De Oorsprong van de Graal
Samenvatting van de lezing door drs Bob van Dijk op 2 april 2005


Interkerkelijke werkgroep "Bijbel of New age" - 
http://bijbelofnewage.info

MENU

We hebben in de eerste lezing stilgestaan bij de achtergronden van de Da Vinci Code, waarin Dan Brown de lezer op het verkeerde been zet, door ondanks dat hij een thriller schrijft, te zeggen dat hij zich op feiten baseert.

Wat betreft de graal is zijn stelling dat het gaat om nazaten van een heilig huwelijk tussen Jezus van Nazareth en Maria Magdalena. Hij voert daarbij een pleidooi voor een herwaardering van de vrouw en haar seksualiteit, die door een complot van de kerk onder keizer Constantijn ten onrechte in een kwaad daglicht zouden zijn gesteld. Leonardo da Vinci zou van dit huwelijk en deze symboliek hebben geweten volgens een interpretatie van zijn beroemde schilderij over het Laatste Avondmaal. Dat wij dat alles niet eerder hebben geweten, is vooral te wijten aan de katholieke kerk en in het bijzonder aan de orde "Opus Dei".

Inhoudelijk vertelt hij in principe weinig nieuws voor wie zijn de sensationele bronnen kent. Dan Brown beweert voor zijn boek grondig onderzoek te hebben gepleegd. Dat hij maar half werk heeft gedaan en zich daarbij heeft laten leiden door bijzondere vooroordelen, is inmiddels door vele onderzoekers en critici aangetoond. Alleen al in Amerika heeft Brown’s boek meer dan 11 tegenpublicaties opgeleverd. De kracht van zijn betoog staat of valt met dat van zijn bronnenmateriaal. Een onderzoek naar de belangrijkste boeken waarop hij zich baseerde, laat blijken dat die één voor één aan de haal gaan met historische bronnen en gevestigde interpretaties. We hebben het dan over:

Lynn Picknett en Clive Prince – "Het geheime boek der grootmeesters"

Margaret Starbird – "De vrouw met de albasten kruik" en "De Godin in de Evangeliën"

Boeken van Michael Baigent, Richard Leigh en Henry Lincoln:"Heilig Bloed, Heilige Graal"; "de Messiaanse Erfenis" en "De Tempel en de Loge"

en indirect boeken van Sir Laurence Gardner: "Erfopvolgers van de Graal"; "Oorsprong van de Graalkoningen"; "Ring Lords"  en "De erfenis van Maria Magdalena".

Henry Lincoln’s commentaar over zijn eigen boek

Een van de hoofdpersonen in Brown’s boek – Sauniëre - is bewust vernoemd naar de geheimzinnige hoofdpersoon in de affaire rond de gebeurtenissen van Rennes-le- Château, waar het onderzoek van Lincoln c.s. mee begon en zijn ontknoping kreeg in hun tweede boek over de Messiaanse erfenis door de ontmaskering van Pierre Plantard, het brein achter "Les dossiers secrets" in de nationale bibliotheek van Parijs. Dat het hier gaat om meer dan een onschuldig onderzoek van journalisten, blijkt uit de strekking van hun boeken, waar zij op basis van de ene na de andere aanname, op het spoor komen van esoterische leringen en geheime genootschappen, die voor een belangrijk deel de loop van de westerse geschiedenis bepaald zouden hebben: de Priorij van Sion, de Tempeliers, Rozenkruisers, de Royal Society van Francis Bacon; de Vrijmetselarij, ze komen allemaal voorbij.

De journalist Jim Marrs uit Amerika deed onderzoek  naar allerlei vormen van samenzweringen, complotten en geheime genootschappen waar achter de schermen belangrijke beslissingen worden genomen. Hij vatte al deze verbanden samen in zijn boek "Regeren vanuit het duister". Evenals de boeken van Gardner, Baigent /Leigh en Picknett/Prince is dit boek uitgegeven bij Tirion, dat in ons land zo’n beetje het monopolie heeft op boeken met alternatieve geschiedenissen.

