben jij machtiger dan
alle duivels en demonen bij elkaar.
Een vriend van mij zit in de Dienst van Genezing. Maar het is daar tobben
geblazen. En hij vroeg zich af: waarom lukt het nou niet? En hij zei tegen de
Heer: "Wat is dat nou toch vervelend met dat Koninkrijk van U: er zijn
zoveel beloftes voor 'de gelovigen', maar het werkt nauwelijks"....
Toen kreeg hij een visioen van honing. Het droop in grote hoeveelheden van de
hemel naar de aarde. Zo is de genade van God: er is meer dan genoeg voor
iedereen. Je hoeft je hand maar uit te steken. Zoveel macht is er "in
Christus".
Ik denk aan dat vrouwtje dat ging evangeliseren in Brazilië, Betty Smith. Een
heel kinderlijk vrouwtje, dat niks kon. Maar als ze ging preken: toestanden!
Wonder op wonder! Aan de ene kant moet je lam blijven, en aan de andere kant
moet je tegelijkertijd leeuw zijn.
Dr.
Zuidema: Toen Jezus de Heilige Geest had ontvangen bij Zijn Doop in de Jordaan
ging Hij eerst 40 dagen vasten in de woestijn.
Pater
Amedeus: Jezus heeft gezegd: "Waar twee of drie in Mijn naam bij elkaar
zijn, daar ben Ik in hun midden (Matheus 18, 20)". Dus:
"Hartelijk welkom, Heer! Al zien we U niet, U bent hier met al Uw liefde en
met al Uw zorg. Wij stellen heel ons vertrouwen in U, Heer, want zonder U kunnen
wij niets doen. Maar U bent hier in ons midden met al Uw macht, dus, ga Uw gang,
Heer! In U zijn wij sterk"....
Als je echt gelooft in de macht en de liefde van de Heer, en je geeft alle eer
aan Hem, dan kan Hij door jou werken.
Hr.
Maris: Ik heb me dezelfde vragen gesteld ten aanzien van mijn kinderen, en
mezelf de nodige verwijten gemaakt. Ik was voor mijn werk heel vaak weg. Maar ik
heb antwoord gekregen van de Heer. Hij zei letterlijk: "Het geloofsleven
van jouw kinderen in Mijn zaak".
Het probleem is dat wij de dingen zelf willen doen. Wij willen alsmaar dat
Koninkrijk vestigen. Maar wij moeten niets doen! God vestigt Zelf Zijn
Koninkrijk op aarde.
Pater
Amedeus: Wij kunnen God niet voor ons wagentje spannen. God zal zeker gehoor
geven aan ons gebed. Maar Hij doet dat op Zijn tijd, op Zijn manier. Wat
(achteraf) altijd blijkt te zijn de beste tijd en de beste manier voor die
persoon in die situatie.
Hr.
Maris: Dat zie je ook bij Teresa van Avilla. In haar boek klaagt ze pagina's
achter elkaar over een stuk woestijn in haar leven, waar alsmaar niks gebeurt,
terwijl ze lichamelijk ook steeds krakkemikkiger wordt. Maar dan opeens slaat
het om, en gebeuren de wonderen op rij. Daar zit een proces van inkeer in
verwerkt; daarom vond ik die 40 dagen woestijn van Jezus ook zo geweldig. We
moeten allemaal een keer door zo'n periode heen, als we tenminste iets willen
begrijpen van wat God wil.
Hr.
Guyt: Het is een strijd om niet te strijden. Dat klinkt heel raadselachtig,
maar je begrijpt wel wat daarmee wordt bedoeld. Het houdt niet in dat je passief
bent, juist niet. Maar je weet je in alles afhankelijk van God.
Hr.
Maris: Ik heb dat als angstig ervaren. Op een bepaald moment zeg je tegen
God: Goed, ik ga nu alleen maar doen wat U wilt. En op datzelfde moment word ik
bang. Want ik heb hier toch mijn werk en mijn huis, en misschien zegt de Heer
morgen tegen me dat ik naar Zimbabwe moet gaan. En over 4 jaar word je omwille
van je geloof vermoord. Meteen daarna denk ik dan weer: wat is dat nou voor
flauwe kul, waar komt die gedachte vandaan?
Pater
Amedeus: Als ik me ga voorbereiden op een preek, dan schrijf ik nooit wat op
papier. Dat deed ik vroeger wel, totdat de Heer eens tegen me zei: "Ik wil
dat jij een gordijn bent, want ik opzij kan schuiven om Zelf naar de mensen toe
te gaan". En dat is het natuurlijk! Al te vaak zijn onze preken gebaseerd
op onze aangeleerde systemen van denken, op onze theologische voorkeuren. Maar
als je daaraan vasthoudt, als er voor de H.Geest geen ruimte is, dan sta je de
Heer eigenlijk alleen maar enorm in de weg.
Hr.
Maris: Hoe zouden wij als Werkgroep iets kunnen doen of stimuleren, waardoor
die daden en die woorden van het Koninkrijk weer bij elkaar komen? Zijn wij zo
geestelijk dat wij die antenne richting God hebben, waardoor we Zijn wil
verstaan? Kunnen wij functioneren in een stuk bevrijding van demonie, van
genezing, inzake vergeving? Bevrijding van New Age-denken?
Hr.v.Meurs:
Ik zie hier niet een taak voor ons als groep. Teresa van Avila werkte ook
alleen, Paulus ook. Wat wij wel kunnen doen is elkaar bemoedigen om als eenling
in zo'n bediening te gaan staan. Zonder enige euforie, maar wel met je
persoonlijke getuigenis.
