Zijn alle godsdiensten gelijk?
samenvatting van een lezing door Jaap Kuizenga op 16-9-1995

MENU

Naar aanleiding van het boek van Harold Netland (1991).
"Dissonant voices (Religious pluralism and the question of truth)"


Stel dat men u zou vragen: Welke van alle godsdiensten, religies, stromingen, sekten en levensbeschouwingen is nu de juiste? Hoe zou u dat aanpakken?

De één zou dan misschien zeggen: hou je aan de Bijbel, of hou je aan de leer van de Kerk. Een ander zou zeggen: als je maar goed leeft en humaan met elkaar omgaat ben je al een heel eind. En een derde zou zeggen dat je hierover wel lang en breed kunt nadenken, maar dat een definitief antwoord niet gegeven kan worden.

Wat is waarheid? Pilatus stelde Jezus die vraag, maar velen voor en na hem zijn er ook mee bezig geweest. Het is dan ook een heel belangrijke vraag. Want iemand kan wel een prachtig systeem van opvattingen en meningen bedenken, maar als dat tenslotte niet waar blijkt te zijn, dan hebben we een dwaallicht gevolgd, zijn we misleid en komt ons leven op dood spoor. 

Rond de waarheidsvraag heeft zich de afgelopen 30 jaar een revolutie voltrokken. De Amerikaanse cultuurfilosoof Francis Schaeffer heeft zich daar intensief mee beziggehouden. Hij constateert een breuklijn in de jaren '60. Vóór die tijd bestonden er duidelijke definities van begrippen van goed en kwaad, deugd en ondeugd, enz. Er bestonden goed gedefinieerde normen en waarden. Men leefde over het algemeen vanuit een optimistisch wereldbeeld, met groot vertrouwen in wetenschap en techniek.

Na de hippierevolutie valt die duidelijkheid weg. Voor het kwaad worden verzachtende omstandigheden aangevoerd, en zonde is opeens geen zonde meer. Goed en kwaad zijn niet langer elkaars tegengestelden, maar twee kanten van dezelfde medaille. Waar en onwaar sluiten elkaar ook niet langer uit, en moeten dan ook met elkaar verzoend worden. Men ontdekt dat in ieders denken wel wat van waarheid zit, en geeft daarom de hoop op om een rationele totaalvisie op de waarheid te ontwerpen. Daardoor zijn wij nu beland in de irrationaliteit. Vóór de jaren '60 dachten wij in termen van these / antithese, daarna werd het streven naar synthese de basis voor ons denken: water in de wijn, alles met elkaar verzoenen, alles met elkaar in overeenstemming brengen.

Als je anno 1995 aan de mensen vraagt: wat is waarheid?, dan zou je vooral deze trend kunnen beluisteren: "Wat je voor jezelf als waar aanneemt, dat is waarheid". Ieder moet dus maar voor zichzelf uitmaken wat hij of zij voor waar wenst te houden. God, Bijbel en Kerk komen daar niet meer aan te pas. Soms is het ook hoe we ergens "met z'n allen" over denken, dat is dan goed, dat is waarheid. 

In de kerk is het helaas niet anders dan in de wereld. Vroeger was de kerk pijler en fundament van de waarheid. Nu is zij een mede-zoeker naar waarheid geworden. De taal van vroeger vinden we alleen nog terug in pauselijke encyclieken en in sommige bisschoppelijke brieven.

Harold Netland, de auteur van "Dissonant voices", die in Japan heeft gewerkt als evangelist, en die professor is in de godsdienstwetenschap aan de Tokyo Christian University, spitst de waarheidsvraag toe op 5 wereldgodsdiensten: Hindoeďsme, Boeddhisme, Islam, Shintoďsme en Christendom. In tegenstelling tot de trend van onze tijd komt hij tot de vaststelling dat er maar één religie waar is, en dat de anderen op z'n minst incompleet zijn, zelfs vals en onwaar. Voor Netland is Jezus niet zomaar een redder, maar dé Verlosser, de enige weg tot God. Zijn boek is ook interessant in het gesprek met New Age, de smeltkroes waarin zoveel religies en levensbeschouwingen samen komen "omdat zij allen in feite toch hetzelfde doen en willen". Netland rekent af met dit concept door de waarheidsvraag aan de orde te stellen. 

Welke is dan de ware godsdienst? En welke criteria moeten we daarbij hanteren? Zo'n vraag stellen is een waagstuk, want deze vraag is niet populair. Waar deze vraag wordt gesteld valt een stilte. Want dan ziet ieder zich opeens geplaatst voor de toetsing van het eigen denken aan bepaalde waarheidscriteria. En dan kan de angst boven komen dat men misschien wel fout zit, dat men zijn opvattingen moet herzien. En dat is een uitermate pijnlijk proces, dat men wenst te vermijden.