Tijdens hun jarenlange onderzoek was het vooral Baigent die de hypothese van de Jezus-bloedlijn verdedigde. Inmiddels is Henry Lincoln gelet op zijn getuigenis in de DVD/video van de ‘Secrets of the Code’ veel terughoudender geworden. Hij verklaart hoe zij de geschiedenis van de Merovingers maar verdacht vonden. Van daaruit kwamen zij op het idee om de oorsprong van de Merovingische dynastie te verbinden met de legenden van Maria sur Mer en de daaruit volgende zogenaamde bloedlijn van Jezus en Maria. In het interview zegt Henry Lincoln nadrukkelijk dat het slechts een theorie is zonder een enkel bewijs.

Brown ontleent zijn negatieve blik op de Bijbel en het uitgesproken vertekend beeld van Jezus aan zowel Het Heilige Bloed en de Heilige Graal en Het Geheime Boek der Grootmeesters. Hij is Messias noch eenvoudige timmerman, maar een welgestelde en ervaren religieuze leraar die erop gebrand is de troon van Koning David te herwinnen. Zijn geloofwaardigheid wordt vergroot door zijn relatie met de rijke Magdalena bij wie het koninklijk bloed van Benjamin door de aderen stroomt.

Leonardo da Vinci’s androgynie in zijn schilderijen

Ook Lynn Picknett en Clive Prince hebben Dan Brown beschuldigd van plagiaat, daar hij zich voor zijn interpretatie van Leonardo’s schilderijen volledig door hen laat leiden. Picknett zegt niettemin blij te zijn met deze roman. Het heeft hun boek immers meer in de belangstelling gebracht. Ze voegt er nog wel aan toe, dat Dan Brown hun onderzoek niet helemaal goed heeft begrepen. Prince stelt eenvoudig dat het vast staat dat het ons altijd vertelde verhaal niet klopt. Volgens hem zijn er bewijzen dat allerlei zaken zijn verheimelijkt. Met name wat betreft de ware posities van Johannes de Doper en Maria Magdalena en de gevolgen daarvan voor de omgang van de kerk met vrouwen gedurende de afgelopen 2000 jaar. Zij zijn ervan overtuigd dat op het ‘Laatste Avondmaal’ de persoon aan Jezus' rechterhand niet Johannes maar Maria Magdalena is. Leonardo, de homo universalis, zou geweten hebben van de Johannitische sekte der Mandeeërs, die we zelfs vandaag nog in Irak aantreffen en die geloven dat Johannes de Doper de ware Messias was, en dat Jezus een volgeling van hem zou zijn geweest. Het is daarom niet verwonderlijk dat Leonardo veel aandacht had voor Johannes, en hem telkens weergaf met een vinger die omhoog wijst. Uit zijn geschriften zou blijken dat Leonardo niet echt een christen genoemd kan worden en via allerlei grappen de kerk graag in het ootje nam. Maar dat de geliefde discipel er feminien uitziet, wil nog niet zeggen dat Leonardo een verband met Maria van Magdalena wilde leggen. Wel had hij iets had met androgynie. Zo schijnen de gelaatstrekken van de Mona Lisa ook precies overeen te komen met die van Leonardo zelf. Kunstenaars vonden het in de Renaissance niet zo belangrijk veel onderscheid tussen de seksen te maken. Binnen aristocratische milieus gold een androgyn getint persoonlijkheidsideaal: zowel mannen als vrouwen moesten gracieus en waardig zijn en aandacht aan hun uiterlijk besteden.

Picknett en Prince vragen zich af of Jezus mogelijk een volgeling is geweest van een Egyptische godsdienst. Daarin komt de verering van Isis en Osiris naar voren, die ook destijds bijzonder groot was. De gelijkheid van man en vrouw was een belangrijk onderdeel van de Egyptische godsdienst. Ook Dan Brown lijkt dit te insinueren. Als Jezus een priester was in een Egyptische cultus, dan speelde hij waarschijnlijk de rol van Osiris, Maria Magdalena die van Isis en Judas de rol van Seth, die Osiris zou vermoorden. De dood van Osiris werd jaarlijks tijdens een festival nagespeeld, waardoor de vraag kan opkomen of de kruisiging ook niet een theaterstuk was.