Hr.Guyt:
Dat betekent dat je alleen van God afhankelijk bent, en niet kunt terugvallen op
de groep. Als groep krijg je al gauw dat gevoel van 'wij met elkaar' zullen dat
wel even opknappen. En zo werkt het nou net niet. Bovendien hebben deze
bedieningen alles te maken met jouw persoonlijke geloof. Dat persoonlijke geloof
van jou laat jou bepaalde dingen zien, en uit zich in daden.
Pater
Amedeus: Ondanks ons geloof is daar ook altijd de twijfel. Dan past ons het
woord van die vader van dat zieke kind: "Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof
te hulp (Marcus 9, 24)". Daarop kreeg hij direct het geloof om
genezing van zijn dochter te ontvangen. Zonder geloof kunnen we God niet
behagen. En als we bidden overeenkomstig Gods wil, zijn we al verhoord voordat
we uitgesproken zijn.
Hr.
Maris: Dat is heel essentieel. Als ik kijk naar ons als groep, dan gaan we
meteen denken aan actie. Nee! Waar ik aan denk is: hoe kunnen we elkaar helpen
te leven in afhankelijkheid van God? Om zelf niks te kunnen. Om aan de ene kant
lam te zijn, en aan de andere kant leeuw. Dat kun je niet als groep. Wij moeten
leren niet op de groep te rusten, maar op die Ene Heer. En dat is zo anders dan
we gewend zijn. We zijn opgevoed in de massa.
Dr.
Zuidema: En in die massa voelde je je volkomen verloren; je was daar zo
eenzaam als maar mogelijk is. Als je met een goede kennis ging, dan had je nog
wat aanspraak aan elkaar. Tenzij je er achter kwam dat Jezus er altijd is, ook
bij jou. En dan voelde je je opeens niet eenzaam meer.
Hr.
Maris: Waar wij vooral behoefte aan hebben, dat zijn mensen, die dat
Koninkrijk van God kunnen uitleggen. En waarom dat vaak zo moeilijk is. In onze
individualiteit als kinderen van God zijn wij aan de ene kant lam, en aan de
andere kant echte leeuwen. Want als je in de wil van God staat, individueel, als
je leert alleen te lopen met God, dan ben je machtig!
Hr.
Westereng: Een goede gedachte. Maar ook hier ligt het gevaar op de loer dat
we de dingen in eigen kracht willen organiseren en uitdragen. Ik praat wel eens
met jongeren in een café, en als ze merken dat ik christen ben krijg je direct
reacties als: "Ben jij er ook al zo een"; en: "Dat had ik niet
achter jou gezocht". Dan kun je gaan vertellen over de Bijbel, en teksten
citeren, en vertellen van je eigen ervaringen. Maar je ziet ze dan denken:
"Ja, dat zal wel fijn voor jou zijn, maar mij zegt het niets". Je
verplettert die mensen dan bijkans onder jouw goede bedoelingen, onder jouw
goede werken.
In de Kalverstraat kun je een kerk binnengaan, een kwartier voor God. Daar is
bijna nooit iemand, en er is evenmin iemand met wie je kunt praten. Toch doet
het je goed, even uit de drukte van de dag te zijn. En als je dan weer buiten
komt, voel je je gesterkt, rustiger, je kunt het leven weer aan.
Hr.
Maris: Ik heb een collega die kanker heeft. En ik had zoiets in me van: je
moet met hem bidden om genezing. Maar toen ik hem in de gang tegenkwam, deed ik
dat niet. Ik schaamde me ervoor om dat daar zomaar te doen. En later heb ik me
behoorlijk rot gevoeld vanwege die laffe houding. Ik heb daar maanden mee
getobd. Gelukkig is God barmhartig, want het is helemaal goed gekomen met mijn
collega. Maar het is zo tegen onze natuur om dat soort dingen te doen, om dat
Koninkrijk op die manier te laten zien. Jezus deed het ons voor. Dat deed Hij
met de bedoeling dat wij het ook zouden gaan doen. Op dit punt zie ik voor deze
Werkgroep een groot terrein braak liggen.
Hr.
v.Meurs: Ik zie daarin het gevaar dat je een veel te grote spanning opbouwt,
een te hoog voltage, als je je gaat begeven op zulke grote hoogten. Er moet toch
ook een bruikbare wisselstroom zijn, die wij kunnen hanteren. Deze zaken mogen
we rustig bekijken, zonder in euforie te geraken. En intussen wel gewoon
doorgaan om als christen te leven, om er "te zijn" voor de mensen om
ons heen in de gewone dagelijkse dingen.
Hr.
Westereng: Dit is de bekende worsteling met een markante bediening.
Hr.
Maris: Ik denk eigenlijk dat wij zo'n worsteling niet hoeven te doen, dat
wij evenmin een probleem hebben met een te hoge spanning. De deuren gaan open
als God zegt: Komaan, we gaan de deuren open doen!
Hr.Guyt:
Ik ken dat gevoel. Wij staan regelmatig bij paranormaal beurzen om de mensen
iets te vertellen over het geestelijke gevaar, dat ze daar lopen. Dan sta je
daar buiten, een paar mensen in die massa, en je voelt je klein en nutteloos.
Anderen zeggen: je lijkt wel gek om dat te doen. Je weet dat je dit gebeuren
niet in eigen kracht aankunt. En je vraagt je af: "Wanneer gaat God nou
eens wat doen"?
Hr.
Maris: De vraag is dus: zijn wij bereid om dwaas te zijn voor God?
