MENU

 

Virtuele verleiders en imaginaties

subthema’s: fantasierolspelen en virtual reality

Lezing door Gerard Feller voor "Bijbel of New Age" op 10-05-2003  

 

Naast mijn bediening bij de Stichting Promise ben ik werkzaam als fysiotherapeut, daarbij ben ik onder meer gericht op de psycho-somatiek waarbij de relatie wordt gelegd tussen lichamelijke klachten en geestelijke achtergronden. Dat wordt ook steeds meer het verklaringsmodel van niet-christenen: het reductionistisch model wordt vervangen door het denken in relaties in de mens. Bij het diagnosticeren van de geestelijke gezondheid is het echter wel van zeer groot belang dat men de goede, bijbelse uitgangspunten hanteert. In mijn praktijk ben ik ook bezig met mensen met chronische klachten, met trauma ’s door geweld en sexualiteit. Daarnaast doe ik pastorale therapie om diverse zaken te integreren, zodat je verder kunt gaan dan andere hulpverleners doen. Een recent boek van mij is: "Heel de mens, Bijbels holisme in de gezondheidszorg". Wij zoeken naar een goede balans tussen dingen die je als christen afwijst, en het ontwikkelen van goede alternatieven.

In de praktijk krijg je veel te maken met mensen die in een waan, in een andere realiteit, leven. Veel mensen leven in een schijnwereld waarin ze gevlucht zijn met alle psychiatrische problemen vandien zoals: angsten, fobieën, depressies, (dwang)neuroses, schizofrenie of MPS (meervoudige persoonlijkheidsstoornis.). Alle schijnbare en maakbare realiteit zal hen verder in een antichristelijke wereldgeest doen vluchten of verder splijten in hun menselijke persoonlijkheid. Maar ook bij ‘normale’ burgers komt het leven in een waan meer en meer voor.

Wat is het realiteitsbesef van mensen? Laten we beginnen met christenen. Zij zijn volgens Kurt Blatter gecompliceerde mensen, want zij leven in twee realiteiten, namelijk de geestelijke en de aardse realiteit. Aan de ene kant belijd je als christen veel dingen, bijv. je zegt dat je rein bent in Christus, dat je in de hemel wandelt en dicht bij de Heer leeft. Maar in de aardse realiteit kom je onvolkomenheden tegen, en dat komt in botsing met wat wij als gelovigen belijden. Er is sprake van een zeker spanningsveld met de realiteit. Wat je nu vaak ziet, is dat er vluchtgedrag ontstaat. Soms slaat de weegschaal door naar de geestelijke realiteit, en dan zie je dat mensen overgeestelijk worden. Men praat over de Heer die veelvuldig tot hen spreekt, maar het heeft echter geen effect op hun aardse verantwoordelijkheden in hun huwelijk, in hun werk, in hun rol in de maatschappij. Je krijg als het ware een soort schizofrene reactie. Men interpreteert de eigen leefwereld op een andere manier dan iemand anders dat zou doen. Bijv. men zegt dat de problemen komen door het feit dat we in de eindtijd leven, want we worden geestelijk enorm aangevochten. Uiteraard is dat voor een deel juist, maar je ziet vaak een afschuiven van eigen verantwoordelijkheden. Dat is geen goed getuigenis voor een christenleven. Niet-gelovigen zien duidelijk de onwaarachtigheid van een leven dat niet in overeenstemming is met de belijdenis, want zeker in de postmoderne tijd wordt niet alleen gelet op woorden maar ook op gedrag.

Men kan ook doorslaan naar de aardse realiteit. Men heeft het geestelijke leven zo goed als uitgebannen. Men leeft nauwelijks meer vanuit geloof. Men twijfelt eraan of men wel wedergeboren is, en of God er wel is, belijdt elke dag dezelfde zonden en komt niet veel verder.

Inderdaad spreekt ook de Bijbel van een spanningsveld. De mens is nog niet volmaakt. We mogen streven naar heiliging en groei in het geloof, maar er moet een bijbelse balans zijn. Wij moeten daar ontspannen mee leren omgaan binnen de leiding van de Heilige Geest.