De vrouw met de albasten kruik

Het boek van Margaret Starbird begint met de Franse legende dat Maria Magdalena de graal naar Frankrijk zou hebben gebracht. Nog heden ten dage wordt door een groep zigeuners ieder jaar in Saintes-Maries-de-la-Mer in de Provence de aankomst per bark gevierd van Lazarus, Martha, Maria Magdalena en haar dochter Sarah. De graal was geen materieel ding, maar de "verloren bruid". Om dit aannemelijk te maken wandelt de schrijfster door de middeleeuwen, waarbij uiteraard de aandacht sterk gericht is op de kruistochten en de daaruit voortvloeiende orde van de Tempeliers, de Katharen, de troubadours, de populaire cultus van de Moeder Maagd, de vrijmetselarij en de kabbalistische opvatting van de vrouwelijke wederhelft van Jahweh, de Shekinah Matronit. De queeste naar de graal symboliseert volgens haar de zoektocht naar de verloren bruid van Christus: Maria Magdalena. Verloren omdat ze - net als het vrouwelijke aspect - uit de kerkelijke geschiedenis is geschrapt. Ze laat zien hoe via codes in schilderijen en beeldhouwwerken Maria Magdalena te ontdekken valt, ofwel de Graal te vinden is. Zij is ook degene die verbanden legt met de Tarot en de oorspronkelijke betekenissen van die kaarten, die van hetzelfde geheimenis zouden getuigen dat Maria Magdalena getrouwd was met Jezus van Nazareth. Zij ontleent deze gedachte eveneens aan het boek "Heilig Bloed, Heilige Graal"

Het evangelie van Johannes spreekt over een vrouw die Jezus zalft te Bethanië.  Het gaat daar over Maria, de zus van Lazarus, die kort daarvoor uit de doden opgewekt werd door Jezus. Starbird vermoedt dat dit Maria Magdalena is, hoewel die naamstoevoeging ontbreekt. De Maria die Jezus begeleidt naar Golgotha en in de vroege ochtend van Pasen naar het leeg aangetroffen graf van Jezus gaat, krijgt in de Bijbel (ter onderscheiding?) wel de aanduiding "van Magdala". De zalving in Bethanië was volgens Starbird niet zo maar een vrome daad van een willekeurige vrouw, maar een opvoering van riten uit de heersende vruchtbaarheidscultus van het oude oosten: door het zalven van Jezus’ hoofd met kostbare nardus voerde de vrouw een handeling uit die identiek was aan de huwelijksrite van hiëros gamos: de rite van het zalven van de gekozen bruidegom/koning door de koninklijke vertegenwoordiger van de Grote Godin!

Esther de Boer geeft een aardig beeld van hoe de bijbelse Maria Magdalena in de loop der eeuwen werd vervormd van de eerste getuige van de opstanding tot de grote zondares, de hoer, die zich, dankzij Jezus van haar seksuele leven afkeerde om een leven van gebed en aanbidding te leiden. Men zag in haar de zondares uit Lukas 7 die Jezus’ voeten zalfde en door hem vergeven werd en ook werd ze gelijkgesteld aan de zuster van Martha uit Lukas 10 die het beste deel koos door van hem te willen leren. Zo kon ze een voorbeeld worden van Gods grote liefde en van de kracht van bekering. Uit de diepste diepte had ze zich immers opgewerkt tot een grote vriendin van Jezus en dus van God. Daarmee heeft ze vrouwen en mannen geïnspireerd. Catharina van Sienna bijvoorbeeld liet zich door dit beeld van Maria Magdalena leiden tot haar leven van wijsheid en raadgeefster van paus en koning.
Aan de andere kant vervormde de kerk Maria Magdalena zo van een vrouwelijke apostel tot een voorbeeld van zwijgzame boetedoening. Ze werd als wapen gebruikt tegen alles wat met vrouwen en seksualiteit te maken had. Met dit beeld van Maria Magdalena heeft de kerk grootse dingen gedaan, maar ook vrouwen klein gehouden en misbruikt. Daar bestaan vreselijke voorbeelden van. Denk maar aan de Magdalene Sisters in Ierland waar vrouwen in kloosters te werk werden gesteld en opgesloten, omdat ze door om hun mooie uiterlijk een gevaar opleverden voor mannen of ongehuwd een kind ter wereld hadden gebracht. Het Vaticaan heeft pas in 1969 erkend dat zij niet vereenzelvigd mag worden met de prostituee van Lukas 7, waar zij sinds de zesde eeuw dankzij paus Gregorius lange tijd voor doorging, maar die overigens door Jezus al in genade werd aangenomen,

