HET CONFLICT OVER DE TOEKOMSTVERWACHTING VAN DE CHRISTENHEID
 EN DIE VAN DE NEW AGE


Interkerkelijke werkgroep "Bijbel of New age" -  http://bijbelofnewage.info

MENU

Door Bob van Dijk, dec. 1996

Mijn kennismaking met New Age dateert van begin jaren-80, toen ik in het schotse Findhorn verzeild raakte. Daar waren mensen bezig een soort Hof van Eden te creŽren. Ze hadden contacten met engelen, deden experimenten in samenleven en samen delen. Alles straalde een soort liefde uit waarvan ik dacht: dit is te mooi om waar te zijn.

Wat ik daar meemaakte stelde mij voor twee vragen: ofwel God is bezig met een nieuwe fase in Zijn heilshandelen, ofwel het is een valse liefde en een valse waarheid. In dat geval kun je het niet afdoen als een sekte, want je hebt hier te maken met iets wat toch een ontzettende 'impact' op onze cultuur zal gaan maken. Dan zou New Age wel eens ťťn van de laatste troeven kunnen zijn van Gods tegenstander, de duivel, om zich in de vermomming van 'engel des lichts' meester te maken van deze wereld.

De eerste aanwijzingen over wat New Age werkelijk is en wil kwamen uit Amerika: de boeken van Constance Cumbey: "The hidden dangers of the rainbow (de verborgen gevaren van de regenboog)". Ook Dave Hunt schreef boeken om New Age te ontmaskeren: "Peace, prosperity and the coming holocaust (vrede, voorspoed en de komende holocaust)", en "The seduction of Christianity (de verleiding van het Christendom)". Daarin verwerkt hij een variatie van de eindtijdvisie van Hal Lindsay (bekend schrijver in pinksterkringen). Zijn boek is een futuristische interpretatie van de profetieŽn uit het Oude Testament. Dat heeft hij gedaan omdat voor veel mensen deze profetieŽn van Jesaja, Jeremia, DaniŽl en EzechiŽl nogal ontoegankelijk zijn. Hij betrekt daarbij de moderne geschiedenis, met name de stichting van de staat IsraŽl in 1948. Ook ziet hij in het verschiet een tijd van verdrukking, voorafgaande aan de komst van de Antichrist en de Wederkomst van Jezus Christus.

Terzelfder tijd trad in Engeland een man op, Benjamin Creme, die verkondigde de voorbode te zijn van de Maitreya. En in deze Maitreya had men een kandidaat, die precies paste binnen dat denken van Cumbey en Texe Marrs, en waarvan men kon zeggen: dat is waarschijnlijk de Antichrist.

Dat was ook mijn conclusie; ik heb Creme horen spreken op een Londens festival voor "the mind, the body and the spirit", begin jaren-80. Creme maakte een duidelijk onderscheid tussen "Jezus" en "de Christus". Jezus van Nazareth was in zijn optiek ťťn van de leden van de "HiŽrarchie der grote Meesters", die hun centrum zouden hebben in Tibet. Dan zit je al midden in het esoterisch denken van de Theosofie en Antroposofie; dan volg je de lijnen van Blavatsky, Annie Besant, Krisnamurti en Rudolf Steiner. In hun denken zou "de Christus" inmiddels al op aarde zijn teruggekomen.

Toen moest ik denken aan een tekst uit 1 Johannes 2, 22-23: "Hij is de Antichrist die loochent dat Jezus de Christus is". Dat is duidelijke taal, daar kun je niet omheen. Ik herkende dus bij Benjamin Creme: hier heb je de geest van de Antichrist aan het werk. 

Als je vervolgens gaat nadenken over de impact van dit New Age denken, dat inmiddels al wereldwijd is, waarin Oost en West steeds nader tot elkaar komen, dan ga je jezelf de vraag stellen: is dat dan de vervulling van profetieŽn die we uit de Bijbel kennen in DaniŽl, MattheŁs, Openbaring?

In zijn boek "Seduction of Christianity" gaat Hunt nog een stapje verder. Dan heeft New Age al zijn intrede gedaan binnen de christelijke geloofsgemeenschappen. Als voorbeelden daarvan wijst hij o.a. op Yongghi Sho (Korea), Robert SchŁller (VS), en Norman Vincent Peale (VS) met zijn "kracht van positief denken". Dave Hunt ziet in hen een gevaar omdat zij zich door New Age zouden hebben laten infecteren: "De verleiding van het Christendom". Met als boodschap: pas op dat dit in jouw geloofsgemeenschap niet gebeurt!

Deze benadering is Hunt niet overal in dank afgenomen; nogal wat voorgangers en gelovigen zijn over zijn aanpak gevallen, en ik ken een drietal boeken die daar tegenin gaan. Eťn daarvan is (met een woordspeling op Hunt's boek): "The Reduction of Christianity" van Gary DeMar en Peter Leithart. In dit boek komen we een heel andere manier van denken tegen. Dit gaat niet zozeer over de mogelijke gevaren van New Age bij christelijke denkers. Het gaat meer over de daarachter liggende vraag: Hoe komt iemand op het idee om nu al een Antichrist te verwachten? Het behandelt dus het denken achter de toekomstverwachting: "Dispensationalism", wat in het Nederlands vertaald wordt als de Bedťlingenleer. 

Door dit boek kwam ik in aanraking met een heel andere school in de theologie, die genoemd wordt de "Christian Reconstruction". Ook wel genoemd de "Dominion Theology" (niet te verwarren met de "Kingdom Now theology", die hier weliswaar aan verwant is, doch er tevens duidelijk van verschilt). De belangrijkste vertegenwoordigers van deze school zijn Rushdoony, Bahnsen, North, Chilton en Gentry.

Waar zij m.b.t. de eschatologie in feite over schrijven is de vraag: Wat verwacht je van de toekomst? Ben je optimistisch over de toekomst? Of pessimistisch? Staan wij als christenen voor een tijd van grote verdrukking, zoals die er nog niet eerder geweest zou zijn (Openbaring 7, 14)...? Dan zouden wij nu erg bezorgd moeten zijn over hetgeen er allemaal gaande is. Dan zouden wij de christelijke wereld moeten waarschuwen en voorbereiden. Moeten we Jezus Christus zo langzamerhand niet elk moment terugverwachten? Of moeten we verwachten elk moment opgenomen te zullen worden tijdens een periode van 7 jaar voorafgaande aan Christus' komst? Is dat onze verwachting? Dat ligt dan in de lijn van de Bedťlingenleer, een dominante variant van het prechiliasme, die door genoemde schrijvers verfoeid wordt.