Hoe formuleert het modernisme de realiteit?  De waarheid, de realiteit is een beschrijving van datgene dat bestaat, en een leugen omvat iets dat niet bestaat.
Het  postmodernisme, dat je filosofisch relativisme zou kunnen noemen, zegt dat de waarheid subjectief is, afhankelijk van de cultuur en de perceptie van de mens. Werkelijkheid is wat voor jou werkelijkheid is. Er is geen objectieve norm, het normbesef is relatief. Er is geen zonde, er is geen verlossing nodig, behalve zelfverlossing. Het postmodernisme is helaas ook in kerken doorgedrongen.


De bijbelse realiteit zegt, dat denkers van het postmodernisme gelijk hebben in de zin dat onze geest en onze woorden te begrensd zijn, en niet in staat om dingen die buiten onze ervaring en zintuigen liggen te bevatten. Daarom hebben we het Woord van God nodig, de Logos, het Levende Woord. Hebr. 11: 1 en 3 zegt: “Het geloof is de zekerheid der dingen die men hoopt en het bewijs der dingen die men niet ziet. Door het geloof verstaan we dat de wereld door Gods Woord tot stand is gebracht, zodat het zichtbare niet ontstaan is uit het waarneembare”. Jezus zegt: “Ik ben de
weg, en de waarheid en het leven” (Joh. 14: 6). De boze probeert de mens vanuit de waarheid van Christus los te weken en door het voorspiegelen van een andere werkelijkheid de mens in de irrealiteit te voeren, waar geen licht van God meer is. Mensen worden verleid tot het aannemen van een ander godsbeeld, een ander wereldbeeld, en een ander mensbeeld dan de Bijbel aangeeft. De hersenspoeling door de boze vindt vooral de laatste eeuw op grote schaal plaats. Denk bijv. aan Mao en de culturele revolutie. In zogenaamde anders-denkenden-boerderijen werden mensen gedepersonaliseerd. In onze maatschappij komen we invloeden van die andere realiteit tegen in de media, in de gezondheidszorg, in de cultuur, in de kunst, in de politiek. Mensen worden onbewust gemanipuleerd in hun denken. De boze probeert ook de mens door middel van de virtualiteit in de irrealiteit te voeren.

Virtualiteit is de overgangswereld waarin de mens verleid wordt in de demonische wereld te stappen. Deze wordt geregeerd door de heerser van deze eeuw, Satan. Hij imiteert de Gemeente Gods door sekten en new-age netwerken. Zelfs probeert de boze een irreële christus, de anti-christ ten tonele te voeren. Het zal er op uitlopen dat de wereld deze super-virtuele christus, de anti-christ (anti = in plaats van Christus) zal aanroepen als het (virtuele) wereldklimaat hiervoor rijp is.

Hoe gaat dat proces van het veranderen van het bewustzijn? Mensen moeten eerst ergens mee in contact komen (initiatie). Dat kan op een passieve wijze, maar ook door zelf actie te ondernemen, je stelt je bijv. onder behandeling van een occulte genezer. De volgende stap is verkennen of exploreren, waarna verinnerlijking en verwezenlijking plaatsvindt en  een andere levensvisie ontstaat, een andere kijk op het leven, een ander bewustzijn.

Er zijn diverse bewustzijnsveranderende technieken, bijvoorbeeld hypnose, dat is een o
p trance of slaap gelijkende toestand van verlaagd bewustzijn, waardoor het kritische vermogen van het bewustzijn beïnvloed wordt, of beheerst gaat worden door een andere macht of persoon. Daarbij spelen suggestie, stembeïnvloeding en het minimaliseren van het contact met je lichaam door psychische ontspanning een rol. Mensen kunnen tijdens hypnose geen goed onderscheid meer maken tussen werkelijkheid en waan, tussen wat ze zelf gedacht hebben en wat anderen hen hebben gezegd. Mensen kunnen door hypnose het idee krijgen dat ze sexuele trauma ’s hebben meegemaakt, omdat de therapeut dat als mogelijkheid had gesuggereerd. Men gaat bijv. sneller in reïncarnatie geloven als de hypnotherapeut de patiënt heeft meegenomen naar een zgn. vorig leven. Ook de wil wordt beïnvloed of gemanipuleerd. Mensen raken door hypnose gebonden aan een persoon, en komen onder een bepaalde macht te staan. Dat is tegen Gods wil, die de mens met een eigen vrije wil geschapen heeft. De perceptie van het verleden kan ook worden weggenomen of veranderd, zoals je bijv. bij Rasti Rostelli ziet. Mensen gaan zich dingen herinneren, die ze niet hebben meegemaakt. Dat komt ook voor bij mensen, die zeggen ontvoerd te zijn door zgn. buitenaardse wezens.