Als je moet toegeven dat er naast jouw subjectieve waarheid ook nog zoiets is als een objectieve waarheid, dan moet je toegeven dat het omgekeerde, de leugen, ook bestaat. Dan word je geconfronteerd met de mogelijkheid dat je het bij het verkeerde eind kunt hebben, en dat is nooit prettig. Dit soort confrontaties kan dan ook gemakkelijk leiden tot scheiding binnen families en binnen geloofsgemeenschappen.

Maar de vraag naar de waarheid is niet te vermijden. Al was het alleen maar om te voorkomen dat je jezelf misleidt. Misschien heb je al jaren van je leven vergooit aan een luchtkasteel. Wat heb je aan een prachtig systeem van opvattingen als deze tenslotte alleen maar blijken te berusten op illusie.... Vroeger had je van die hondenkarren, en om de hond wat harder te laten lopen hield de voerman soms een nepworst aan een hengel voor de bek van de hond. Evenzo zijn fraaie opvattingen en geruststellende denkpatronen vaak niet anders dan lokmiddelen om mensen voor een bepaalde zaak in beweging te krijgen. 

Er is een enorme variëteit in religieuze opvattingen. Alleen al over het begrip "God" bestaat een veelheid van opvattingen, die echter onmogelijk allemaal tegelijk waar kunnen zijn. De christen verstaat onder God iets anders dan de hindoe of de boeddhist. Die verschillende opvattingen sluiten elkaar zelfs uit, en zijn dan ook heel moeilijk met elkaar te verzoenen. Religieus pluralisme is zelfs binnen onze christelijke Kerken niet altijd op dezelfde wijze gewaardeerd. In het verleden stelden christenen zich nogal exclusief op, ook naar elkaar toe. Het christelijk geloof (of de eigen opvatting daarover) was juist en waar, en al het overige denken was DUS vals en onwaar. En die valse religies moesten bekeerd worden tot de (eigen) waarheid.

Tegenwoordig is er een sterke tendens om dat pluralisme positief te waarderen, ook in de theologie. Het Tweede Vaticaans Concilie heeft de deur geopend om op een andere manier te kijken naar andere religies. In de encycliek Lumen Gentium (1964) wordt niet langer volgehouden dat de Katholieke Kerk de enige Kerk van Christus IS, maar nu staat er dat in de Katholieke kerk de Kerk van Christus bestaat. Een subtiel, maar toch duidelijk merkbaar verschil. In de encycliek "Nostra aetate" (1965) staat dat de Katholieke Kerk niets verwerpt van wat waar en heilig is in andere godsdiensten. In protestante kerken zien we eenzelfde trend.

Laten we de grote wereldgodsdiensten eens op een rij zetten.

Alle religies pretenderen iets te kunnen zeggen over 3 zaken:

1. De ultieme religieuze waarheid,

2, De miserabele situatie van de mens op aarde,

3, De uitredding van de mens uit die ellende.

In het Hindoeďsme heet de ultieme waarheid "brahman". Het is het hoogste 'zijn', de grond onder al wat bestaat en waar alles van afhankelijk is. Het is een kosmische kracht, waaraan soms ook persoonlijke aspecten worden toegekend. Waardoor diverse culten ontstaan met persoonlijke goden. Hij is het levensbeginsel dat alles en allen bezielt. "Brahman" is ook identiek aan het diepste 'zelf' van de mens. Het individuele 'zelf' lijkt op zichzelf te bestaan, maar dat is bedrog. "Brahman" is in deze wereld aanwezig in het menselijk 'zelf'. Het gaat er om dat de mens inzicht krijgt in deze realiteit, dat is dan tevens zijn verlossing uit de kringloop van de geboorten. Die wordt immers veroorzaakt door de onwetendheid dat het individuele 'zelf' van de mens identiek is met

"Brahman". Hindoeďsme is in feite zelfverlossing. Vaak wijst een goeroe de weg in die richting, en deze moet men onvoorwaardelijk vertrouwen.

Het Boeddhisme is verwant aan het Hindoeďsme, maar heeft ook opvallende verschillen. Het Boeddhisme kent geen goden die zouden moeten worden vereerd of gevreesd. De stichter van deze godsdienst was de prins Sidharta Gautama, later Boeddha genoemd, die leefde in de zesde eeuw voor Christus in Nepal. Hij leerde 4 grondwaarheden:

Ook hier hebben we dus te maken met zelfverlossing. In de Islam staat centraal de doctrine rond God: er is maar één God, dat is Allah. Het is een compromisloos monotheďsme.