Of moeten we zeggen: nee, ook al is er tegenstand, Christus heeft overwonnen aan het kruis. Hij heeft de satan en de dood overwonnen. Het Koninkrijk van God is definitief aangebroken, groeit, en zal definitief zijn. Jezus komt pas terug als het Evangelie van het Koninkrijk verkondigd is over heel de wereld, als alle vijanden onderworpen zijn en liggen aan Zijn voeten.

Daarmee begint dan het Duizendjarig Rijk. Het einde van dat Rijk wordt ingeluid door een opstand tegen God, waarbij de satan nog ťťn keer losgelaten wordt. Dat is dan zijn definitieve einde, waarna Jezus terugkomt om Zijn Koninkrijk te voltooien. Ze verwachten een geleidelijke groei van het Koninkrijk, onweerstaanbaar. Daarin is IsraŽl een belangrijke factor. Want IsraŽl zal op een gegeven moment zien wie zij doorstoken hebben. En dan zullen zij uitroepen "Gezegend Hij die komt in de naam des Heren". Als IsraŽl dan Jezus Christus aanvaardt als de Messias, dan zal dat werken als een katalysator in de wereldevangelisatie. Dan wordt de Wet geleerd vanuit Jeruzalem (Jesaja 2, Micha 4), en alle volkeren zullen daarheen trekken om te leren. Dan zal de aarde vol zijn van de kennis des Heren, dan zal een soort Gouden Eeuw aanbreken die duizend jaar zal duren. Pas aan het einde van die periode zal Jezus terugkomen. Deze vorm noemen we postchiliasme. 

Er is overigens nog een derde visie: a-chiliasme. Die leer zegt: het is geen van beiden. Je moet het 1000-jarig Rijk niet letterlijk maar geestelijk zien. Het a-millenianisme (of a-chiliasme) is, evenals het prechiliasme, erg somber over de toekomst, over het welslagen van van Koninkrijk van God op aarde en in de geschiedenis vůůr Jezus' wederkomst. Ze gaat wel uit van een "gerealiseerd millennium" dat samenvalt met de gehele periode van de historische missie van de Kerk. De tekenen van Jezus' wederkomst zullen toenemen als Zijn komst nabij is. De Kerk zal overleven en zelfs invloed hebben, maar geen echte rol van betekenis hebben temidden van de koninkrijken van deze wereld. Aldus Anthony Hoekema in "The Bible and the Future". Een andere bekende a-millennianist is Wim Rietkerk, die een aardig boekje schreef over onze planeet aarde. Zij ontkennen dus dat de Kerk zal overwinnen in de geschiedenis en op aarde. En ze ontkent dat de naties zich zullen bekeren vůůr Christus' komst. Overwinning wordt alleen gedefinieerd in termen van 'geredde zielen', of als 'overwinning over de zonde'.

In feite zeggen deze reconstructionisten: Jezus heerst over de wereld, en uiteindelijk zal Hij alle heerschappij voeren. David Chilton schreef "Paradise Restored", de weg terug naar de paradijselijke situatie. Hij gaat kritisch in op vragen als: Zijn wij als Kerk op aarde de verliezers in de geschiedenis? Zal Gods tegenstander ons overheersen, en zal God dan pas ingrijpen? Dan kom je terecht bij het apocalyptisch denken, zoals dat ontstond tijdens de ballingschap in Babel en ten tijde van de MakkabeeŽn. In dat denken gaat men ervan uit dat God alleen iets kan doen middels een radicaal ingrijpen. Jezus moet terugkomen op aarde om orde op zaken stellen. Dat doet Hij bv. door ons, de gelovigen, naar Zich toe te trekken. 

Met dit denken, dat Gerry DeMar omschrijft als een 'cultural surrender', heeft het bezig-zijn met de afgeleiden van het Christendom geen zin meer. Daar hoef je dan niet meer over na te denken. Ik denk dan bv. aan kwesties als armoede en milieu, bijbels recht, economie of politiek. Als wij als Kerken op een zinkend schip zijn, wat heeft het dan nog voor zin om het koper te poetsen?

Dan moet je ook teruggaan naar ons mandaat, naar de opdracht die Jezus ons gegeven heeft in Matheus 28, 20: "Om het Evangelie te prediken aan alle volkeren". Let wel: alle VOLKEREN, dus niet aan allerlei individuele mensen. Dat "Hij met ons zal zijn, tot aan het einde der tijden". Betekent dat dan dat wij zoveel mogelijk zielen moeten winnen? Is dat onze hoofdtaak, misschien wel onze enige taak? Of sluit dit zendingsbevel aan bij onze oorspronkelijke opdracht, gegeven aan Adam en Eva, om de aarde te beheren. Om uiteindelijk met Christus te heersen over Zijn ganse schepping, en Zijn heerschappij te proclameren over elk deel van de samenleving?

Dan kom je bij de vraag naar de relevantie van de Kerk en het Evangelie in de tijd. Dan zitten we in de periferie, dat leidt tot een soort getto, waarbinnen je eigenlijk voortdurend bezig bent te ontsnappen aan de druk, die op ons afkomt. Als je voortdurend met New Age bezig bent, dan kan het wel eens zo overweldigend worden dat je je een minderheid gaat voelen, waardoor je tot defaitisme vervalt. Maar daar hebben we eigenlijk helemaal geen reden toe. 

Het Reconstructionisme gaat een stap verder dan de Reformatie, doch sluit daar wel op aan. Reformatie slaat op de Kerk, Reconstructionisme gaat over heel de samenleving. Rushdoony paste dit als ťťn der eersten toe in 1973 met zijn boek "Instituties van de bijbelse wetten". Bahnsen schreef een boek over theonomie in de christelijke ethiek. Dat gaat over de vraag in hoeverre de wetten uit het Oude Testament nog steeds van toepassing zijn voor vandaag.

Waarom is dat belangrijk? Omdat, als je uitgaat van de Bedťlingenleer, het Oude Testament (en dus ook de wetten van Mozes) passť zijn, van een oude en voorbij gegane bedťling. Wat is de essentie van de Bedťlingenleer? Dat is het onderscheid tussen IsraŽl en de Kerk. Dat heeft te maken met een letterlijke hermeneutiek. Dan praat je over profetieŽn uit het Oude Testament, en of die wel of niet zijn vervuld. De Bedťlingenleer zegt: die profetieŽn zijn gericht aan IsraŽl . En IsraŽl is het aardse IsraŽl .