De Duitse psycholoog Jung, die aannhanger was van het taoïsme, deelde het bewustzijn van de mens in een bewust en een onderbewust deel. Dit kunnen wij allemaal door eigen ervaring beamen, bijv. het autorijden gebeurt deels automatisch vanuit het onbewuste. Immers je denkt niet bij elk handeling bewust na, of je doet of ervaart niet elke handeling bewust. Behalve het onderbewuste onderscheidde Jung echter ook het zogenaamde 'collectief onderbewuste', namelijk dat in ieder mens de ervaringen en de kennis van het hele voorgeslacht van de mensheid opgeslagen ligt. Dat zou dan een enorm reservoir van allerlei informatie zijn, beschikbaar voor ieder mens, mits ze daar op een bepaalde manier toegang toe zouden krijgen, bijv. door allerlei bewustzijnsveranderende technieken, zoals bijv. h
ypnotische trance, trance-inductie, auto-trance, metaforen, visualisatie (wat o.a. in het satanisme plaatsvindt), geleide fantasie (wat wordt gebruikt in therapie en in onderwijs), zweven (beslissen op basis van intuïtie), transcendente meditatie, EMDR (eye movement desensitation and relaxation, waarbij door sommigen de vraag gesteld wordt of deze in dit rijtje thuishoort), Silva mind control (vaak op (zelf)hypnotische wijze toegepast), etc..
Het overschrijden van de grens tussen het onbewuste en het collectief onbewuste is gevaarlijk, want je gaat dan binnen in de wereld van de duisternis van satan. We moeten dit collectief onbewuste wel goed onderscheiden van allerlei collectiviteiten, zoals we die in de maatschappij kennen, de mens als een sociaal, collectief wezen, die bijv. saamhorigheid kent.


Het neuro-linguïstisch programmeren (NLP) (zie o.a. ‘Tovenaars van de 20ste eeuw’, pag. 266 t/m 277, en ‘New Age, esoterie en evangelie’ pag. 54 t/m 72) wordt gezien als een stuk gereedschap om aan het onderbewuste van de mens te werken en mensen een andere perceptie te geven. Op zich is het uiteraard niet verkeerd om een perceptie kritisch onder de loep te nemen, en een verkeerd beeld te veranderen. Het probleem bij NLP is dat men werkt aan het onderbewuste. Niet alleen is de taalbeheersing een belangrijk item, maar je kunt daarmee ook bepaalde typen mensen onderscheiden. Via trance probeert men
door 'tijdlijn-analyse' buiten het lichaam te treden en de verkeerde dingen uit het verleden aan te passen of weg te halen, of de geschiedenis weer over te doen (change personal history). Men tracht zelfs onder trance de negatieve eigenschappen van de ouders te repareren (reparenting) of de toekomst buiten het lichaam te veranderen, eventueel zelfs in een volgend leven. (change personal future).
Dit doet onwillekeurig denken aan wat men met de computer doet door programma-elementen te ‘deleten’ en andere elementen ervoor in de plaats te zetten. De mens wordt dan als een soort computer beschouwd. En dan komt men al snel in de virtuele, denkbeeldige, wereld. De mens zou zichzelf kunnen modelleren, bijv. volgens de eigenschappen van Einstein. Men zou de geest van Einstein kunnen aanroepen, maar dan kom je terecht op het demonische gebied van channeling en spiritisme. De volgende stap is dat de mens zichzelf schept door middel van klonen. De moderne mens ziet zich toch immers als god?