Allah is onafhankelijk, almachtig, alwetend en absoluut soeverein. Hij is transcendent, en kan niet worden geďdentificeerd met wie of wat dan ook in de geschapen wereld. De "moeder van alle zonden" is shirk, dat iets in de geschapen orde wordt geďdentificeerd met God. In de Koran wordt dit afgoderij genoemd en sterk veroordeeld. De Koran overstijgt alle eerdere openbaringen, Mohammed is de laatste en de grootste van de profeten. Maar Mohammed is geen god en heeft evenmin een goddelijke natuur. Hier sprint een verschil met het Christendom in het oog. Van Jezus belijdt de christelijke Kerk dat Hij zowel mens als God is. Maar dat een schepsel op die manier geďdentificeerd wordt met God is voor islamieten onverteerbaar.

Moslims geloven ook dat de huidige wereld op een dag vernietigd zal worden door Allah, waarna hij alle mensen rechtvaardig en onpartijdig zal oordelen. Dan worden ieders goede daden op een weegschaal gelegd, en zijn zonden aan de andere kant. Al naar de uitslag van de weegschaal gaan mensen vervolgens naar de hemel of naar de hel. Iedere mens is dus verantwoordelijk voor zijn eigen lot; er is hier geen plaats voor plaatsvervangende verzoening, zoals in het Christendom. Verlossing door geloof, uit genade, wordt door de Islam verworpen, de mens wordt beoordeeld naar zijn daden.

Het Shintoďsme is een religie die nauw verbonden is met het Japanse volk. Centraal staat daar het begrip "kami" voor de godheden. Er is geen duidelijk ontologisch onderscheid tussen het natuurlijke en het bovennatuurlijke. Mensen worden genoemd 'kinderen van kami', en de mens is dan ook van nature goed. Het begrip zonde als rebellie tegen een heilige en rechtvaardige God kent het Sjinto niet. Er is geen onderscheid zoals in het Christendom tussen de mens zoals hij is, en de mens zoals hij zou moeten zijn.

Wat is in dit alles nu de waarheid?

Netland constateert dat de verschillende waarheidclaims van de wereldgodsdiensten met elkaar conflicteren, en niet met elkaar zijn te verzoenen. De diverse doctrines vullen elkaar niet aan, maar sluiten elkaar uit. Een voorbeeld: het Christendom beschouwt Jezus Christus als de incarnatie van God en als de beloofde Messias. Het Jodendom erkent Jezus in die zin niet, en voor de islamieten is de gedachte van de incarnatie van God godslasterlijk.

De stelling van o.a. New Age dat alle religies even zovele wegen tot God zouden zijn is dan ook niet houdbaar. Want stellingen, die elkaars tegengestelde zijn, kunnen niet allemaal tegelijk waar zijn. Tenzij men wenst te vervallen in absurditeiten. 

De theologie van het liberaal pluralisme

Netland wijdt een heel hoofdstuk aan de theologie van John Hick, zijn vroegere leraar. Hick is een prominent vertegenwoordiger van de theologie die meent, dat alle religies op hetzelfde neerkomen. Hick wil af van de exclusieve aanspraken van het Christendom (Jezus als enige weg naar het heil). Volgens hem bestaat er slechts één goddelijke realiteit, en hij beschouwt alle religies als historisch-cultureel geconditioneerde antwoorden op deze realiteit.

Deze visie heeft op het eerste gezicht veel aantrekkelijks: iedereen heeft de waarheid, iedereen heeft gelijk. Niemand hoeft te worden uitgesloten. De ultieme goddelijke realiteit noemt Hick "the Real". Daarnaast zijn er de verschijningsvormen van 'the Real' in de persoonlijke- en onpersoonlijke godheden, zoals wij die aantreffen in de verschillende religies. Daarmee borduurt Hick voort op het onderscheid dat Kant maakte tussen het nomenon (het ding op zichzelf, zoals het werkelijk is) en het phenomenon (zoals de dingen zich voordoen aan het menselijk bewustzijn). Vanuit deze stelling komt Hick tot een gemeenschappelijke soteriologische structuur van de diverse religies. Het transformeren van een situatie van vervreemding van de realiteit naar een staat in harmonie met die realiteit is een element dat in alle godsdiensten is te vinden.

Netland bestrijdt deze visie van Hick echter nadrukkelijk. Hij verwijt Hick dat hij grote verschillen tussen de verschillende heilsconcepten verdoezelt. Want als we de stellingen van Hick voorleggen aan een christen, een jood, een moslim, een hindoe of een boeddhist, dan zal geen van hen meer iets van het eigen gedachtegoed daarin herkennen. Ieder zal een duidelijke reductie van de eigen heilsverwachting ervaren.

Het liberaalpluralisme van Hick is schijnbaar neutraal, en hij beoordeelt van daar uit de verschillende godsdiensten. Het is echter duidelijk dat ook hij geconditioneerd is door onze liberale tijdgeest. Zijn standpunt vertoont een opvallende analogie met New Age. Als Hick gelijk zou hebben, dan zouden zowel de satanisten als Lou de Palingboer ook een valide respons zijn op de ultieme goddelijke realiteit.