Toen Jezus ten tonele verscheen sprak Hij in Matheus 21, 33-43 over het Koninkrijk van God, en dat Hij dit van IsraŽl zou wegnemen. Om het te geven aan de volkeren, bij wie het wel vrucht zou dragen. De christelijke Kerk is daarom het ware IsraŽl van zowel Joden als heidenen, hetgeen dus niet hetzelfde is als de vervangingsleer. Maar dan zit je nog met het probleem van die oude profetieŽn, die aan IsraŽl waren gegeven. Gods Woord zou ontkracht worden als deze profetieŽn niet in vervulling zouden gaan.

De oplossing voor dit vraagstuk noemt men in het engels de 'Gap-theory'. In deze theorie is de tijd van de Kerk een tussenfase. Die was eigenlijk niet voorzien in het Oude Testament. Vandaar dat men spreekt over bedťlingen, dat zijn verschillende fasen van Gods handelen in de geschiedenis. Zo onderscheid men de tijden van Adam, die van Noach, die van Abraham en die van Mozes. Tenslotte komen we bij Jezus zelf, en de vraag of IsraŽl Hem zou aanvaarden. Dat is uiteindelijk niet gebeurd. Daarom werden de heidenen bij Gods heilsplan betrokken in de tijd van de Kerk. Maar het is Gods plan dat Hij tenslotte toch met IsraŽl verder zal gaan, en wel als de Kerk is opgenomen.

Om dat te kunnen begrijpen moet je praten over DaniŽl 9, over de profetie van de 70 weken (62 + 7 + 1). Daar hoort bij het gedeelte van 1 Tessalonicenzen 4, 17-19, en Openbaring 3, 10. 

Eerst is er sprake van een verdrukking, en daarna zal die opname zijn. In de eschatologie gaat het over de timing van die opname. Als je dat leest, dan komt die passage van de opname over als de meest luidruchtige passage van het Nieuwe Testament. Want het gaat gepaard met groot bazuingeschal.

"Nee", zegt de Bedťlingenleer, "dit is een 'geheime' opname". De uitleg daarbij is dat deze opname min of meer samenvalt met Christus' wederkomst. Christus en Zijn volgelingen ontmoeten elkaar in de lucht. Dat kan worden uitgelegd zowel als een wegnemen van de aarde van de Christenen, maar ook als een Hem tegemoet treden om Hem te verwelkomen. Waarbij de richting toch weer terugwijst naar de aarde. 

Dan zal de Antichrist zich manifesteren. In de laatste van die 70 weken zal er een Gezalfde worden gedood. Het scenario vanaf Openbaring 3 vers 10 gaat dan in vervulling, de bazuinen, de schalen met Gods gramschap, al die oordelen komen dan op de aarde.

Uiteindelijk komt Christus terug om daar een eind aan te maken. Dan is er ook sprake van het getuigenis van IsraŽl. En dan zullen al die profetieŽn van het Oude Testament alsnog vervuld worden.

Wanneer er dus gesproken wordt over de Bedťlingenleer, dan gaat het om dit onderscheid in de letterlijke hermeneutiek: uitstel van de vervullingen van de profetieŽn tot in de Eindtijd. Die profetieŽn hebben tot dan toe geen enkele betekenis, maar treden pas in werking in dat scenario. 

Een eye-opener is voor mij geweest dat je die profetieŽn ook anders kunt lezen. En dat gaf mij ruimte naar de toekomst toe. Op een gegeven moment kreeg ik uitnodigingen om te vertellen over de gevaren van de New Age beweging, en om daarvoor te waarschuwen. Dat gaf mij na verloop van tijd een onbevredigend gevoel. Want ik bleef zitten met de vraag: wat is dan ons antwoord op New Age? Christenen hebben wel altijd kritiek, maar zelden gaan ze iets doen.

Deze vraag bleef bij mij haken. New Age ziet er geweldig positief uit, maar het is namaak, vals, een pseudo-macht. In het Christendom gaat het over het Koninkrijk van God. Uiteindelijk moeten wij ons heil vinden in dat Koninkrijk. En nu zijn er christenen die zeggen: "Dat Koninkrijk van God is eigenlijk een uitgesteld Koninkrijk. Het moet nog steeds komen, het moet nog steeds in vervulling gaan".

Ik denk dat deze mensen dan voorbijgaan aan een cruciaal gegeven. Want op het moment dat Jezus is gestorven en opgestaan, en met name tijdens Zijn Hemelvaart, heeft Hij het koningschap aanvaard. Zijn Koninkrijk is vanaf die tijd definitief begonnen. In dat kader heb ik DaniŽl 7 vanaf vers 27 veel beter leren verstaan:

"En het koningschap, de macht en de grootheid der koninkrijken onder de ganse hemel zal gegeven worden aan het volk van de heiligen des Allerhoogsten: Zijn koningschap is een eeuwig koningschap, en alle machten zullen het dienen en gehoorzamen".

Het Koninkrijk van God is dus met de Hemelvaart van Jezus definitief aangebroken. Wat mij sterk heeft aangesproken zijn de gelijkenissen over het Koninkrijk in MattheŁs 13: de zaaier, het mosterdzaadje, het zuurdesem. En DaniŽl 2, waar verteld wordt over een grote steen, die alle koninkrijken van de aarde omver werpt, en uiteindelijk heel de aarde zal vullen.

Psalm 110 vers 1-2: "Aldus luidt het woord des Heren tot mijn Heer: Zet u aan mijn rechterhand totdat ik uw vijanden gelegd heb als een voetbank voor uw voeten. De Heer strekt van Sion uw machtige scepter uit: heers temidden van uw vijanden".

Dit thema kom je ook tegen in Matheus 26, 64; Lucas 16, 19; Kolossenzen 3, 1; HebreeŽn 8:1. En hoe moet je dan Openbaring verstaan? Je kunt dan nog gaan praten over de aard van het Koninkrijk zelf. Dave Hunt zegt dat dat een andere (hemelse) dimensie is, alleen maar innerlijk. En hoe manifesteert zich dat dan?

Een andere vraag is: HOE regeert Christus dan als wij zeggen dat Hij aan de rechterhand van de Vader zit? Hoe merken wij dat?