Een nieuwe vorm van spelen zijn de zogenaamde
fantasierolspelen (FRP). Een spelbord is er niet; dit wordt vervangen door de fantasie van de spelers, een spelleider houdt de spelregels in de gaten . De spelers vertegenwoordigen ieder een op papier beschreven personage in dat verhaal. Ze spelen dus een rol. In het verhaal, worden de spelers met een opdracht (probleem, gebeurtenis..) geconfronteerd, waarop ze moeten reageren vanuit hun personages. Het kunnen goede, maar ook slechte karakters zijn. Men kiest er vaak voor om een slecht karakter te spelen, want dan hoeft men zich niet aan allerlei ethische regels te houden. Het script voor het spel is vaak afkomstig uit boeken die dan de basis van het verhaal vormen, bijvoorbeeld een denkbeeldige ridderwereld, een middeleeuwse wereld, een mythologische wereld, een onderwereld, een magische wereld, een hemelse wereld en nog veel meer. Ook worden vanaf internet fantasieverhalen gedownload waarmee je kunt spelen. Men treft er steeds meer occulte scripts aan. Ook televisieseries met occulte elementen vormen vaak het basisidee voor een spel. De personages in het spel kunnen mensen, reuzen, dwergen, tovenaars, trollen, heksen of geestesverschijningen e.d. De spellen duren niet zomaar een uurtje, ze kunnen zelfs jaren duren. Men kan zich zo gaan vereenzelvigen met de rol, dat men op den duur niet meer weet wie men in werkelijkheid is. Bij het beoordelen van een spel moet je kijken naar het morele gehalte ervan. Is er sprake van normen en waarden? Verbeeldingskracht als zodanig moeten we niet afwijzen, want God heeft de mens geschapen met de mogelijkheid om dingen te bedenken, maar je moet er steeds wel op bedacht zijn dat er een grens is tussen goede, opbouwende fantasie, en negatieve, destructieve fantasie. Ook Jezus wijst op het gevaar van verkeerde fantasieën, bijv in Matt. 5: 28 en 29. Daar staat: “Maar Ik zeg u: Een ieder, die een vrouw aanziet om haar te begeren, heeft in zijn hart reeds echtbreuk met haar gepleegd. Indien dan uw rechteroog u tot zonde zou verleiden, ruk het uit en werp het van u, want het is beter voor u, dat één uwer leden verloren gaat en niet uw gehele lichaam in de hel geworpen worde”. Je kunt dus in je gedachtewereld, in je fantasieën, onrein zijn. En die gedachtewereld maakt deel uit van je persoonlijkheid. Dus je kunt niet zeggen: “Ik bedenk het alleen maar, dus het is niet werkelijk”. We zien hieruit ook dat fantasie niet persé alleen betrekking heeft op het bedenken van iets dat (nog) niet in werkelijkheid bestaat, maar ook op dingen, die in de werkelijkheid bestaan, en die men zich met behulp van zijn geheugen zich kan voorstellen.

Mogelijke gevaren bestaan er ook in onderwijs en opvoeding. Kinderen moeten soms op zgn. ludieke wijze dingen leren. Het gaat niet om zaken uit het hoofd leren, maar om het stappen in een andere wereld, want ‘daar kun je veel meer dingen beleven’. De juffrouw zegt bijvoorbeeld: “We gaan ons lekker ontspannen, en in gedachten gaan we een reis maken. We stappen in een denkbeeldig vliegtuig, en dan gaan we naar een onbewoond eiland en daar beleven we allerlei dingen”, enz.. Het is heel suggestief. Dr. Franzke heeft ontdekt, dat er bij dat soort fantasiereizen wel eens sprake kan zijn van een uittreding uit het lichaam. Er kunnen problemen ontstaan bij het ‘terugkeren’. Soms moet een bepaalde hypnose verbroken worden om in de werkelijkheid terug te komen. Ook worden dit soort methoden, bijv. de methode schrijfdans, gebruikt bij het leren schrijven. Een andere methode leert kinderen cijfers aan. Bijv. de (rechte)1 wordt geleerd aan de hand van een heks die nieuwe bezems gaat kopen. Recht is de bezem, waarmee de heks recht door de lucht kan vliegen. Hiermee wordt de wereld van het schrijven van het begin af aan verankerd aan de heksenwereld!
 