Hr.v.Meurs:
In Efese werden op een gegeven moment de toverboeken verbrand. Ik vraag me af:
hoe is Paulus daarbij te werk gegaan? Ik denk niet dat hij naar een bijeenkomst
van tovenaars is gegaan. Ik denk dat hij gewoon het Evangelie heeft verkondigd,
en dat de inwoners van Efese daardoor zodanig zijn overtuigd door de H.Geest,
dat ze het heel logisch achtten om zich nu van die toverboeken te ontdoen. Zo
zie ik dat ook ons christelijk leven vrucht zal dragen als we dat in de praktijk
vóórleven.
Hr.
Maris: Ik denk dat we eerst dat woord 'moeten' aan de kapstok moeten hangen.
Want daarmee ga je jezelf opjagen. Als je met Jezus meegaat, dan is er sprake
van 'wandelen'. Geen druk, geen haast, geen 'moeten'. Aan de andere kant: ik heb
in Amerika met mijn joodse vrienden de synagoge bezocht. En daar dacht ik: Heer,
wat moet ik hier doen? Ik weet zeker dat God tegen me zei: getuigen. Maar ik heb
het niet gedaan, ik schaamde me dood....
Pater
Amedeus: Ik kreeg eens het volgende woord van de Heer: "Voordat Ik kom,
met de wan in Mijn hand, om Mijn dorsvloer grondig te zuiveren, wil Ik, dat gij
Mijn getuigen zijt. Getuigen moet gij, maar met in uw hart de liefde van de
Goede Herder. Getuigen moet gij, te pas en te onpas, en Mijn Geest zal met u
zijn". Als een woord je zo duidelijk bijblijft, je leven lang, inclusief de
punten en de komma's, dan is het een woord van de Heer.
Hr.
Westereng: Maar op een gegeven moment zie je Jomanda 'life on satelite'. En
dan denk je: daar moet toch wat tegenover staan... Die dadendrang blijft in ons
zitten.
Dr.
Zuidema: Mijn zoon gaat van tijd tot tijd mee met de mensen van "Naar
House", om die stukgeslagen punkers op te vangen na zo'n houseparty. Ze
staan daar dan met een dubbeldekkerbus, en krijgen een paar van die jongelui
binnen. Ik ben dan stomverbaasd: zoveel moeite doen voor zo weinig mensen. Dan
zegt mijn zoon: Pa, je moet die hoogmoed van je eens leren afleggen. En dan zeg
ik: Heer, dank U wel. Nu leer ik van mijn zoon.
Mw.
Joosten: God heeft ons allemaal verschillende taken en bedieningen gegeven.
Maar als je een leraar de taak van een evangelist geeft, dan word dat een ramp.
Je kunt je gemakkelijk aangesproken voelen door een geweldige bediening,
behangen met succesverhalen, en zeggen: dat wil ik ook. Dat streelt onze
eerzucht. Maar het is veel beter dat ieder blijve in de bediening, die God hem
of haar gegeven heeft. Zo hebben we elkaar nodig.
Hr.
Maris: De nood is hoog, in alle Kerken. Ook in de Evangelische Gemeenten,
waar de bijbelkennis net zo bedroevend laag is als elders. Als ik kijk naar het
Koninkrijk van God, dan ben ik gefascineerd door die geweldige macht, die God
heeft. Hij is de Almachtige. Hij beveelt het vuur uit de hemel en de stormen op
zee. Het valt me op dat Hij het meeste kan doen in ons op momenten die wij niet
hebben gepland of georganiseerd. Wij houden Diensten en verzorgen lezingen, en
er gebeurt niets. Maar net als wij er niet op bedacht zijn gebeuren er wonderen.
Alsof God wil zeggen: niet JIJ bepaalt wat er zal gebeuren, noch hoe of wanneer,
maar IK. De zaak van het Koninkrijk lijkt een verloren zaak te zijn zodra WIJ
het gaan organiseren.
Mw.
Joosten: Toch is het ook nodig dat de dingen worden georganiseerd. Mijn
dochter heeft organisatorische talenten; zij organiseert grote conferenties. En
zij is tot de ontdekking gekomen dat priesters en dominees driekwart van hun
tijd bezig zijn met zaken, die absoluut niet horen bij hun bediening.
Hr.
Maris: Precies! Deze mensen zijn voortdurend bezig met anderen op te porren
om dingen te doen "voor de Kerk". Om het systeem overeind te houden.
Maar de grote nood van de mensen zit van binnen: het vacuüm in hun
hart....
In de Kerk behoort het te gaan om het kennen van God. Om een persoonlijke
relatie met die almachtige God. Daar ligt het grootste manco van de Kerken in
deze tijd. We moeten niet denken dat er wat gebeurt door onze studies of door
onze speeches. Er gebeurt alleen maar iets als ik in mijn binnenkamer ga, om
mijn Heer en God te ontmoeten, om Hem te vragen naar Zijn wil.
Pater
Amedeus: Ik vergelijk ons geestelijk leven wel eens met een straaljager. Er
moet een tractor aan te pas komen om dat ding uit zijn hangar te trekken. En dan
staat ie daar log en vormeloos te wezen, zodat je gaat denken: moet dat de lucht
in? Tenslotte slaat die motor dan aan, hij begint zijn aanloop en stijgt op.
Maar die aanzet, dat is maar moeizaam.
Dr.
Zuidema: Ik heb er moeite mee om een persoonlijke relatie te hebben met God.
Toch is dat het geheim van het Koninkrijk. Abraham ontdekte dat als eerste, en
hij heet daarom de 'vader van alle gelovigen'. Dat geheim is door alle
generaties heen doorgegeven. Maar voor mij is God eeuwig, almachtig, heilig,
barmhartig, maar ook niet te begrijpen. Op dat punt kan ik me beter vinden in
Jezus.
Hr.