Volgens Margaret Starbird is zij echter niet slechts de apostel der apostelen (zoals de vroege kerk al beleed), omdat zij als eerste een ontmoeting had met de opgestane Heer, doch was Maria (uit de stam Benjamin) Jezus’ (uit de lijn van David) koninklijke bruid en staat zij symbool voor de Heilige Eenheid in het christelijke geloof. Dit beeld van een huwelijk tussen twee Joodse stammen werd reeds verwerkt in de roman "Koning Jezus" van Robert Graves, een befaamd expert van oude legenden. Hij stelt dat het huwelijk om het "heilig bloed" te beschermen slechts bekend was bij een kleine groep. Zo wordt er ook gespeculeerd dat de bruiloft van Kanaän niets anders was dan de bruiloft van Jezus zelf. vaak wordt gesteld dat Jezus als Jood vast en zeker getrouwd moet zijn geweest. Men zou anders vrijwel geen respect voor hem gehad hebben. Dat Maria afkomstig uit de stam van Benjamin wordt niet door bewijsmateriaal ondersteund!

Evenals Brown citeert zij uit de gnostische evangeliën van Filippus en Maria Magdalena. In het Evangelie van Maria, opgesteld in de late 2e eeuw wordt duidelijk dat Maria en Petrus helemaal niet met elkaar overweg konden: Petrus zei tegen Maria: "Zuster, we weten dat de Verlosser meer van jou gehouden heeft dan van de andere vrouwen. Zeg ons de woorden van de Verlosser zoals jij je die herinnert, die jij kent maar wij niet kennen en die we ook nog niet hebben gehoord." Maria antwoordde en zei: "Wat voor jullie verborgen is zal ik jullie bekendmaken". Zij beschrijft dan een visie over het afdalen van de ziel voorbij vier heersende machten tot zijn rust. Andreas verwerpt deze openbaring, niet gelovend dat deze van Christus kwam. Petrus nam het woord en sprak over dezelfde dingen. Hij vroeg hun over de Verlosser: "Zou hij werkelijk buiten ons om en niet openlijk met een vrouw gesproken hebben? Moeten wij ons soms omkeren en allemaal naar haar luisteren? Heeft hij aan haar de voorkeur gegeven boven ons?". Het is Levi die het debat vervolgt en tegen Petrus zegt: "Jij bent steeds een heethoofd geweest. Nu zie ik dat jij in discussie gaat met een vrouw alsof ze je vijand is. Maar als de Redder haar waardig achtte, wie ben jij om haar te verwerpen? De Redder kende haar toch zeker wel voldoende?"

Ook het evangelie van Filippus geeft aan dat ze Jezus heel na was, ja de vrouw die het licht zag toen alle andere leerlingen nog in het duister tastten; evenals het evangelie van Thomas waar ze tot z’n intimi behoorde.