Moderne Theologie en New Age raken elkaar op veel punten. Liberale theologen van het type 'Hick' hebben de traditionele visie op Jezus Christus, zoals die is samengevat op de concilies van Nicea en Chalcedon, aan het wankelen gebracht. Zij zijn eigen wegen gegaan. Voor hen is Jezus niet God en mens tegelijk, en is Hij niet de enige Verlosser van alle mensen. Zo heeft de R.K. theoloog Hans Küng dit voorjaar op een door het CDA georganiseerd symposium een toespraak gehouden over "De christen-democratische beweging van de toekomst", waarin hij het bestaan aanneemt van 'het absolute' (Trouw 13 mei). "Dit is geen staat, geen partij, geen kerk, geen leider: het is de laatste werkelijkheid zelf. Die weliswaar niet rationeel bewezen, maar wel in redelijk vertrouwen aanvaard kan worden, ongeacht hoe deze werkelijkheid in de verschillende godsdiensten ook mag worden verstaan of geďnterpreteerd". Duidelijk herkennen wij hier de theologie van Hick. De ideeën van Hans Küng zijn in de Kerk diep doorgedrongen.

Volgens Hick is het niet nodig dat christenen hun overgave aan Christus opgeven. Zij mogen Hem best blijven beschouwen als hun Heer en Heiland. Als ze maar beseffen dat aanhangers van andere religies hun eigen, gelijkwaardige objecten van toewijding en overgave hebben.  

Het ziet er naar uit dat de liberaalpluralistische theologie vooral wordt ingegeven door de wens om te komen tot een dialoog met andere wereldgodsdiensten. Daarbij gaat men voorbij aan de vraag of hun beweringen ook werkelijk wáár zijn.

We hebben hier dan ook niet te maken met een nieuw of beter verstaan van de Bijbel of van de traditie. Toch zijn deze gedachten diep doorgedrongen in het denken binnen onze christelijke Kerken. Velen hebben de lijn van Nicea en Chalcedon losgelaten. Maar nog steeds is niet vastgesteld welke van de godsdiensten de ware is, en waarom.

Een totale eliminatie van waarde-oordelen over de religieuze tradities is niet mogelijk. Niet alleen christenen hebben een oordeel over andere religieuze tradities, ook bij andere godsdiensten kunnen we kritische kanttekeningen aantreffen over andere geloven en geloofspraktijken. Siddharta Gautama, de stichter van het Boeddhisme, verwierp de gedachte aan een persoonlijke ziel. De profeten van Israël trokken ten strijde tegen de Baäl-cultus, en bestempelden die als afgoderij. Jezus viel het wetticisme en het formalisme van de Joodse religieuze praktijken van Zijn tijd aan. Mohammed verwierp het veelgodendom van de toenmalige Arabische samenleving.

Als het gaat om de waarheidsvraag is het niet mogelijk een houding van onverschilligheid aan te nemen. Ook als iemand zich niet bekend tot een bepaalde religie, en ervoor kiest om "neutraal" te blijven, zal hij of zij impliciet toch redenen hebben om geen keuze te maken.

Velen beschrijven religie tegenwoordig in termen van functionaliteit. Religie wordt dan verklaard vanuit een psychologisch-sociale context, zonder dat er wordt gerefereerd aan enige transcendente orde. Het gaat dan over vragen over vrede, hoop voor de toekomst, de zin van het leven, de moraal, onderdrukking van zwakken in de samenleving, meer rechtvaardigheid en gelijkheid tussen mannen en vrouwen, zorg voor het milieu, enz. Maar zelfs als al deze vragen volledig bevestigend zouden kunnen worden beantwoord wil dat nog niet zeggen dat zo'n religie in objectieve zin waar is.

Het pragmatisch-functionalistisch criterium voldoet niet helemaal. Het moge zo zijn dat begrippen als heil en bevrijding in alle religies voorkomen, maar die begrippen zijn niet eenduidig. De bevrijding uit de cyclus van eindeloze reďncarnaties is iets heel anders dan de bevrijding uit de zonde door het plaatsvervangend zoenoffer van Jezus Christus. 

Het is misleidend om te zeggen dat alle religies hetzelfde doel hebben, en dat ze alleen maar langs verschillende wegen op weg zijn om dat doel te bereiken.

Het functionalistisch criterium, dat alleen maar vraagt naar praktisch nut en effect van ons religieus bezig zijn voor de samenleving, is in onze tijd duidelijk herkenbaar. De kranten staan er vol van.

Wie het interview in Trouw heeft gelezen met Ineke Bakker, die Ds. v.d. Zee is opgevolgd als secretaris van de Raad van Kerken, moet het zijn opgevallen dat het alleen maar gaat over allerlei acties rond emancipatoire vraagstukken. Ook het nieuwe boek van de godsdienstsocioloog Dekker praat alleen maar over Christendom aan de hand van het praktisch functioneren ervan in de levens van mensen. Een socioloog moet weliswaar zo te werk gaan, maar in dit boek ontbreekt elke relatie met de vraag naar de waarheid: wat geloven we nou eigenlijk?Er moeten dus meer criteria zijn als we een religie willen beoordelen.