Maris: Jezus heeft gezegd: "Ik en de Vader zijn één". Maar het
begrijpen van God is onmogelijk (Psalm 139, 6). Wij kunnen ons een
voorwerp voorstellen in 3 dimensies: hoogte, breedte, diepte. Maar als daar de
dimensie 'tijd' bij komt, dan begrijpen we het niet meer.
Dr.
Zuidema: Ik kan Jezus ontmoeten als mens. Het is voor mij veel gemakkelijker
om me God voor te stellen in de gestalte van een mens. Je praat toch tegen
iemand, je praat toch niet tegen de lucht?
Hr
Guyt: Wij hoeven ons van God geen voorstelling te maken. Het gaat om Zijn
wezen. Als met iemand spreekt door de telefoon, dan hoef ik toch ook niet te
weten hoe die ander er uitziet?
Pater
Amedeus: God is Vader, Zoon en Geest, dat zijn drie Personen, zo ontzettend
hartelijk en liefhebbend....
Hr.
Maris: Als ik denk aan die enorme heiligheid van God, dan denk ik: daar kan
ik nooit deel aan hebben. Dan heb ik de neiging om weg te kruipen. Dan durf ik
bijna niet te bidden. Aan de andere kant mag ik ook weten dat Hij die ontzettend
hartelijke Vader is, die echt van mij houdt, die mij uitnodigt, en die me mijn
zonden vergeeft. Dat is ook een heel belangrijk facet van het Koninkrijk.
Hr.
Guyt: Er zijn verschillende niveaus of dimensies, waarop het Koninkrijk van
God werkzaam is:
Het Koninkrijk binnenin je, op persoonlijk niveau.
Het Koninkrijk van God in de Kerk.
Het Koninkrijk van God in de maatschappij (vrede op aarde).
Het Koninkrijk van God in heel de schepping (het opheffen van alle milieuvervuiling, herstel van de oorspronkelijke schepping). Heel de schepping wacht op het openbaar worden van de zonen Gods (Romeinen
8, 19).
Hr.
Maris: Het Koninkrijk van God kan niet doorbreken tenzij het oude sterft en
het nieuwe aanbreekt. En wij hebben een hekel aan dat sterven. We kunnen er nu
al zo van genieten, van de bloemen, de wolkenluchten, medemensen.
Er zijn mensen die menen, dat je de wereld kunt redden door maar niet meer te
genieten van al die zegeningen. Die gaan zich in ascese van alles ontzeggen. Ik
zie dan pilaarheiligen in de hitte van de woestijn, of boeddhistische monniken
in de kou op de hellingen van de Himalaya. Ze zitten te wachten, weten zelf vaak
niet waarop.... Maar er zou wel eens een openbaring kunnen komen als ze de
wereld en haar verlangens afwijzen.
Hr.
Kuizenga: Ik heb van jongs af aan altijd te horen gekregen dat het
Koninkrijk van God uitsluitend iets geestelijks zou zijn. Als je dood gaat
stijgt je ziel op naar God, en dat is het dan wel zo ongeveer. Daarin speelt het
dualisme van Plato een rol, die het lichamelijke zag als het lagere, en de ziel
als het hogere. Dat denken heeft een plaats gekregen in de Kerk, met name in het
ascese-denken voorafgaande aan de ontwikkeling van kloosters en van het
verplichte celibaat.
Ik ben nu zo langzamerhand wel genezen van dit platonisch denken, en daarom
spreekt me de veel ruimere opvatting van Piet Guyt wel aan: het Koninkrijk van
God beweegt zich op alle niveaus van het bestaan. Het heeft ook heel aardse
aspecten. God vernietigt Zijn schepping niet, die wordt mede opgenomen in Zijn
reddingsplan.
Hr.
Maris: Deze aardse werkelijkheid is maar een schaduw van wat het eens
geweest is, en eens weer zal zijn. Als het over het Koninkrijk van God gaat, dan
blijf je van de ene verbazing in de andere rollen. Waarom houd God van ons? Wat
wil Hij nou van ons?
Pater
Amedeus: God is Liefde, en liefde kun je alleen maar kwijt door het te geven
aan een ander. Daarom heeft Hij engelen en mensen geschapen. En God wil Zich
helemaal aan ons geven.
Stel
je dat eens voor: die grote, heilige en almachtige God, en dat kleine beetje dat
ik ben. En Hij gaat mij optillen naar Zijn niveau, waar we Hem kunnen kennen
zoals Hij is, alleen maar om Zijn liefde aan mij kwijt te kunnen...
Hr.
Maris: Die kosmische gedachte, dat is de nieuwe schepping. Ik moet er niet
aan denken dat ik in mijn aardse leven al op dat niveau zou zijn.
Pater
Amedeus: Het huwelijk is een volmaakt beeld van die toekomstige situatie:
Jezus als de Bruidegom, en wij als Kerk Zijn bruid.
Hr.
Maris: Als protestant word je nooit op emotionele wijze geconfronteerd met
het kruis. Wel verbaal, in de verkondiging, maar het kruis is leeg. De
symbolische, niet-verbale betekenis daarachter, is ons nagenoeg onbekend.
Pater
Amedeus: Het kruis is de ultieme uitdrukking van de liefde van God voor
ieder van ons persoonlijk. Jezus was God en mens tegelijk, en daardoor hebben
ook Zijn menselijke handelingen een eeuwigheidswaarde.
Als
reactie op hetgeen Jezus voor ons heeft gedaan worden wij opgeroepen om Hem op
onze beurt ook lief te hebben: met heel ons hart, met heel ons verstand en al
onze krachten.
Op
grond van datzelfde kruis krijgen wij ook de volmacht om te treden op slangen en
schorpioenen, om demonen in de naam van Jezus er uit te gooien. Zo werkt onze
verbondenheid met Jezus reinigend en verlossend door in onze eigen leefomgeving,
als voorproefje van wat straks komen zal.