Computerspelletjes kunnen ook verslavend werken. Onlangs stond het volgende in de krant: “Een 14-jarige Roemeense jongen is ingestort na 9 dagen en 9 nachten lang een computergame te hebben gespeeld. Hij zakte in een internet-café in elkaar en belandde in het ziekenhuis. Daar werd vastgesteld dat de tiener lichamelijk en geestelijk was uitgeput. Volgens zijn moeder was de jongen verslaafd aan het computerspel Counterstrike (?). Hij spijbelde, stal en loog om te kunnen ‘gamen’. Verder had hij zich al dagen niet gewassen en was hij 8 kilo afgevallen door al dat computeren”.


Ook het sjamanisme is erg in. Een sjamanist is van oorsprong een toverdokter, die zichzelf door allerlei voorgeschreven mantra-achtige rituelen en drugs in extase brengt, uit zijn lichaam treedt en een andere werkelijkheid binnengaat. Dat gebeurt soms middels dieren die als geleidegeest functioneren. Hoe meer men dit uittreden beoefent, hoe makkelijker het gaat. Het zgn. neo-sjamanisme is verankerd in de natuurreligie, die ook door de heksen wordt gepropageerd. Het lijkt onschuldig en soft, maar is erg misleidend. De antropoloog
Carlos Castenada heeft diverse boeken geschreven over primitieve volkeren, bijv. in het Amazonegebied, en ontdekte dat men hallucinerende middelen uit de natuur, bijv. paddo’s (paddestoelen), gebruikte om contacten met de geestelijke wereld tot stand te brengen.

Een irreële werkelijkheid kan niet alleen via meditatie, trance, etc. worden bereikt, maar ook met behulp van de computer (virtual reality = denkbeeldige werkelijkheid) . Een computer kan een virtuele ruimte scheppen waarin een gebruiker zich in een uit digitale beelden opgebouwde omgeving kan bewegen en daarin kan handelen in de ervaring dat het echt is. Men draagt een visiohelm met daarin driedimensionale beelden die vanuit de computer digitaal bestuurd worden. Stereo-koptelefoons van hoge kwaliteit laten ruimtelijke geluiden horen. Op de helm aangebrachte sensoren registreren de bewegingen van het hoofd, waardoor de computer al rekenend de gezichtshoek kan veranderen naar nieuwe beelden. Doordat men speciale handschoenen en bewegingssensoren draagt ziet men op het beeldscherm beweegbare vingers verschijnen die bij de eigen handen lijken te behoren. Zo kan men verschillende elektronische voorwerpen 'vastpakken' die op echte voorwerpen lijken, schakelaars aan- en uitzetten, motoren starten, hendels bedienen, machines besturen of zelfs een virtuele patiënt opereren. Men kan ook een speciaal datapak aantrekken dat de bewegingen van de ledematen aan de computer doorgeeft. Verscheidene personen die zich op verschillende plaatsen bevinden kunnen dezelfde cyberspace 'betreden', elkaar 'zien', elkaar aanraken of op elkaar reageren en zo virtueel elkaar ontmoeten. Je kunt jezelf 'virtueel klonen' en op verschillende plaatsen tegelijk aanwezig zijn. Cyberseks en het ruilen van identiteit en eigenschappen zou zich in de toekomst best wel eens tot een belangrijke vorm van amusement kunnen ontwikkelen!


De virtual reality auteurs Jaron Lanier en Franc Biocca schreven aan elkaar: "Ik denk dat één van de opvallendste facetten van een virtueel wereldsysteem waarin je de keuzemogelijkheid hebt om de inhoud van de wereld in een handomdraai te veranderen, is, dat het onderscheid tussen je eigen lichaam en de rest van de wereld niet vaststaat. Als je het vanuit een VR-perspectief bekijkt wordt het lichaam in principe gedefinieerd als dat onderdeel dat je even snel kunt bewegen als je kunt bedenken. In een virtuele wereld kun je in ‘real time’ deuren op afstand opendoen, vulkanen aan de einder tot ontploffing brengen en noem maar op wat je kunt bedenken. Als je dat punt bereikt hebt is het niet gemakkelijk om de begrenzing van het lichaam nog precies te kunnen bepalen.