Hoe boeiend deze teksten ook zijn, wat zij NIET leren is dat Maria Jezus’ vrouw was; noch dat Maria moeder was van Jezus’ kind; noch dat Maria de kerk zou moeten leiden. Wel is het zo dat sommige geleerden stellen dat als Jezus dan al getrouwd was, dit zeker met Maria Magdalena zou zijn geweest. Ook zijn er genoeg die stellen dat dit voor ons geloof in Jezus als onze Heer en Heiland niets uit zou maken. Immers hij was volledig mens. Maar dat is onvoldoende voor Starbird. Zij stelt dat het Heilige Partnerschap het hart uitmaakte van het christelijke geloof, doch ontkend werd door de kerkvaders. Ze werd beschouwd als de archetypische bruid van de eeuwige bruidegom en biedt het model voor de speurtocht en het verlangen van de menselijke ziel naar eenwording met het goddelijke. Ze leeft de ‘eros’-relatie voor, de weg van het hart, en samen met haar bruidegom biedt ze het paradigma van de verbeelding van het goddelijke als in de vorm van partners. Haar rol van apostel steekt daarbij slechts bleek af. Men moet zich dus volgens Starbird realiseren dat het ‘heilige huwelijk’ niet over een joodse rabbi en zijn echtgenote gaat. Het is in feite het archetypische patroon voor heelheid, de harmonie van de polariteiten. In de oude hiëros gamos-riten verkondigde en verleende de koninklijke bruid het koningschap door de bruidegom te zalven.

Dan Brown en het heilig vrouwelijke

Op een verbazingwekkende manier claimt Brown dat de joden in de Tempel van Salomo Jahweh en zijn vrouwelijke evenknie Shekinah, vereerden door middel van de diensten van heilige prostituees. Waarschijnlijk is dit een verdraaide versie van de corruptie van de Tempel na Salomo. Bovendien zegt Brown dat het tetragram (vier letters) JHWH staat voor "Jahweh of Jehovah, een androgyne lichamelijke vereniging van het mannelijke Jah en de voor-Hebreeuwse naam voor Eva, Havah". Maar zoals iedere eerstejaarsstudent bijbelwetenschap kan vertellen, is Jehovah een 16e eeuwse weergave van Jahweh, waarbij de klinkers van het woord 'Adonai' (Heer) worden gebruikt. Feit is dat godinnen de prechristelijke wereld juist niet domineerden - ook niet in de religies van Rome, Egypte of de Semitische landen.

Het ergste van alles, in Browns' ogen, is het feit dat de plezier-, seks- en vrouwhatende Kerk de godinnenverering heeft onderdrukt en het heilige vrouwelijke heeft uitgebannen. Hij beweert dat godinnenverering in het prechristelijke heidendom overal domineerde.

Dan Brown voert dus een pleidooi voor een herwaardering van de vrouw met haar seksualiteit, die door een complot van de kerk onder keizer Constantijn ten onrechte in een kwaad daglicht zou zijn gesteld. Leonardo da Vinci zou van dit huwelijk en deze symboliek hebben geweten volgens een interpretatie van zijn beroemde schilderij over het Laatste Avondmaal: Het is niet Johannes die naast Jezus zit, maar Maria Magdalena.

Hij doet dit door een stapje verder te gaan bij de herwaardering van Maria Magdalena dan vele feministische theologen, namelijk door te stellen dat Jezus getrouwd was met Maria Magdalena. En door te stellen dat de masculiene machtskerk deze traditie de kop heeft ingedrukt door de strijd om het gezag van mannen over vrouwen in de vroegchristelijke kerk sterk uit te vergroten waarbij in het bijzonder de Opus Dei van de Rooms-katholieke kerk het moet ontgelden en de "verliezers" (de ketters) in de Kerkgeschiedenis in ere worden hersteld.

Door het opvoeren van Sophie, één van zijn hoofdpersonen, die hij vertelt dat haar naam is afgeleid van Sophia: de godin van de wijsheid. (In de gnostiek is zij Gods vrouw);

Door begrip te vragen voor inwijdingsrituelen als het hiëros gamos, de mystieke seksuele eenwording tussen het mannelijke en het vrouwelijke.

Om zijn punt te staven en te onderbouwen, moet hij echter wel de geschiedenis geweld aan doen. Dit doet hij door twijfel te zaaien over ons verstaan daarvan. Want ligt het niet voor de hand dat in de strijd om de macht en de alleenheerschappij van het ene ware geloof, er door de Rooms Katholieke kerk allerlei informatie is achtergehouden: Want waarom zijn er slechts 4 evangeliën in de canon opgenomen en weten zo weinig over de historische Jezus? Waarom heeft de kerk moeite gedaan om allerlei andere leringen de kop in te drukken en is zij zelfs overgegaan tot het oprichten van een Inquisitie? Waarom stond zij zo vijandig tegen de onafhankelijke geest van zoveel wetenschappers en lag zij in de clinch met mensen als Galileo en Leonardo?