Hr. v.Meurs: In dat verband vind ik het zendingsbevel erg belangrijk. Maar we moeten oppassen voor een voorwaardelijk geloof. Zo in de trant van: ja, ik wil wel geloven, als God eerst dit of dat in de schepping of in de maatschappij herstelt. Voor ons geldt: "Al zou de vijgenboom niet bloeien, toch zal ik juichen in de Heer (Habakuk 3, 17-18)".
Maris:
"Zoek eerst het Koninkrijk van God, en al het overige zal je bovendien
geschonken worden". Als er iets is waarover ik in deze groep zou willen
praten, dan is dat het Koninkrijk van God. Wat is dat nou precies? Ik noem dat
wel eens: overdreven positief.
Mw.
Joosten: Ik ben bezig met een studie over dit onderwerp, met name over onze
volmachten daarin. Dat is buitengewoon boeiend, want je leert iets te zien
achter de normale betekenis van een woord. Zo is een berg in veel gevallen
gewoon een berg, maar het kan ook de betekenis hebben van een geestelijke
afbraakmacht. "Indien gij tot deze berg zegt: hef u op en werp u in zee,
het zal geschieden (Matheus 21, 21)". Een merkwaardige tekst als je die
naar de letter leest. Maar het is eigenlijk een uitnodiging van de Heer om
gebruik te maken van onze volmachten om demonische machten uit te werpen. Maar
wij maken nauwelijks gebruik van deze gaven.
Joosten:
Een tekst die mij in dit verband waar ik vragen bij heb is deze: "Wie in
Mij gelooft, de werken die Ik doe zal hij ook doen, en grotere nog dan deze (Johannes
14, 12)". Als je daar over nadenkt, dan krijg je toch zoiets als 20.000
volt in handen...!
Pater
Amedeus: Maar hoeveel mensen geloven dit woord nou nog? Als je bid met
geloof zul je zeker worden verhoord. Dat is niet altijd gemakkelijk, maar
hierbij helpt mij dan het verzoek van de vader van de bezeten zoon in Marcus 9,
24: "Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp".
van
Dijl: Ik denk dat ik maar gewoon door moet gaan met de dingen, die op mijn
weg komen. Je bid ervoor, en je gaat verder.
van
Ginkel: Psalm 23 zegt: De Heer is Mijn Herder, mij ontbreekt niets".
Zelfs niet als je door een dal van diepe duisternis gaat. Het omgekeerde is
evenzeer waar: als de Heer je ontbreekt, dan heb je niets...
Maris:
Het is alsof Jezus zegt: Ik heb alle macht, en als jij in Mij gelooft heb jij
ook alle macht. Het is verbazend positief.
van
Dijl: Ik ben op een bijeenkomst geweest, die was georganiseerd door de
Internationale School van het Gouden Rozenkruis. De spreker etaleerde het nodige
aan systemen om tot levensvervulling te kunnen komen. Toen er gelegenheid was
om vragen te stellen heb ik opgemerkt, dat ik die levensvervulling al had
gevonden in mijn leven als wedergeboren christen. Later sprak ik nog even met
die man. Hij typeerde Paulus als een gnosticus. Ik heb hem toen gevraagd wat hij
verstond onder het begrip 'zonde'. Maar daar heeft hij zich toen met wat
algemene vaagheden van af gemaakt.
Maris:
Er zijn in die eerste eeuwen van het Christendom ontzettend veel dwaalwegen
bewandeld, er zijn valse evangeliën gekomen, gnostische geschriften, valse
christussen, wat al niet. Soms vraag ik mij wel eens af: hoe weten wij nou dat
wij de echte Jezus hebben?
van
Dijl: Als ik praat met die jongelui, die naar Houseparty's gaan, dan blijkt
dat ze over zaken van Kerk, geloof en Bijbel absoluut niets weten. Misschien is
zo'n gesprekje met ons voor hen de eerste ontmoeting met christenen.
Maris:
Ik vind het ontzettend wat er met onze jeugd gebeurt. De leegte waarin ze
opgroeien. Er is niets anders voor hen, daarom trekt zo'n evenement zoveel jong
volk. Er is zoveel onverschilligheid, zoveel apathie, depressiviteit, een geest
van "het is toch allemaal nutteloos". De jeugd is zo hongerig naar een
zinvolle boodschap...
Mw.
Joosten: De Kerk heeft onvoldoende antwoord gegeven op de vragen, die bij
deze jeugd leven. En daarbij sluit ik de Pinkster en Evangelie Gemeenten in.
Die hebben hun jeugd wel gewaarschuwd, maar hen niet weerbaar gemaakt.
Guyt:
De jeugd moet in eerste instantie worden beschermd, omdat ze tijd nodig hebben
om te groeien, om weerbaar te worden, om er op uit gestuurd te kunnen worden.
Anders overleef je een strijd met demonische machten niet.
Ds.
de Nooy: Ik werd uitgenodigd voor een 2-daagse conferentie onder de naam
"Dialoog tussen Vis en Waterman". Dit wordt georganiseerd door de
Samen-Op-Weg Kerken, onder leiding van Prof. Theo den Heijer, hoogleraar
Theologie in Kampen.
Twee
groepen sprekers gaan de dialoog aan: de ene groep pro New Age, de andere groep
min of meer anti. In de pro-groep zitten o.a. Henk Bienefeld (van de uitgeverij
Ank-Hermes), Hans Stolp (ons allen welbekend), ene professor Kees Heyer, Wouter
Hanegraaff (godsdienstwetenschapper), Karen Hamaker (astrologe), Jacob
Slavenburgh (ook welbekend). Het geheel staat onder leiding van Dolly van
Leeuwen.