Het relativeren van de waarheid

Als we alleen criteria hanteren, die religies zien in de context van hun cultuur, dan leidt dat onvermijdelijk tot relativisme. En als God, Christus, genade en heil worden gerelativeerd, dan gaan deze begrippen hun autoriteit en waarde verliezen. Ze krijgen dan het karakter van projecties, die geheel afhankelijk worden van de individuele en culturele subjectiviteit. Uiteindelijk worden het holle woorden, bloedloze begrippen.

Iedere uitspraak die stelt dat waarheid niet objectief is maar relatief (gerelateerd aan een bepaalde context), klopt niet, en is in strijd met zichzelf. Want je kunt je altijd afvragen of dat criterium ook geldt voor deze uitspraak zelf. Als het antwoord op die vraag ja is, dan klopt de uitspraak niet, want dan is deze ook gerelateerd aan een culturele context. Als het antwoord nee is, dan klopt de uitspraak ook niet, want dan hebben we te maken met een waarheid die niet gerelateerd is aan een bepaalde context. Dus, zegt Netland, relativisme is in zichzelf strijdig, en het leidt tot niets. 

Criteria

Welke criteria kunnen ons dan wel helpen bij het bepalen van de waarheid in een godsdienst of levensbeschouwing? Netland noemt er 12, maar wij beperken ons hier tot 5.

1. De stellingen van een religie of wereldbeschouwing moeten voldoen aan de principes van de klassieke logica. Dat zijn:b het principe van identiteit, non-contradictie en uitsluiting van het midden.

1.1: Het principe van identiteit betekent, dat als een bewering waar is, dat deze dan ook waar is.

1.2: Het principe van non-contradictie betekent dat een stelling niet tegelijk waar en niet-waar kan zijn.

1.3: Het principe van uitsluiting van het midden betekent dat iedere stelling óf waar óf niet-waar is.

Als aangetoond kan worden dat de geloofswaarheden van een religie met elkaar in tegenspraak zijn, dan is dat een goede reden om deze religie als vals aan te merken.

Als ik de R.K. kerkleer bestudeer, dan bemerk ik dat dit een logisch en consistent geheel is. Hetzelfde geldt voor de gereformeerde belijdenis. Je kunt het er mee eens zijn of niet, maar niet ontkend kan worden dat de waarheden, die daarin vervat zijn, een logisch en samenhangend geheel vormen. Je zou bijna kunnen zeggen: een organisch geheel.

2. Als een geloofsuitspraak van een bepaalde religie met zichzelf in strijd is, is het niet redelijk om deze als waarheid aan te nemen. Er zijn goede gronden om die religies als vals aan te merken als zij uitgaan van een essentieel relativisme. Dat immers met zichzelf in strijd is, zoals we daarnet zagen. Ik denk daarbij aan het Humanisme, of aan de vrijzinnigheid binnen de Kerken.

3. Wat waar is in een religie dient in overeenstemming te zijn met wat waar is in andere disciplines, zoals wetenschap, geschiedenis en archeologie. Veel Moslims geloven dat Jezus niet stierf aan het kruis, maar dat iemand anders in Zijn plaats werd gekruisigd. Terwijl de kruisdood van Jezus als historisch feit algemeen als waar wordt beschouwd.

Vaak wordt christenen voor de voeten geworpen dat hun geloofsvoorstellingen niet kloppen met wetenschappelijk onderzoek, b.v. het onderzoek van fossielen. Ik wil in dit verband wijzen op een boek van Prof. A.v.d.Beukel: "Met andere ogen". Daarin analyseert de schrijver zo ongeveer alles wat geschreven is over de relatie tussen geloof en wetenschap. En hij plaatst forse vraagtekens bij het (Neo)Darwinisme. Hij komt zelfs tot de conclusie dat het Darwinisme zijn tijd gehad heeft en op het punt van instorten staat.

4. Iedere religie of wereldbeschouwing, die geen adequate antwoorden kan geven op de grote levensvragen, kan niet worden aangemerkt als waar. Dat is logisch, dat lijkt op het intrappen van een open deur.

Prof. A. van den Beukel toont in zijn hiervoor genoemd boek aan de hand van veel citaten van niet-christelijke wetenschappers aan dat de technische vooruitgang de oorzaak is van veel gevoelens van wanhoop en zinloosheid bij de westerse mens. De wetenschap slaagt er niet in om zin en doel van het leven te ontdekken, ondanks verwoede pogingen daartoe. Men komt dan tot vage conclusies als: de mens is het resultaat van materialistische processen. De overtuiging, dat alleen de wetenschap zinnige uitspraken kan doen, en dat niets daarbuiten de moeite van het onderzoeken waard is, is een valse ideologie.