Is het, nog steeds volgens Brown, niet verwonderlijk dat door deze rigide houding van de Rooms-katholieke kerk er allerlei geheime genootschappen ontstonden die vanaf de herontdekking van de Hermetica een soort rode lijn in de westerse geschiedenis laten zien, die met recht kan gelden als een alternatieve geschiedenis. Een geschiedenis die niet op de scholen gedoceerd wordt en mede vanwege de geest van het rationalisme lange tijd als taboe werd gezien en nu pas in ons informatietijdperk waarbij alle grenzen en taboes zijn opgeheven tot bloei en geldigheid komt. Zo ontstaat er dus een alternatieve geschiedenis vol van speculaties waar de wens dikwijls de vader is van de gedachte.

Blijft de vraag hoe we als man en vrouw complementair zijn, schiep God de mens immers niet als man én vrouw? Behalve de vraag naar de ware oorsprong van het evangelie, zal dat een van de belangrijkste vragen zijn waar de kerk mee te maken zal krijgen. Zo zegt Stefan van Wersch: Het zal voor de kerk niet eenvoudig zijn om zich tegen deze golf van androgyn-gnostische spiritualiteit te weren en de eigen ideeën over de ongelijkheid maar gelijkwaardigheid tussen man en vrouw goed over te brengen. In het postfeministisch tijdperk zie je dat de gedachte van de androgyne mens juist ter discussie wordt gesteld. Immers als steeds meer wetenschappelijk onderzoek aantoont dat de verschillen tussen man en vrouw structureel zijn, verliest het speuren naar androgynie immers zijn zin. Wellicht zal het de kerken beter gaan lukken om de eigen boodschap te verkondigen over de zinvolheid van de verschillen tussen de seksen, zowel in schepping- als in heilsorde.

In een open brief van Frank Viola over de rol van de vrouw in de kerk geeft hij een verlossende verklaring over de beruchte "zwijgtekst" in 1 Timotheüs 2:11-14. We weten nu immers uit historische verslagen dat de gnostici het scheppingsverhaal verdraaiden. Eva werd beschouwd als een bemiddelaar en een verlosserfiguur. (vgl 1 Tim 2:5) Zij zou hebben bestaan voordat Adam kwam. De man werd geschapen vanwege de vrouw, en hij ontving verlichting door de vrouw. Aangezien Eva de eerste hap van de Boom van Kennis nam, werd zij beschouwd als de drager van speciale geestelijke kennis(gnosis). Het is om deze reden dat zij die deze dwaalleer accepteerden de voorkeur gaven aan het leidersschap van vrouwen boven dat van mannen (2 Tim 3:6-9). Zij konden de mensen immers leiden tot de verlichtende gnosis. Sommigen van de vrouwen die deze ketterij aanhingen, begonnen dit tijdens de samenkomsten uit te dragen. Zij begonnen bovendien de mannen tijdens het spreken te betwisten. Dit is naar de overtuiging van Frank Viola wat Paulus aanzette tot het schrijven van deze passage.

Sir Laurence Gardner

Waar ik in deze lezing nog nader op wil ingaan, is de strekking van het bovenstaande te laten zien aan de hand van de publicaties van de genealoog Sir Laurence Gardner. Op zijn manier bouwt ook hij voort op het werk van Lincoln c.s., doch in plaats van de focus op de Franse tak van de stamboom à la Plantard, richt hij zich meer op de Engelse en meer specifiek nog de Schotse tak. Want waar gaat het uiteindelijk allemaal om in de zoektocht naar de Graal? Het gaat om het vinden van de rechtmatige opvolgers van de Graalkoningen, die over gaven beschikken die nodig zijn voor het leiden van de volken naar het Messiaanse rijk. In Groot-Brittannië gaat het dan om niemand minder dan Prince William.