Wat je dan nodig hebt is een bijbelse filosofie op de geschiedenis. En die ligt in het Verbond. Veel onderdelen van het Reconstructionisme zijn terug te vinden in alle andere kerkelijke historische stromingen. Als je dan vraagt: wat is het theologisch meest unieke, dan is het de structuur van het Verbond. Er zijn voorstudies gemaakt over de verdragen tussen de vorsten van PerziŽ en hun satrapen en viziers. Bij de Hethieten vind je ook zulke verdragen. En dan kun je zien dat het Boek Deuteronomium dezelfde structuur heeft van zo'n soevereiniteitsoverdracht.

Daarbij is de eerste vraag: wie heeft het nu eigenlijk voor het zeggen? Wie is de heerser? Het is de vraag naar de soevereiniteit. Dat is vaak de inleiding van zo'n verdrag.

Ten tweede: zo'n heerser kon niet overal tegelijk zijn; hij stelde dus mensen aan om namens hem te regeren. Dat zien we ook bij Mozes gebeuren: hij stelt Oudsten aan. Zo ontstaat er een hiŽrarchie, delegatie van gezag. Dezelfde structuur vind je ook terug bij Matheus 28, in het zendingsbevel. Je vind het ook terug in Openbaring. Jezus zegt: aan Mij is gegeven alle macht, maar nu geef ik Mijn macht aan jullie.

Ten derde: de kern van het Verbond zijn eigenlijk de condities, de wetten, in feite alles wat met ethiek te maken heeft. "Leert hen te onderhouden alles wat Ik jullie heb geleerd".

Ten vierde: in Deuteronomium 26-28 gaat het over de sancties, en die kunnen zowel positief als negatief zijn: zegen en vloek. Als je je aan dit verbond houdt, dan ervaar je zegen. Als je deze regels overtreedt zul je nooit zegen ervaren. De Tien Geboden hebben trouwens dezelfde structuur (2 x 5). Als je je ouders eert zal het je goed gaan.

Ten vijfde: als de soeverein sterft, hoe moet het dan met de opvolging? Als Mozes er niet meer zal zijn, wie neemt zijn taken dan over? Wat ga je doen met de erfenis?

Uit dit alles kun je een geschiedenisfilosofie distelleren van oorzaak en gevolg. Daar waar koninkrijken en regeringen wetten hebben, die niet uit God zijn, waar God niet erkent wordt, daar loopt het leven vast; er rust geen zegen op.

Je kunt daar natuurlijk allerlei interpretaties aan geven, en je afvragen: hoe komt het dat ons land met zijn godloze regering toch een sterke economie heeft? Dat zou wel eens zo kunnen zijn omdat in onze wetgeving nog steeds een aantal bijbelse principes verwerkt zitten. Ook naar de toekomst toe kun je deze filosofie extrapoleren. Christus heerst, Zijn Koninkrijk groeit. Wij hebben Zijn mandaat om alle volkeren te maken tot Zijn discipelen. 

Er is ťťn groot verschil tussen de Bedťlingenleer en het Reconstructionisme. De Bedťlingenleer praat over het rechtsnijden van Gods Woord door onderscheid te maken tussen de verschillende bedťlingen. Dat heeft echter meer geleid tot een versnijden van Gods Woord door b.v. te zeggen: nu zitten we in de fase van het genadetijdperk. Daarbij wordt de genade uitgespeeld tegen de Wet.

De theorie van de bedťlingen leidt dan ook tot anti-wettelijk denken; eigenlijk hebben we die Wet niet meer nodig. Want God regeert door Zijn Geest in ons hart. De Wet wordt alleen maar geestelijk vertaald:

Matheus 5, 17-19: "Meent niet, dat Ik gekomen ben om de Wet of de profeten te ontbinden; Ik ben niet gekomen om te ontbinden maar om te vervullen. Want voorwaar, Ik zeg u: eer de hemel en de aarde vergaat, zal er niet ťťn jota of tittel vergaan van de wet, eer alles zal zijn geschied. Wie dan ťťn van de kleinste dezer geboden ontbindt en de mensen zo leert, zal zeer klein heten in het Koninkrijk der hemelen; doch wie ze doet en leert, die zal groot heten in het Koninkrijk der hemelen".

Zij hebben dan ook in feite geen boodschap aan politieke-, sociale- of economische zaken. Daarmee zijn niet alle vragen opgelost. Paulus praat over "de wet in tweeŽrlei zin": enerzijds is er sprake van de vloek der Wet: je heil moet je niet verwachten van de Wet, want daarvoor is die niet bedoeld. Anderzijds hebben FarizeeŽn en Schriftgeleerden er wat anders van gemaakt, ze hebben er eigenlijk een sektarische uitleg aan gegeven. Ze hebben er een hek omheen gezet, zodat de mensen aan de kern van de Wet niet meer toekomen. Jezus legt dat uit als misbruik van de Wet. Hun mondelinge tradities zijn verankerd geworden in de Talmoed, in het JudaÔsme. 

Je komt dan bij de volgende hermeneutische stelling van de Reconstructionisten: Alles van de Wet is nog van toepassing, tenzij in het Nieuwe Testament duidelijk wordt aangegeven dat onderdelen daarvan NIET meer van toepassing zijn. Dan heb je het b.v. over de wetten rond de rituelen en de offers. Want Jezus is het laatste offerlam, en na Hem hoeft er geen bloed meer te vloeien. Je kunt dan kijken naar de sabbat versus de zondag, de regels rond het jubeljaar, en dat soort zaken, die in Christus zijn vervuld en buiten werking gesteld.

Een andere stelling zegt: nee, niets is meer van toepassing, tenzij het Nieuwe Testament dat duidelijk herhaalt of bevestigt. In het Oude Testament lees je over allerlei wetten rond seksualiteit en perversiteiten, waarvan iedereen weet: dat is niet goed, zo ga je niet met elkaar om. Maar die zaken worden in het Nieuwe Testament niet herhaald. Moet je dan concluderen dat die wetten niet meer gelden? Ik wil hiermee aangeven dat je met die tweede stelling in de problemen komt.

Met andere woorden: de Bedťlingenleer is niet onschuldig. Het leidt tot een soort verlamming. Het pre-chiliasme kun je samenvatten als een "pessimillennianisme": ze is pessimistisch over de toekomst van de Kerk in de geschiedenis Terwijl post-chiliase zegt: "Christus IS Heer, Hij zal heersen (Openbaring 19). Hij is bezig te veroveren". 

De laatste halve eeuw lijkt het er soms op alsof wij in Europa een doemscenario hebben. Dat klopt! Jezus zal de zonden der vaderen bezoeken aan de kinderen tot in het derde en vierde geslacht (van hen, die Hem haten). Maar er staat niet bij een vijfde of een zesde generatie. Er komt dus een keer een einde aan Gods toorn. Gods oordelen leiden tot herstel en restauratie / reconstructie.