Nog een voorbeeld: het Communisme. De heilstaat, die onvermijdelijk moest komen via een keten van revoluties is er niet gekomen. Het Marxisme is niet in staat gebleken afdoende antwoorden te geven op vragen met betrekking tot het menselijk bestaan. Integendeel: het werd het bloedigste en meest verwoestende experiment dat de mensheid ooit heeft uitgevoerd. En denk eens aan al die sekten, die steeds verwachtingen weten te wekken, die steeds nieuwe messiassen naar voren schuiven, of die steeds weer het einde van de wereld aankondigen.

In dat rijtje past ook New Age, dat ons een nieuwe tijd belooft met vrede, geluk en harmonie voor iedereen. Dat is in volstrekte tegenspraak met hetgeen we om ons heen waarnemen. In dit verband is een bijbeltekst uit Deuteronomium relevant, waarin een criterium wordt gegeven om ware en valse profetie van elkaar te onderscheiden:

Deuteronomium 18, 21-22: "Hoe onderkennen wij het woord, dat de Heer niet gesproken heeft? Als een profeet spreekt in de naam des Heren en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit, dan is dit een woord dat de Heer niet gesproken heeft. In overmoed heeft de profeet gesproken; gij zult voor hem niet vrezen".

Als religies of levensbeschouwingen allerlei dingen beloven, en die woorden komen niet uit, dan zijn er goede gronden om deze leer als onwaar te bestempelen. Vroeg of laat blijkt ook in de praktijk dat de vooronderstellingen onjuist waren. Veelal te laat, want dan is zoveel kwaad al geschied.

In het verhaal van Elia en de Baälpriesters gaat het er om welke waarheidsclaim de juiste is. Als puntje bij paaltje komt blijken Baäl en de God van Israël niet dezelfde god te zijn, een van de twee is een afgod. Merk ook op dat Elia zich niet met wat gelijkgestemden terugtrekt in een uithoek, maar hij gaat de confrontatie aan.

5. Als één of meer waarheden van een religie niet in overeenstemming zijn met algemeen geaccepteerde morele waarden of principes, of als die waarheden leiden tot het ontkennen van morele waarden of principes, of van het objectief onderscheid tussen goed en kwaad, rechtvaardig of onrechtvaardig, dan is er een goede grond om een religie als vals aan te merken.

We herinneren ons de tragedie van Jonestown in 1978, waar ruim 900 sekteleden massaal zelfmoord pleegden. Medeoorzaak voor dit drama was het ontkennen van morele waarden en normen door de sekteleider. Zo zijn er ook binnen Hindoeďsme en Boeddhisme groeperingen, die uitgaan van het principe dat de hoogste werkelijkheid en waarheid een absoluut ongedifferentieerd principe is, dat geen onderscheid toelaat tussen goed en kwaad, rechtvaardig of onrechtvaardig. In een interview gaf een zen-boeddhist, gevraagd naar de visie van Zen op de wreedheden van Hitler en het Nazisme dit antwoord: Een dergelijk onderscheid tussen goed en kwaad is vreemd aan Zen".

Het morele criterium alleen is echter niet voldoende om een religie af te wijzen als onwaar. Want het is mogelijk dat atheďsten een voorbeeldig leven leiden. Netland zegt nadrukkelijk dat je alle criteria op een gegeven religie of wereldbeschouwing moet toepassen voordat je conclusies trekt.

De vraag naar de waarheid is een belangrijke vraag. Een Indiaase theoloog heeft eens gezegd: de vraag naar de waarheid is belangrijk, maar nog belangrijker dan dat is Gods liefde. Als je gaat praten over Gods liefde, dan zul je toch eerst moeten weten of God bestaat. De vraag naar de waarheid moet dan ook als eerste worden gesteld voordat je aan andere elementen toekomt.

Er wordt tegenwoordig veel gezegd over kerkverlating en afval van het christelijk geloof. Dat kun je objectief constateren. Iedereen heeft ook een eigen therapie. Maar zou het misschien zo kunnen zijn dat de diepste oorzaak van kerkverlating is dat de Kerk geen gezicht, geen identiteit meer heeft. Zou het misschien zo kunnen zijn dat de kerken zich verliezen in allerlei acties? Geen kwaad woord over acties, want je geloof moet handen en voeten krijgen. Maar als actie niet wordt gedragen door een welomschreven geloof, als de waarheidsvraag niet meer wordt gesteld, dan vrees ik dat ook de actie tenslotte zal verdwijnen. En dat de Kerk een bloedeloos spook wordt. Want relativisme is dodelijk, zowel voor een cultuur als voor de Kerk.