Pater
Amedeus: Ik vergelijk deze New Agers wel eens met afval eters. Dat zijn die
lui, die in hun levensonderhoud moeten voorzien met de inhoud van vuilnisbakken.
Alles, wat de Kerk in de loop der eeuwen aan vals evangelie en ketterij in de
afvalemmer heeft gedeponeerd, dat gaan deze figuren er weer uit opvissen....
Ds.
de Nooy: Het beroerde is dat elke inschrijver zich verplicht om deel te
nemen aan de workshops met praktijk... Er is een workshop over muziek met
helende klanken. Ene pater Leo de Jong O.P., pastor in Rotterdam, doet de
workshop "Gebed in beweging". Er is een workshop
"Boeddhistische zitmeditatie". Ene Annemarie Joosten geeft
"creatieve dans". Dat zijn activiteiten, waar je aan MOET deelnemen.
De uitgangspunten zijn: Wat moet er in een dialoog worden nagestreefd? Ten
eerste: wederzijdse acceptatie en inspiratie. Ten tweede: openheid, de
bereidheid om naar elkaar te luisteren; vooroordelen over en weer wegnemen; een
stem proberen te geven aan al die mensen die nu niet worden gehoord.
van
Ginkel: Zoals dat geformuleerd staat is het niet bijbels.
Ds.
de Nooy: Ik denk ook niet dat dit een echte dialoog is. Dit is
eenrichtingsverkeer onder een dekmantel.
van
Dijl: De verzoening door Jezus Christus komt niet aan de orde. Daar gaat dit
verhaal niet over. En dat zou in een dialoog van Christenen met andere religies
toch bovenaan de vragenlijst behoren te staan. Dit klinkt veel te veel in de
richting van syncretisme. Dit zijn de onderwerpen: Is Jezus de enige weg naar
God? De manier waarop men God beleeft. Iets over bijna-dood ervaringen. Wat is
de verzoening door Christus met God? Wat is de mens ten diepste? Wat is de
wereld: schepping van God of illusie? Wat is het doel van het leven op aarde?
Mw.
Guyt: En dat wordt uitgelegd door New Age mensen. In welke sfeer wordt zo'n
bijeenkomst dan gehouden, en vooral: in welke geest?
van
Dijl: Toch is het belangrijk om daar naar toe te gaan. Want het weerwoord,
wat jij eventueel kunt geven, kan de doorslag zijn voor zes andere mensen om tot
geloof te komen.
Maris:
Je moet je niet afvragen of je daar moet zijn: je bent er. Er kan geen sprake
meer zijn van een discussie: zullen we wel of zullen we niet. Als jij wat te
vertellen hebt, dan moet je er zijn. Er zal voor je gebeden moeten worden, je
moet God om een openbaring vragen om dingen te zeggen.
Ds.
de Nooy: Met andere woorden: biddend moet ik de Heer vragen wat ik moet
doen. Als deze zaak mij op het hart blijft liggen, ga ik er heen, en vertel wat
ik moet vertellen.
Pater
Amedeus: Toen ik pas priester was bereidde ik mij altijd geweldig goed voor
als ik moest preken. Maar op een dag zei de Heer tegen mij: "Ik wil dat jij
zult zijn als een gordijn, wat Ik opzij kan schuiven". Met andere woorden:
wil je Mij de kans geven om door jou heen te spreken, ook al staat dat niet in
jouw draaiboek. Sindsdien heb ik geleerd om op de Heer te vertrouwen als ik
moest spreken. Ik bereid mij wel voor in gebed, maar niet meer op schrift.
Ds.
de Nooy: Dat staat ook in het Woord: als je voor de overheden komt te
staan, maak je niet druk over hetgeen je moet zeggen, want de H.Geest zal je je
op dat moment ingeven (Lucas 12, 11-12).
Mw.
de Nooy: Wij zijn onlangs vanuit het hoge noorden naar Rotterdam-Noord
gekomen, waar mijn man een beroep heeft aangenomen. In dit gebied wonen zo'n
50.000 mensen, waarvan maar een heel klein percentage christen is. Er wonen veel
buitenlanders, veel studenten, er is nogal wat criminaliteit (drugshandel), en
er is veel werkloosheid. Er is voor ons enorm veel werk te doen. We willen
proberen de nogal behoudende tendensen in onze geloofsgemeenschap een beetje
meer open te maken voor nieuwe ontwikkelingen.
Maris:
In zo'n wijk vol eenzame mensen hecht ik veel waarde aan die vroegere katholieke
gewoonte dat de kerk altijd open is. Als de mensen God nodig hebben, dan gebeurt
dat zelden op zondagmorgen, maar wel op alle andere momenten van de week.
Het is jammer genoeg niet meer mogelijk, om praktische redenen.
Mw.
de Nooy: Er zijn wel andere mogelijkheden. Zo las ik onlangs in een blad dat
christenen in New York een marktkraam hadden opgezet op de hoek van een drukke
straat. Met daarboven een bord met het opschrift: "PRAYER CORNER".
Daar kon je met je laten bidden door gebedsteams. En het liep er storm, de
mensen stonden in no time in lange rijen te wachten op hun beurt....!
Mw.
Joosten: Wauw! Daar gebeurt wat! Daar is God aan het werk! Als de mensen
niet meer naar de kerk willen komen, dan moet de kerk maar naar de mensen komen.
van
Dijl: In Dordrecht wil men een jeugdhuis beginnen, dat de hele dag open zal
zijn, en waar jongelui een kop koffie kunnen krijgen. En, indien gewenst, een
pastoraal gesprek. Zo willen we proberen iets voor hen te doen, als alternatief
voor de House-party's.
van
Ginkel: Dat lijkt me een hele uitdaging. In de meeste kerkdiensten zie je
tegenwoordig nog alleen maar grijs haar. Men heeft eigenlijk de hoop opgegeven
dat er ooit nog jeugd in de kerk zal komen, en dat het gebouw na hen wel zal
worden afgebroken.