Van alle grote machten in de wereldgeschiedenis is er niet ťťn meer over. Ik ben ervan overtuigd dat ook de cultuur van het Westen, die gebaseerd is op Humanisme en Rationalisme, zal falen. Dat kan geen stand houden in het licht van Gods Koninkrijk.

Ik denk dan ook dat God niet alleen oordeelt aan het einde van de geschiedenis. Want ook door de geschiedenis heen is God oordelend aanwezig. Dat betekent dat we het Boek Openbaring niet alleen maar moeten lezen als iets futuristisch, iets wat in de toekomst ooit zal staan te gebeuren, louter letterlijk gelezen. Er zit zoveel symboliek in die teksten, dat je een gedegen bijbelse theologie nodig hebt om door tekstvergelijking te komen tot inzicht in de parallellen met b.v. DaniŽl en EzechiŽl. Openbaring is niet een appendix na de Bijbel, maar vormt er een onlosmakelijke eenheid mee. Sterker nog: als je het hebt over de tijdskaders, dan begint Openbaring met de dingen die 'spoedig' moeten gebeuren (Openbaring 1, 1; 1, 3). Daar eindigt het ook mee: Openbaring 22, 6. Het is geschreven / geadresseerd aan de toen levende generaties in Klein-AziŽ (Ik zou ook nog een aparte vergelijking kunnen maken met Matheus 23 en 24, waar de leerlingen aan Jezus vragen hoe het nou zit met dat einde der tijden). Wat is de bedoeling van die brieven, die geschreven werden aan de zeven gemeenten in Klein-AziŽ?

Waar heel de strijd om te doen is is de vraag: wie is nou Caesar? Wie is nou Kurios? Wie is Heer? Het was helemaal niet het punt dat de mensen Jezus zouden aanbidden als goddelijk; in Jezus' tijd waren er zoveel goden. De keizer van Rome liet zichzelf als een god vereren; in Jezus' tijd was die keizercultus op een hoogtepunt. De kwestie was echter politiek van aard: weigeren de keizer als God te vereren, en beweren dat Jezus de Kurios is, stond gelijk aan verraad en kostte je het leven (op aarde).

Van belang is ook: wanneer is dat Boek Openbaring geschreven? De klassieke interpretatie noemt het jaar 96 na Christus. Maar dat gaat terug op ťťn enkel onduidelijk citaat van Ireneus, waarin vermeld wordt dat hij Johannes heeft gezien. Op grond van de hele strekking van deze Openbaring van Johannes ligt een datum vůůr het jaar 70, dus vůůr de verwoesting van de Tempel, veel meer voor de hand.

Zo zijn er in Openbaring enkele interne referenties: het nummer 666. Als je dat omzet in het hebreeuws, dan kom je uit bij Nero, keizer van Rome van 51-68.

Er zijn nog meer referenties, die erop wijzen dat Openbaring een boodschap is voor de vervolgde Christenen van die tijd. Om hen aan te moedigen om vol te houden in het lijden, in de vervolging. Om vooral niet een compromis aan te gaan. Maar in die zin kan dit Boek ook tot ons spreken, en op ons van toepassing zijn. Dat wil niet automatisch zeggen dat de profetieŽn van Openbaring 2000 jaar later te gebeuren staan. Dan kan wellicht nog waar zijn voor de laatste hoofdstukken, waar het gaat over de eindfase van de voltooiing. Het gaat er om: wat / wie wordt geoordeeld? In feite worden daar de gebeden van de martelaren verhoord die aan God vragen: hoe lang moeten wij nog lijden? Vergelijk de Psalmen waar vervloekingen worden gedaan over de vijand (wanneer zullen die uitkomen?).

De jonge Kerk had twee vijanden: Rome en IsraŽl. De offers die in de Tempel nog gebracht werden maakten van Christus' offer een gruwel. Want die offers van dieren zijn nu niet meer nodig.

"De laatste dagen", waarin zij zaten, dat waren de laatste dagen van dat oude bestel. Ook tegen het licht van DaniŽl 9: degene die in het midden van de week vermoord wordt, zou dat de Messias zijn? Hij maakt het Verbond. Jezus stierf midden in de week, nadat Hij het Nieuwe Verbond had ingesteld.

De tijd tussen Jezus' opstanding en de verwoesting van de Tempel in het jaar 70 is ook de periode waarin de canon van de Bijbel tot stand is gekomen. Waarna we geen profetie zoals die van de Bijbel meer nodig hebben. In de Joodse Oorlog van 6770, die beschreven is door Flavius Josephus, is sprake van een grote verdrukking. De honger werd zo nijpend dat men elkaar al bij voorbaat doodde en opat, uit angst. Het was alsof heel Jeruzalem en heel het volk feitelijk overgegeven was aan de satan. Het einde is de verwoesting van de Tempel, waardoor er tevens een einde komt aan de oude bedťling. Als je tegen dat licht het Boek Openbaring gaat lezen, wordt een hoop duidelijk. 

Er is een boekje uitgegeven: "88 Redenen waarom de opname zou plaatsvinden in 1988". Dat heeft te maken met de vestiging van de staat IsraŽl in 1948; 1988 is dan 40 jaar later. Dat jaar is inmiddels al lang voorbij. Dus heel dat denken, en alles wat daarmee te maken heeft, heeft een enorme knauw gekregen, al zijn er nog steeds groepen die aan deze leringen vasthouden. In Nederland praat je dan over een maandblad als het Zoeklicht, aan de Darbisten, de Broeders van de Vergadering der gelovigen; Ouweneel en Glashouwer bij de EO, Matzken, Hanegraaff, de Evangelische Bijbel School in Doorn, en anderen.

Er is een Nieuw Verbond in Jezus Christus. Dan moet je gaan praten over continuÔteit en discontinuÔteit. Een aantal zaken van het Oude Verbond zijn nog steeds van kracht. Een aantal andere zaken zijn afgebroken. De offers gaan niet meer door, en daarmee vervallen alle ceremoniŽle en rituele wetten. Wat je overhoud zijn de morele wetten, de verwachting van de Messias, de Tien Geboden, en de 'casus'-wetten. Dat zijn de wetten die het politieke en economische leven regelen. Wij kunnen daar vaak moeilijk mee uit de voeten omdat wij sterk beÔnvloed zijn door het humanistisch denken. Maar deze zaken staan wel in de Bijbel, God heeft daar wel over geschreven. En wat moet je daar dan mee? In die tijd had men slavernij, wij hebben ons sociale verzekeringsstelsel; wij zijn verzorgd van de wieg tot het graf. Als God niet meer soeverein is, dan kan er een vacuŁm ontstaan. Dan is er geen sprake meer van continuÔteit.