REACTIES

Hr. van Meurs: Wie heeft er iets op te merken over de criteria van Netland om waar van niet-waar te scheiden? Zijn ze bruikbaar voor ons? Ik herhaal ze even:

Het criterium van de logica;
Met zichzelf in tegenspraak of relativerend;
In overeenstemming met andere disciplines;
Geeft adequate antwoorden op de grote levensvragen;
In overeenstemming met morele waarden en normen.

Dr. Zuidema: Zijn die criteria terug te vinden in de Bijbel? Vraagt Jezus van ons dat wij Zijn uitspraken toetsen aan dit soort criteria?

A. van Duin: Wij zitten hier als christenen bij elkaar. Maar als er nu eens andersdenkenden onder ons zouden zijn, zouden die ons dan niet als bevooroordeeld beschouwen omdat wij zonder meer uitgaan van de Bijbel?

Dr. Zuidema: Jezus' woorden staan nu eenmaal in het Nieuwe Testament. Door dat Boek te lezen weten wij wie Jezus was, en zo weten ook de aanhangers van andere religies wie Hij is. Jezus is daardoor bereikbaar geworden voor iedereen, Hij is universeel.

A. van de Land: Als je met mensen spreekt die helemaal geen gezag van de Bijbel willen aanvaarden, dan kun jij wel met teksten aankomen, maar daar kom je dan niet ver mee. Het heeft geen zin om een evolutionist te wijzen op Genesis; die persoon heeft een wetenschappelijk gefundeerd bewijs nodig. Ik vind met name criterium 5 onacceptabel. Die zegt dat de norm is datgene, wat wij als samenleving als algemeen acceptabel aanvaarden.

Hr. Kuizenga: De morele normen vormen één van de criteria van Netland. Hij zegt erbij dat een stelling getoetst moet worden aan alle 12 criteria, die hij heeft opgesteld, om te kunnen bepalen of we te maken hebben met een geldige waarheidsclaim of niet. De term "algemeen acceptabel" is wel wat ongelukkig gekozen, maar zo staat het in de tekst.

Hr.van Meurs: Je kunt zeggen: elke mens heeft een openbaring van God. In elke mens werkt de Logos, de algemene waarheid. Ook in een man als Hitler? Wat hem voor ogen stond werd "algemeen geaccepteerd" in Duitsland, en zie eens wat daaruit is voortgekomen. Je kunt dan nog steeds zeggen: ja, maar zelfs al die ellende, al dat oorlogsgeweld, het zal wel ergens goed voor zijn geweest, en zijn toch ook weer positieve dingen uit voortgekomen. Als je zo ver komt, dan zegt criterium 5 dat je Hitler moet accepteren als hebbende een openbaring van God. Maar dan kom ik tot een absurditeit.

Hr. van de Land: Degene die deze visie heeft zegt alleen maar dat er over de historie geen absolute oordelen te vellen zijn. Over 100 jaar denken de mensen misschien heel anders over onze eeuw omdat ze er dan van een afstand over kunnen uitkijken, terwijl wij er midden in zitten. Ik wil alleen maar zeggen dat mensen met een christelijke achtergrond niet overtuigd zullen worden door criterium 5.

Hr. van Meurs: Als je ergens in zit, in wat voor -isme dan ook, dan kom je er niet meer uit, tenzij door een wonder. Maar mensen die toeschouwer zijn, die zullen toch wel wat zien in dit criterium?

Hr. v.d.Land: Het zwakke van die stelling is dat hij uitgaat van het feit dat je een gangbare mening kunt gebruiken om het relativisme te bestrijden. Maar dan kom je in een vicieuze cirkel terecht.

Hr. van Meurs: Psalm 11 zegt: Wanneer de fundamenten der aarde zijn ontwricht, wat kan de rechtvaardige dan nog doen? Dan is geen enkel argument nog bruikbaar. Maar zolang die fundamenten der aarde door Gods genade nog in stand gehouden worden, zolang er nog normen en waarden erkend worden, kan ik daaraan ook refereren. Dat zegt criterium 5 in feite. Ik verdedig dat, want het is te gemakkelijk om dat zomaar af te wijzen.

Ds.de Nooy: Weet je wat Netland hier doet? Hij gebruikt relatieve maatstaven, die gekoppeld zijn aan tijd en cultuur. Die zijn niet absoluut, maar hij gebruikt ze wel als zodanig.

Hr. van Meurs: Met het criterium over de logica heb ik meer moeite. Als de leerlingen van Jezus niet in staat zijn demonen uit te drijven, dan zegt Jezus: "Gij ongelovig geslacht". Een tijdje later lukt het die leerlingen wel, en dan zegt Jezus: "Wees hierover niet blij, maar verheug je erover dat jullie namen staan opgetekend in het boek des levens". Hier staat hebreeuwse logica tegenover griekse logica, en de hebreeuwse logica is wel een dimensie meer.