Maris:
Als God het zegent kan ook in dat soort Gemeenten een opwekking komen, en een
nieuw begin. Hier en daar hoor ik wel eens van bijzondere diensten, waar weer
wél jeugd op af komt. Daar gebeuren ook tekenen en wonderen. Niet direct grote
lichamelijke genezingen, maar wel 'inner healing': genezing van
depressiviteit, van een stuk pijn uit het verleden, enz.
Ds.
de Nooy: Vergeet niet dat in Rotterdam heel veel dominees en pastors
georiënteerd zijn op de Moderne Theologie, georiënteerd op het moderne
levensgevoel. Ook zijn er Gemeenten waar de leer van de Alverzoening wordt
verkondigd: wel een (eeuwige) hemel, maar niet een eeuwige hel. Dat zijn
benaderingen van het Evangelie die vaag zijn, en rekbaar.
Guyt:
Met de nadruk leggen op tekenen en wonderen moet je ook erg voorzichtig zijn,
dat leidt alleen maar de aandacht af van de kern van het Evangelie: onze
verzoening met God.
Maris:
Daar is inderdaad wijsheid voor nodig, om dat allemaal in bijbelse banen te
leiden. En bij tekenen en wonderen kan zelfs sprake zijn van bedrog. Maar je
moet niet bang zijn om iets te ondernemen omdat de duivel zal proberen het na te
apen. De Kerk is vaak veel te bang.
Ds.
de Nooy: De meeste wonderen, die om ons heen gebeuren, zien wij niet. Ik ben
bezig om de mensen in mijn zeer behoudende Gemeente heel langzaam te laten
wennen aan de dingen, die wij hier bespreken. Als ik zou zeggen: ga niet naar
Jomanda, want zij roept geesten van overleden artsen op voor haar 'wonderen',
dan schrikken de mensen in de kerk zich te pletter. Ze accepteren nog wel als ik
zeg: Jomanda is fout. Stap voor stap moet ik hen gaan leren dat er ook nog
zoiets is als een rijk van de duisternis. Je kunt heel mooi preken over de
genezing door Jezus van doven en blinden. Maar wat doe je met een tekst waarin
Jezus demonen uitwerpt? Daar kun je niet over preken als je niet tegelijkertijd
uitlegt: jongens, er bestáán demonen. En dan komt het één van het ander,
want dan krijg je natuurlijk ook de vraag: waar komen die demonen dan vandaan?
Bestaat de duivel dan echt? Voor de meeste kerkmensen is de duivel iets
abstracts, een andere naam voor 'het kwade', maar zeker geen persoonlijkheid. De
laatste tientallen jaren is in de Kerken de prediking over het bovennatuurlijke
sterk verwaarloosd, zowel betreffende demonen als engelen. Geen wonder als de
mensen dan geen zicht meer hebben op de machten achter de gebeurtenissen, en het
goede niet weten te onderscheiden van het verkeerde.
Maris:
Heel essentieel voor een gezonde geloofsgemeenschap vind ik ook, dat je elkaar
niet alleen geestelijk opbouwt, maar ook heel praktisch voor de ander klaar
staat. Elkaar bezoeken, eten rondbrengen, boodschappen doen, noem maar op.
Ds.
de Nooy: Dat is in Rotterdam wél heel goed geregeld. We brengen bloemetjes
bij mensen, repareren of vervangen kapotte ijskasten, dat loopt prima. Wat is
eigenlijk jouw beroep?
Maris:
Televisie. Ik maak op dit moment een serie van 10 programma's voor de E.O. over
bekering. Verhalen van mensen die waar gebeurd zijn. Een stuk realiteit, maar
ook een stuk emotionaliteit. Want als gevolg van een bekering treden
emotionele veranderingen op, met name bij mannen. Die willen daar dan niet aan
toegeven. Daar wil ik nu eens aandacht voor vragen. Ik hoop dat de mensen een
brok in de keel krijgen van de liefde van God. Wie je ook bent, wat je ook hebt
gedaan: God denkt liefdevol over jou! Dat is hét kenmerkende signaal in de
Dienst van Bevrijding.
van
Dijl: Ik ken een knaap, die altijd dwars was, en zich steeds meer verhardde.
Gesprekken en dreigementen maakten de situatie alleen maar erger. Later vertelde
hij me waarom er opeens een ommekeer kwam in zijn leven: dat was het moment
waarop hij zag dat zijn vader zat te janken. Toen werd hij wakker.
Pater
Amedeus: Jezus houdt zo veel van mij. Al zou ik de enige mens op aarde zijn
geweest, dan had Hij Zijn leven toch gegeven om mij te redden. De verdiensten
van Jezus zijn oneindig, en daarom kun je ook stellen dat Hij voor mij
persoonlijk gestorven is. Als je het Evangelie persoonlijk maakt, dan raakt het
de mensen wel.
Maris:
Er staan in de kranten regelmatig berichten over sekten. Leden van een sekte
hebben een heel sterke afhankelijkheid van een leider. Jezus zegt tegen Zijn
leerlingen: noem elkaar geen Meester. En ook: Niemand hoeft je te leren; Mijn
Geest zal je alles te binnen brengen. Maar Jezus is nauwelijks naar de hemel, of
er staan overal leiders op die geestelijke uitspraken doen. En ik vraag mij af:
hoe komt het dat wij mensen zo sterk geneigd zijn om achter deze of gene
charismatische spreker aan te lopen? Waarom stellen mensen zich zo open voor een
lering, dat ze van geen commentaar of kritiek willen weten? Wat die leider zegt,
dat gaan ze doen. Als de leider zegt: je moet je huis verkopen want wij hebben
het geld nodig, dan doen ze dat.