Wanneer kun je nu zeggen dat een volk bereikt wordt met het Evangelie? Daar zijn historische precedenten voor: de Puriteinen die met de Mayflower uitweken naar Amerika. Om daar te leven vanuit hun Charta, hun samenleving met God. Wat later van grote invloed is geweest op de Grondwet van de Verenigde Staten. De afzonderlijke Staten erkenden daarin de soevereiniteit van God. Later is dat veranderd, en dan spreekt de Grondwet van "we, the people". Dan heeft de mens de rol van God overgenomen; niet meer God maar het volk heerst. Dit Amerikaanse model is gebruikt voor heel wat andere grondwetten. In Zuid-Afrika, meen ik, was tot voor kort ook nog sprake van Gods soevereiniteit in de Grondwet. 

Reacties

Hans v.Meurs: Ik vraag me bij dit alles af: wat is nou in onze tijd de beleefde werkelijkheid (l' experience vťcu). Het Evangelie is vaak als een regenbui: het komt over je heen, het houdt ook weer op. Het komt in Rome, het gaat er ook weer weg. In Duitsland hebben ze het Evangelie ook gehoord, maar een volgende generatie zegt het Christendom weer niets. Men krijgt het dus wel te horen, en iedereen heeft ook wel een keuze gehad, maar het droogt allemaal weer op.

Bob van Dijk: In de Bijbel staat dat er eerst een grote afval moet komen voordat Christus terug kan komen. In de tijd van Paulus was heel Klein-AziŽ christelijk. Tot ongeveer het jaar 63 heeft men daar de terugkomst van Jezus verwacht. Ook Paulus heeft dat verwacht, maar in zijn laatste brieven aan TimothŽus spreekt hij opeens over 'het geheimenis van het Koninkrijk'. Hij begint dan Oudsten aan te stellen om de continuÔteit van de Kerk te waarborgen. Kennelijk heeft hij toen begrepen dat de wederkomst van Christus nog op zich zou laten wachten.

Daarop volgt in het jaar 64 de eerste grote vervolging van de Christenen door Nero. Er is toen een situatie ontstaan waarin heel veel mensen de gedachte aan een spoedige wederkomst hebben losgelaten, zelfs het Evangelie hebben losgelaten. Er was sprake van een grote afval in die tijd. In de Brief van Judas en in 2 Petrus zie je dan ook aanzetten om de leer van het Evangelie vast te leggen.

Met andere woorden: je hoeft het Boek Openbaring helemaal niet in deze tijd te plaatsen; alle elementen die daarin genoemd worden speelden in die jaren-60 na Christus. Deze feiten zijn vaak onderbelicht gebleven.

Toch staan daar o.a. die profetieŽn uit Romeinen 9-11, die nog niet vervuld zijn, en die vervuld zullen worden aan IsraŽl. Jezus zegt: "Hij is Mijn dienstknecht die doet de wil van Mijn Vader, en die besneden is naar het hart". Sinds de holocaust zijn er veel kritische geluiden over de vervangingsleer van de Kerk. IsraŽl werd vervolgd en is naar alle kanten verstrooid. Het Evangelie is naar de heidenen gegaan om IsraŽl te prikkelen tot jaloersheid. Als wij de geboden van God serieus nemen, wat kunnen zij ons dan te verwijten hebben?

Zo moet er een nieuw vertrouwen ontstaan. Daarin speelt Romeinen 7-9 een belangrijke rol: de bedekking over IsraŽl zal worden weggenomen. En IsraŽl zal voor heel de wereld een katalysator worden voor Evangelisatie. Dat is een optimistische toekomstvisie.

v.Meurs: Al die landen rond de Middellandse Zee, waar het Christendom het eerst wortel schoot en tot bloei kwam, juist die landen zijn helemaal niet trouw gebleven aan Gods Woord.

Nu kun je zeggen, jongens, we gaan een mooie tijd tegemoet. Maar als je naar de werkelijkheid om je heen kijkt, dan moet je zeggen dat het Christendom slag op slag te verdouwen krijgt. En dan moet jij maar zien dat je het volhoudt om te geloven in die stralende toekomst... Jezus zegt: "Ik heb u deze dingen gezegd voor het geschiedt, opdat je niet in de war komt als het geschiedt".

Bob van Dijk: Daarom moeten we kijken naar het motief, van waaruit Johannes het Boek Openbaring schreef. Dan moet ik zeggen: Openbaring gaat over de ondergang van IsraŽl en de verwoesting van de Tempel. Het gaat ook over het einde van de wereldgeschiedenis. Maar allereerst is het voor de mensen die verdrukt worden en te lijden hebben in Johannes' tijd.

Je kunt dan water in de wijn doen en zeggen: ik hou Jezus in mijn hart. Tegelijk is dat lijden daar, en de vraag naar het waarom van dat lijden. Het feit dat er op een gegeven moment tegenstand is tegen het Evangelie maakt het moeilijk om te geloven dat Jezus heerst.

Toch is het bloed van de martelaren het zaad der Kerk. Er is dus een lijden met Christus, dat een wezenlijk onderdeel vormt in de verovering van de wereld door het Evangelie. We zullen overwinnen, maar voorlopig gaat het er om: hoe komen we er met Christus doorheen.

Hans v.Meurs: Ik hou er van om moeilijke zaken te vergelijken met iets eenvoudigs, dat iedereen kent. Hoe moeten wij in onze tijd Gods aanwezigheid voorstellen? Dan denk ik aan de oorlog, toen koningin Wilhelmina in Londen zat. Van daar uit bleef zij ons bemoedigend toespreken via de radio. Zij regeerde over haar ballingschap heen met haar stem.

Zo regeert Jezus Christus over hen, die naar Hem luisteren, in een wereld die Hem vijandig gezind is, en die naar een crisis toegaat. Er kwamen in de oorlog wel legers om ons te bevrijden, maar dat ging wel gepaard met allerlei apocalyptische veldslagen en verwoesting. Daarin moet geknokt worden, daarin moet je proberen te overleven, daarin moet je je trouw bewijzen. Maar wie overwint zal in vrede verder mogen leven.