De kracht van zijn betoog, staat of valt met dat van zijn bronnen. Doch ook deze zijn uiterst dubieus en sterk vooringenomen. Zo stapelt zich hypothese op hypothese zonder enig bewijs. Bij hem hebben de kinderen van Maria Magdala andere namen dan waarmee Lincoln aankwam. Opvallend is dat hij voor een groot deel terugvalt op de uiterst wankele en suggestieve interpretaties van een aantal Dode Zee Rollen door Barbara Thiering in haar boek "Jesus the Man".

Een andere door hem aangehaalde bron is Ahmed Osman, die volgens hem overtuigend zou hebben aangetoond dat de mummie Yuya zou overeenkomen met dat van Jozef.

Wie op zijn beurt diens boek erop naslaat en enige kennis heeft van Egyptologie en de complexe factoren bij het reconstrueren van alleen al een juiste en consistente chronologie, kan niet anders concluderen dan dat zijn wens de vader van zijn gedachten is: Jozef (een zoon van aartsvader Jakob) was immers getrouwd met een Egyptische, dus moet er Egyptisch bloed door de hele joods-christelijk traditie lopen.

In zijn speurtocht naar de oorsprong van de graal grijpt Laurence Gardner ook terug op de tijd vóór Jezus Christus, en komt behalve op David en Salomo (naar goed gebruik van de Vrijmetselarij) via Miriam, de sleutelpersoon in de oudtestamentische bloedlijn van de graal, uit op Kaïn en de eerste mensen, die op hun beurt weer hun oorsprong vinden bij de Annunaki, zoals die vereerd werden in de meest oude beschaving die wij kennen, namelijk de Soemeriërs, van wie wij pas sinds de laatste decennia het één en ander weten dankzij de opgravingen van verzamelingen van kleitabletten.

Wie de boeken van Gardner leest ontdekt op zijn best dat er nog vele delen van de geschiedenis bestaan die ons onbekend zijn, doch zijn interpretaties van onze geschiedenis gaan zover, dat als ze ook maar enigszins waar zijn, we onze leerboeken zouden moeten herzien, om maar aan te geven dat hij je achterlaat met het idee dat of de helft bewust is achtergehouden, of dat hij een grote fantast is. Ook bij hem is de wens of beter ideologie de vader van de gedachten is, zodat je eigenlijk over geschiedvervalsing moet spreken.

Maar waar komen zijn inspiratie en geestdrift dan wel vandaan? Wel, van niets minder dan het Hof en de Orde van de Draak, voor het eerst gevestigd in Egypte omstreeks 2170 voor Christus, en zogenaamd door Salomo herschapen tot het project van de koninklijke tempel, wat leidde tot wat wel de oorsprong van de Rozenkruisers (=dauwbeker) genoemd wordt. Deze graaldynastie zette zich via de Benjamieten voort in Gallië met vertakkingen in Ierland en Brittannië. De eerste pendragon (graalkoning) van Brittannië was Cymbeline van het huis van Camelot, die we kennen uit de verhalen van Arthur en de ridders van de ronde tafel. In 1408 was er een herrijzenis van het Drakenhof onder leiding van Sigismund van Luxemburg, koning van Hongarije. Een bekend lid was graaf Dracula (=zoon v. Dracul): Vlad III van Wallachije, die de citadel van Boekarest bouwde.

En zo belanden we bij de Ordo Draconis, waarvan de huidige representant nauwe verwantschap toont met – mogelijk zelfs overgenomen - het gedachtegoed van Gardner, namelijk Nicholas de Vere, die zelf een publicatie schreef met de titel: The Dragon Legacy. Onderaan het boek staat heel subtiel: co-author of the Genesis of the Grail Kings. Het volgende citaat geeft dit goed weer:

This book [de Oorsprong van de Graal] is good, and sure, you should buy it to complete your collection - but only after you buy the ORIGINAL WORK upon which this is based: The Dragon Legacy, by Nicholas de Vere. Gardner ripped off his entire theory from his colleague De Vere, but left out so many important details, trying to soften up the truth for a mass audience. If you want to find out what it really means to be of the Dragon bloodline - if you want to find out who the Nephilim or fallen angels really were, or the true nature of "Starfire" sex magic rituals like those performed by Jesus and Mary Magdalen - if you want to learn what the true relationship is between the Grail and Satan - read the original book by Nicholas de Vere. Gardner boils everything down to space aliens, and mangles the true history of the Dragons trying to please the Wiccan and New Age crowd that buys his books.