Ds.
de Nooy: De leider van een sekte heeft over zijn volgelingen een magische
invloed. En bij die volgelingen zitten vaak heel wat academisch gevormde mensen.
Denk maar eens aan Hitler, die de massa zo kon bespelen, dat ze als één man
reageerden. Gezond verstand en intellect zegt niets in die kringen.
Guyt:
In een sekte worden je eigen vrije wil en de gezonde meningsvorming afgebroken:
mag je geen kritiek hebben! Er vindt indoctrinatie en hersenspoeling plaats.
Maris:
Mensen, van wie wij zouden zeggen: die zijn betrouwbaar, die denken goed na over
de dingen, die zijn geschoold, daar zijn vaak theologen en psychologen bij. En
wat gebeurt er?
Mw.
Holleman: Iets dergelijks zie je nu gebeuren in de charismatische
vernieuwing: deze of gene heeft een bepaalde leer ontwikkeld, en hij krijgt
volgelingen. Dat worden sektarische groepen. Dat is een heel gevaarlijke
ontwikkeling. Ze rechtvaardigen zich door te zeggen dat dit een openbaring van
God is.
Ds.
de Nooy: Ik onderzoek met name dat proces van indoctrinatie, dat intrigeert
me mateloos. Zo kun je in de hele maatschappij bewegingen en trends aanwijzen,
die ook te herleiden zijn tot methodes van indoctrinatie.
Joosten: Het verschijnsel doet zich ook voor in positieve zin: van tijd tot tijd komen bekende evangelisten of sprekers van overzee voor een campagne naar Nederland. Daar komen veel mensen op af. Deze mensen spreken in verschillende steden, maar vaak voor hetzelfde publiek. Er zijn er heel wat die de spreker nareizen.
Mw.
Joosten: Deze mensen hebben vaak een bepaalde meeslependheid van woorden, en
daar zit een zuigkracht achter.
van
Meurs: De spreker heeft dan een grote 'impact' op zijn toehoorders. Dat
woord 'impact' hoorde je vroeger nooit, maar tegenwoordig meet men iemands
succes af aan zijn 'impact'.
Maris:
Het is een televisieterm. Het komt uit de hoek van de media en de reclame: als
veel mensen thuis blijven om te kijken naar hetzelfde programma, of massaal
hetzelfde boek kopen, of reageren op een reclamespotje, dan heet dat 'impact'
(uitwerking, invloed). Je hoort ook wel de kreet 'hype', maar dat is een
tijdelijk gebeuren. Een 'impact' is meer blijvend. Hitler had 'impact', een
blijvende invloed. Een boek als de Celestijnse Belofte ook.
van
Ginkel: Het valt me op dat zoveel zaken op het gebied van ontspanning, van
computerspelletjes tot films en Housemuziek, steeds meer een magische inhoud
krijgen.
van
Dijl: Op tv zie je steeds vaker hoe allerlei vreemde figuren, sjamanen,
boeddhisten, noem maar op, alle ruimte krijgen om uit te leggen hoe het er bij
hen aan toegaat. Ze vergelijken hun 'mystieke ervaringen' ook met de
'ervaringen' op Houseparty's: die zijn hetzelfde....
Mw.
Guyt: Kinderfilms, met name die van Walt Disney, zitten vol met magie:
"The Lady en de Vagebond", "Aladin", en nu weer
"Hercules".
Maris:
Er is een theorie die spreekt over een plan van de satan om onze wereld volledig
in zijn greep te krijgen. Daartoe bied hij de mensen een geestelijke wereld aan,
die vol zit met betovering en avontuur. Hij zet dat af tegen de Kerken, waar
niks gebeurt; christenen zijn saaie druiven. Zo trekt hij met schone schijn de
mensen naar zich toe, om ze daarna natuurlijk niet meer los te laten.... Ik vind
juist dat écht geestelijk leven minstens zo aantrekkelijk is, en veel
spannender. Dat levert echte en goede vruchten op.
Guyt:
Die eeuwigheid, waar wij naar toe gaan, is natuurlijk fantastisch mooi, maar dat
is voor jonge mensen toch te ver van hun bed. Dat is niet aantrekkelijk.
Maris:
Wij zongen vroeger in onze kerk "Wij zullen eeuwig zingen van Gods
goedertierenheid". En ik dacht: daar moet ik niet bij zijn, dat is saai...!
Het werd ook nog gezongen op hele noten... ontzettend.
Pater
Amedeus: Ik lees wekelijks een aantal malen dezelfde Psalmen, maar ik moet
zeggen dat ze me nooit vervelen. Ik zou ze niet willen missen.
Maris:
Dat komt omdat jij geestelijk inzicht hebt. Jij ziet de dubbele betekenis van
die teksten. Psalmen zijn ook strijdliederen.
van
Dijl: Sinds ik werkloos ben werk ik voor de Heer, om het zo maar eens te
zeggen. En ik heb nog niet eerder zoveel verrassende en spannende dingen
meegemaakt als juist in relatie met deze Baas.
van
Ginkel: De woorden van de Psalmen en van de Bijbel blijven dode letters als
je niet wederom geboren bent (Johannes 3), en vervuld met Gods H.Geest.
© Interkerkelijke werkgroep "Bijbel of New age" - http://bijbelofnewage.info