Dat is de kern van het Boek Openbaring: daar komt de grote Jezus Christus, en wie Hem trouw is gebleven zal zalig worden. Daarbij komt het tot een afrekening, discontinu, met de geschiedenis.

Bob van Dijk: Dat is een mooi voorbeeld van hoe God present is in onze geschiedenis. De vijand wordt steeds feller, het lijkt er op alsof hij zo wordt voorbereid op een oordeel. Dat is niet uniek. Het wereldrijk van de Romeinen is gevallen, en daarna ontstond weer iets nieuws. Zo zijn er door de geschiedenis heen steeds weer nieuwe fasen waarin God omziet naar Zijn volk. God ziet, Hij hoort, Hij is bewogen, en Hij komt.

Zo gaat het ook in de geschiedenis van de grote opwekkingen in de Kerk. Steeds weer zijn er situaties waarin herstel is (Reformatie, Contrareformatie). En nu wordt er gepleit voor Reconstructie.

H.v.Meurs: Toch geloof ik dat je als post-chiliast niet pessimistisch hoeft te worden.

Bob v.Dijk: Je wordt pessimistisch omdat je een verdrukking aan ziet komen, het wordt alleen maar erger. Tegelijkertijd weet ik dat God uit is op herstel, terug naar Zijn oorspronkelijk plan. Dat blijft doorgaan. We kunnen ons blind staren op al die negatieve ontwikkelingen, maar die zijn gedoemd te falen. Daardoor kun je gestimuleerd worden op je hoop vast te houden.

Ds.de Nooy: Dat lees ik ook in Handelingen 1, 6, waar de discipelen aan Jezus vragen: "Wanneer hersteld Gij het koningschap in IsraŽl"? En in Matheus 24 geeft Jezus al die tekenen der tijd, waaraan je kunt zien dat Hij bezig is de dingen te herstellen.

v.Meurs: Als je een Getuige van Jehova vraagt: wanneer is Jezus wedergekomen? dan krijg je als antwoord: in 1914. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog geldt daarvoor als bewijs. Maar als je uitgaat van de beleefde werkelijkheid dan moet ik zeggen: jongen, hoe kom je daarbij? Als Christus dan inderdaad nu regeert, niet vanuit een ballingschap, maar hier en nu, lichamelijk tegenwoordig, en je krijgt dan slag op slag te verwerken, waar blijf je dan? Dat is toch niet zoals God regeert? Je word wel bemoedigd door die stem van verre, en je weet ook nog wel zielen te winnen (die optie houd ik overeind!), dan kun je zeggen: met elke mens, die ik win voor Christus, win ik een wereld. Die betrek je in die sfeer van bemoediging.

Bob v.Dijk: Hal Lindsey heeft een boek geschreven "The road to holocaust". Daar is sprake van 'rapture-fever' en 'last-day madness', weerleggingen van respectievelijk G. North en G. DeMar. Dat is ook beleefde werkelijkheid.

Ds. de Nooy: U hebt een aantal scenario's laten zien over de Eindtijd. Maar waar staat u zelf?

Bob v.Dijk: Toen de profetieŽn uitgesproken en opgeschreven werden was de vervulling ervan nog toekomst. Inmiddels zijn ze vervuld, op die laatste hoofdstukken van Openbaring na. Ik ben een post-chiliast. En ik geloof dat Jezus regeert, dat Hij troont op onze voorbeden, en dat de implicaties van Zijn regering toegepast worden op alle terreinen van de samenleving. Zo sterk zelfs dat er sprake is van het stelen van christelijk denken (Teilhart de Jardin) door onze tegenstander. Je ziet dat ook in stukken van de sociale wetgeving: wat goed is, of aannemelijk lijkt, is meestal gestolen goed. Democratie vindt zijn bron in het priesterschap van alle gelovigen. De Grondwet van de Verenigde Staten heeft het karakter van een verbond, en dat geldt ook voor het sluiten van een huwelijk. Zo wordt je ook ambtsdrager, door een verbond te sluiten, door een belofte (eed) af te leggen. Maar in veel van dit soort verbintenissen is tegenwoordig de relatie naar God toe eruit gehaald en genivelleerd. Dat gebeurt ook in het New Age denken. In Findhorn werd erg veel christelijke taal gesproken. Maar de woorden hadden er een andere invulling....

Hans v.Meurs: Nou zou je kunnen zeggen: naarmate je verder vordert in de tijd komen er wat meer dingen op een rijtje, wordt het plaatje wat overzichtelijker. Niet dat ik er pessimistisch over ben dat we er maar zo weinig met zekerheid over weten. Ik ben van mening dat elke christen eens stevig bezig moet zijn met de apocalyps. Niet constant, maar het hoort er wel bij.

Pater Amedeus: Ik heb (samen met Ds. Wim van Dam) lange tijd gestaan in de Dienst der Bevrijding. En Ds. van Dam was van mening dat het Duizendjarig Rijk al voorbij is, en dat in onze dagen de legioenen demonen op de wereld zijn losgelaten. Voor een deel is dat ook waar; de afgelopen 20 jaar kenmerken zich door een enorme demonische intensivering in onze samenleving.

Ik zie ook wel een relatieve gebondenheid van de demonen over de periode vanaf Christus' Hemelvaart tot aan de franse revolutie. Sinds die tijd manifesteert het kwaad zich steeds openlijker en intensiever. Denk maar aan de beide wereldoorlogen van deze eeuw.

v.Dijk: De satan is geketend, maar daarbij heeft hij nog wel een speelruimte. Niet voor niets staat er geschreven dat hij tekeer gaat als een briesende leeuw. Ook in geketende toestand kan hij schade toebrengen. Maar hij kan het Evangelie niet tegenhouden.

Pater Amedeus: Wij moeten ons niet laten intimideren door manifestaties van de boze. Wij staan in de overwinning van de Heer!

v.Dijk: Inmiddels weten we nog niet het uur van Jezus' wederkomst, noch het uur waarop de wereld zal vergaan. Moet je je dan nu gaan afvragen: gaat het met de wereld bergafwaarts? Gaat deze wereld voorbij? Al in de tijd van IsraŽl s ballingschap in Babel klinkt de profetie: "Er zal bloed zijn aan de maan, en de zon zal haar licht niet meer geven". Dat is vaak de uitdrukking van een bepaalde heerschappij, een bepaalde ordening. Het komen van Christus, ook in Matheus en in Openbaring, is niet zonder meer een wederkomst in definitieve zin. Maar een bepaalde ordening, een bepaalde cultuur, gaat voorbij. En er komt iets anders. Je kunt dan bijna spreken van een nieuwe hemel en een nieuw aarde.

v.Meurs: Wij leven in de tijd tussen twee opstandingen. Op de eerste opstanding volgt geen tweede dood; op de tweede opstanding wel. De eerste opstanding volgt op een dood ten leven, en de tweede opstanding is ten oordeel. Om te zien wat men heeft gemist. Opdat zal blijken dat Gods oordeel volkomen rechtvaardig is.