De mens lijkt zich steeds meer te ontwikkelen als een wezen dat controle (autonomie) krijgt over zijn omgeving. De wereld lijkt steeds kleiner te worden. De mens lijkt aan goddelijke eigenschappen als scheppingskracht en alomtegenwoordigheid te winnen. Men gaat denken: ”Ik ben god”.
De mens wordt overspoeld door een materialistisch, reductionistisch, symbiotisch en evolutionistisch wereldbeeld, waardoor hij zich steeds verder verwijdert van het besef dat we in Gods wereld leven en verantwoordelijkheid aan Hem hebben af te leggen over  hoe we met onszelf, de ander en Zijn schepping omgaan. Men heeft niet door, dat men steeds verder van de ware God afdwaalt. Er ontstaat een identiteitscrisis, want het onderscheid tussen het ik en de rest van de wereld, tussen werkelijkheid en irrealiteit, tussen ruimte en grenzen van de tijd, vervaagt en verdwijnt steeds meer. Die crisis wordt nog versterkt als men gaat denken uit meerdere persoonlijkheden (vele identiteiten) te bestaan.
Door het gebruik van de computer zal de grens tussen realiteit en waan (virtualiteit) steeds meer vervagen. De VR-technologie is nog betrekkelijk primitief, maar ontwikkelt zich explosief. Het wordt door steeds snellere computers gemakkelijker om het verloop (qua tijd en ruimte) tussen voornemen en uitvoering te verkleinen of zelfs tot ‘real time’ te reduceren. Alles lijkt maakbaar. Men zoekt steeds meer naar wegen om uit de werkelijkheid te ontsnappen. Nu is al een van de grootste problemen in de volksgezondheid het gegeven dat veel mensen in een waan leven. Maar dat zal zeer waarschijnlijk nog ernstiger worden.
 

Welke antwoorden hebben wij als christen op dit soort ontwikkelingen?
Belangrijk is dat wij de aardse en geestelijke realiteit met elkaar integreren, door in woord èn werk anders te zijn, en dat wij een levende getuige zijn van de hoop die in ons leeft door Jezus Christus. Paulus geeft in 1 Tess. 2: 1 –12 een beeld daarvan: “
Want zelf weet gij, broeders, dat ons komen bij u niet zonder vrucht is geweest. Immers, ondanks de mishandeling en de smaad, die wij, zoals gij weet, te Filippi tevoren ondergaan hadden, hebben wij u, in onze God vrijmoedig, onder zware strijd het evangelie Gods gebracht. Want ons vermanen komt niet voort uit dwaling, noch uit onzuivere bedoeling; het gaat ook niet met list gepaard. Integendeel, daar God ons waardig heeft gekeurd om ons het evangelie toe te vertrouwen, spreken wij, niet om mensen te behagen, maar God, die onze harten keurt. Want wij hebben ons nooit afgegeven met vleitaal, zoals gij weet, of met enig baatzuchtig voorwendsel; God is getuige!  Ook zochten wij geen eer bij mensen, noch van u, noch van anderen, hoewel wij als apostelen van Christus ons hadden kunnen laten gelden; maar wij gedroegen ons in uw midden vriendelijk, zoals een moeder haar eigen kinderen koestert. Zo waren wij, in onze grote genegenheid voor u, bereid u niet alleen het evangelie Gods, maar ook ons eigen leven mede te delen, daarom, dat gij ons lief geworden waart. Want gij herinnert u, broeders, onze moeite en inspanning. Terwijl wij nacht en dag werkten, om niemand uwer lastig te vallen, hebben wij u het evangelie van God gepredikt. Gij zijt getuigen, en God, hoe vroom, rechtvaardig en onberispelijk wij ons bij u, die gelooft, gedragen hebben. Gij weet trouwens, hoe wij, als een vader zijn eigen kinderen, u hoofd voor hoofd vermaanden, aanmoedigden, en betuigden te blijven wandelen, Gode waardig, die u roept tot zijn eigen Koninkrijk en heerlijkheid”.

Wij mogen onze identiteit in Christus kennen (Kol. 1: 9 en 10; Ef. 4:17) en groeien in geestelijk onderscheid. Wij mogen ons leven heiligen en het beeld van Christus (uit)dragen. We hoeven ons niet te isoleren, maar juist midden in de maatschappij staan als zoutend zout.



De auteur van het artikel is verbonden aan Stichting Promise
Via de bookshop van die organisatie kunt u de in het artikel genoemde boeken bestellen.
 

 

©  Interkerkelijke werkgroep "Bijbel of New age" -  http://bijbelofnewage.info