Aldus Tracy Twyman in The Da Vinci Code Hype: An Arcadian Zeitgeist, die zo te lezen erg lyrisch over hem is, doordat het voor haar de vervulling is van een lang verwachte geestelijke wereldorde, die ons juist des te waakzamer moet maken. Haar hoopvolle verwachting zou ons moeten alarmeren om niet opnieuw met een holocaust van geestelijke terreur van een enorme omvang geconfronteerd te worden. Zij beschrijft nou net precies wat er op de achtergrond gebeurt en waar wij voor moeten waken.

"God heeft zeker wel gezegd dat...?"

Wat we echter in feite zien, is een herleving van wat we in de geschiedenis steeds zien terugkeren: het verzet tegen de geopenbaarde waarheid en verdachtmaking van het gezag. De strijd met de gnostici uit de eerste eeuwen van onze jaartelling is niets anders dan een herhaling van de beproeving die het eerste mensenpaar met alle gevolgen van dien niet wist te doorstaan. Het falen van Adam en Eva, van de gnostici, van u en mij, het gaat reeds vooraf aan het eten van de verboden of verborgen kennis, doordat wij gehoor geven aan de leugenachtige vraag: "God heeft zeker wel gezegd?" Satan als de leugenaar van den beginne is een meester in het zaaien van twijfel en wil ons doen geloven dat we door het volgen van het pad der verlichting tot ware gnosis kunnen komen. Daar hebben we in feite geen God, Christus of Heilige Geest voor nodig en zo worden zij tot hun tegendeel geherinterpreteerd. Op zijn best is Jezus dan een gids of leraar en slechts van symbolische betekenis. Op zijn slechtst wordt door de gnostici de demiurg, de boosaardige schepper van de wereld, vereenzelvigd met de joodse God Jahweh, in tegenstelling tot hun ware God die goed is. Zo zet de Schotse genealoog Gardner alles op zijn kop door te stellen dat de oorsprong van de Graal teruggaat op Kaïn en is de slang in de Tuin gepromoveerd tot de Annunaki god Enki, die wijsheid aan de mensheid biedt in tegenstelling tot zijn broer Enlil, de Hebreeuwse god die ons er onder wil houden. Is dit niet typisch het werk van de Diabolus: alles omdraaien?

De ware Gnosis

De gnostici beroepen zich op de mogelijkheid tot rechtstreekse openbaring. Dit zou dan in tegenstelling zijn tot de orthodoxe kerken, die zich beroepen op apostolisch gezag gebaseerd op zorgvuldige overlevering, op de belijdenis en op de canon. De indruk wordt zo gewekt dat het bij de laatsten om niets meer gaat dan het geloof in wat Jezus toen en daar gedaan en gezegd heeft. Het rechte geloof lijkt zo niet meer dan geloven en het kunnen nazeggen daarvan.

Op de een of manier schijnt het voor mensen niet gemakkelijk te zijn om door te dringen tot het hart van het christelijke geloof en tot een persoonlijke relatie met de Opgestane Heer te komen, waarbij zij dankzij de wedergeboorte komen tot de verlossing van geest, ziel en lichaam, zodat zij met recht kunnen zeggen in Christus een nieuwe schepping te zijn. Waarbij hun lichaam een tempel is voor de inwoning van Gods Heilige Geest en zij met Paulus kunnen zeggen: "Niet mijn ik, maar Christus leeft in mij" (Galaten 2:20). Sterker nog: alles beschouw ik als verlies, want het kennen [gnosis] van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven,heb ik alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen (Filippenzen 3:8).

De ware Graal

Bij de Graal is er een dieper geheim dan een fysieke bloedlijn: het ware geheim van de Graal is: de ontmoeting met de opgestane Heer, de hemelse Bruidegom !

 

© Interkerkelijke werkgroep "Bijbel of New age" -  http://bijbelofnewage.info