De eerste opstanding zal zijn bij de wederkomst van Jezus Christus, als de heiligen uit hun graven opstaan als eersten. Daarna wordt de aarde in vuur gereinigd. Ik heb dat vroeger wel eens overdreven gevonden: is dat nou wel nodig? Maar als bioloog kan ik wel zeggen dat wij nog niet de helft weten van de vervuiling van onze zeeŽn en bossen door de zware metalen. En dan klinkt het niet meer zo gek als God zegt dat die aarde moet worden omgesmolten, een volledige zuivering.

v.Dijk: Wat dan over zal blijven zal eeuwig zijn, Gods Koninkrijk.

v.Meurs: Dat Duizendjarig Rijk kan ik plaatsen tussen die eerste en die tweede opstanding. De heiligen, de gelovigen, zijn dan in de hemel, met Christus verenigd. Na die Duizend jaar komt het hemels Jeruzalem op de aarde, en dan vindt plaats de tweede opstanding, die van de onrechtvaardige, die Jeruzalem gaan belegeren. En dan komt er een vuur van de hemel om hen te verzwelgen, zoals destijds Sodom en Gomorra. Niet tot een eeuwige hel, maar tot een loutering. Want God is geen concentratiekamphouder.

Guyt: Veel mensen lezen de profetieŽn om te weten te komen wat er staat te gebeuren. Als je nu zegt: de profetie is al vervuld, wat is dan de manier om de dingen van de toekomst te kunnen weten? We weten wel: alles komt goed in Christus, maar...

v.Dijk: Dat is de vraag naar Gods plan met deze wereld. Het is ook Zijn bedoeling dat wij visie krijgen voor Zijn toekomst met ons. Dan heb je handen vol werk: met Christus regeren als priesters, posities innemen, je strijd strijden, en tenslotte zal God alles in allen zijn.

Guyt: Maar echt concreet kun je dat niet maken; misschien heb je dat ook niet nodig. De belofte is dat de H.Geest je zal leiden, en door Hem zul je weten wat je moet zeggen en hoe je moet optreden. En voor de rest zullen we wel zien.

v.Dijk: Dat is ons mandaat, dat is Gods opdracht aan ieder, die gelooft. Dit ligt in het verlengde van onze culturele opdracht: Waartoe zijn we geroepen, wat is de zin van ons menszijn, wat is jouw persoonlijke bediening. Dat is in de Bijbel niet letterlijk ingevuld. Een schakel kan zijn Romeinen 7, 9-11.

v.Meurs: Is er een scheiding, een splitsing van de mensheid als gevolg van het oordeel? Of zeg je: uiteindelijk wordt iedereen zalig? Het scheidingsdenken komt vaak zo pijnlijk over. Want je ziet die massa's mensen die de Heer niet kennen, en de gedachte dat zij verloren zouden gaan geeft mij veel verdriet. Maar als je zegt iedereen komt er wel, vroeg of laat, dan hoef je ook geen zielen meer te winnen voor het Evangelie. Dan hoef je niks meer te doen, want iedereen komt er toch wel. Maar als ik onrust heb over het geestelijk lot van een ander, dan heb ik de neiging om zielen te winnen.

v.Dijk: Dat is je bewogenheid voor degenen die God niet kennen. Dat is een stukje van jouw opdracht, van jouw verantwoordelijkheid om er op uit te gaan. Vandaar ook dat verkondiging en zending in de Kerk een hoge prioriteit heeft. Of zou behoren te hebben.

v.Meurs: Apocalyptiek is spreken over geweldige gebeurtenissen, en het geweldige perspectief in de toekomst aan de hand van kleine gebeurtenissen. Ik geloof dat Jezus gestaan heeft in dezelfde lijn als DaniŽl en EzechiŽl. Ik geloof dan ook niet in de politieke betekenis van het IsraŽl van na 1948. Want dan wordt apocalyptiek omgebogen naar politiek. Juist in IsraŽl heeft men de apocalyptiek niet verstaan. Het heilloze resultaat is dat met een 'is-gelijk'-teken plaatst tussen IsraŽl en het Koninkrijk van God. Terwijl Jezus heeft gezegd: Mijn Koninkrijk is NIET van deze wereld. Als Openbaring spreekt over Jeruzalem, dan is dat een hemels Jeruzalem. En als er gesproken wordt over Babel dan gaat het over een bundeling van kwade machten. Wie dan uiteindelijk de Antichrist zal zijn is even onbelangrijk. Maar ik zie een concentratie van verkeerde machten, waarvan New Age een soort prefigurering kan zijn.

Die apocalyptiek komt in de Bijbel vanaf de ballingschap, juist als de profetieŽn voor IsraŽl ophouden. Er zijn geen profeten meer. Want de heerlijkheid is van IsraŽl geweken. Ze komen wel terug in het Heilige Land, maar die nieuwe tempel is maar een schaduw van die tempel van Salomo. De ark komt niet terug. Het koningschap wordt niet hersteld; een of ander satrapisch geval voert het bewind. Die hele terugkeer stelt maar weinig voor. Maar toch wel weer zoveel dat hij apocalyptisch gebruikt wordt voor DE grote terugkeer. Daardoor wordt deze gebeurtenis bovenhistorisch. God gaat de mensheid terugbrengen naar de tijd van voor de Zondeval, niet als volk, maar ziel voor ziel.

v.Dijk: Na de ballingschap is er inderdaad geen koning meer, maar wel een hogepriester. Dan wordt het de taak van IsraŽl om voorbede te doen voor de hele wereld (visioen van Jesaja 2): IsraŽl als een koninkrijk van priesters, onder leiding van de Levieten. IsraŽl als uitverkoren volk temidden van de volkeren. Die bedoeling van God is nog niet echt tot realiteit gekomen. Het is door Jezus Christus dat die opdracht de wereld is doorgegaan, en ook de heidenen worden dan geroepen voor een opdracht op aarde (die niet van deze wereld is).

 

© Interkerkelijke werkgroep "Bijbel of New age" -  http://bijbelofnewage.info