Hr. v.d.Land: Zo zitten er in al deze criteria zwakke punten, ik weet niet of dit een goede basis voor een discussie is.

Hr.v.Dijl: Dat is het probleem. Je mag de kwestie niet wetenschappelijk aanpakken. Je zit met griekse, hebreeuwse en westerse logica. Mijn vraag is: wat zouden de criteria van Jezus zijn geweest? Dat zouden in Zijn tijd wel eens heel andere kunnen zijn geweest dan de thans gangbare. Wat echt telt, wat de basis is voor een christen, dat is de persoonlijke relatie met Jezus Christus. Je weet pas wat waarheid is als je die ontmoeting met Jezus hebt gehad.

Hr.Zuidema: Maar Hij haalde Zijn criteria altijd uit het Oude Testament. Zijn denken was consistent (duurzaam, vast, samenhangend), maar totaal anders dan het griekse of westerse denken. Het joodse denken is heel anders.

Hr.v.Leeuwen: Daarom is het jammer dat Netland in zijn rijtje godsdiensten het Jodendom niet heeft opgenomen. Dat is een manco van dit boek.

Hr. van Meurs: Er staat geschreven: "De geestelijke mens beoordeelt alle dingen, zelf echter wordt hij door niemand beoordeeld (1 Cor.2, 15)". En de geestelijke mens, dat is de mens die Jezus heeft aangenomen als zijn Heer en Verlosser, die vervuld is van Zijn Heilige Geest, de mens die "een nieuwe schepping is. Die mens kan beoordelen wat waar en niet waar is in andere godsdiensten. Dat wil zeggen: als ik als christen sterk sta, dan kan ik de psychische entiteit van al die godsdiensten gaan beschrijven, en iedere keer kan ik een leemte aanwijzen. Alles kan ik doorlichten. Elke verkeerde gedachte kan ik krijgsgevangen nemen onder de noemer van de geestelijke mens, want die heeft het denken van Christus. Dat lijkt mij het uiteindelijke criterium om de waarheid te toetsen.

Hr. v.d.Land: Paulus is steeds bezig om mensen te bekeren. En hij is bezig om een algemene discussie te voeren over de waarheidsvraag met mensen, die eigenlijk helemaal geen objectieve waarheid erkennen. We moeten in Paulus' woorden dus twee  aparte functies onderscheiden, en daar hebben we twee aparte criteria voor nodig. Als je verzeilt raakt in een discussie met andersdenkenden, waarbij je niet bij voorbaat kunt uitgaan van het bestaan van enige bijbelkennis bij de ander, dan moet je proberen te komen tot een algemene discussie over de waarheidsvraag. Zonder direct de bedoeling te hebben deze mensen te bekeren.

Hr. van Meurs: Ik geloof dat elke theologie uiteindelijk missiologisch gefundeerd moet zijn. Waar het grote ideaal van de verkondiging van Gods Koninkrijk en de missionaire bewogenheid zoals Paulus die had, verloren gaan, daar verval je in oeverloze algemeenheden die nergens toe leiden.

Hr.v.d.Land: Ik bedoel te zeggen dat je die wervingsgedachte er niet in het eerste gesprek zo duidelijk moet laten blijken, om de ander niet af te schrikken.

Hr. van Meurs: Ja, wel, stiekem! Kan niet anders! Daar ben je christen voor.

Hr.v.d.Land: Stel u bent op een van die vele congressen met andere godsdiensten, die tegenwoordig mode zijn. Ik kan me niet voorstellen dat ik daar al die aanhangers van die andere godsdiensten zou oproepen om christen te worden.

Hr.Joosten: Ik denk dat je als christen de grote opdracht hebt om te getuigen van Christus. En dat het de taak is van de Heilige Geest om te overtuigen. Ik zou op zo'n congres dan ook niet onder stoelen of banken behoeven te steken dat Jezus Christus mijn Heer en Verlosser is. En of mensen dat nou aannemen of niet, dat is niet mijn zorg maar God's zorg.

Hr.v.Dijl: Ik heb de laatste tijd bijzonder zegenrijk mogen evangeliseren, dat is werkelijk geweldig om mee te maken. De laatste, die tot geloof kwam, was mijn eigen oudste kind. En dat gebeurde toen wij met vakantie waren. Begrijpen jullie wat ik daarmee wil zeggen? Mijn eigen bijdrage daaraan was nihil! het was helemaal het werk van God! Je staat er bij en je kijkt ernaar; het is een wonder van Hem!

Mw.Kraan: Maar u bent door uw levenshouding en overtuiging wel een kanaal van God geweest.

Hr.v.Dijl: Jawel, maar ik denk dat ik mijn eigen betrokkenheid in dit geval wel kan relativeren.

Hr.Joosten: Dat is de keuze die God gemaakt heeft: dat Zijn Koninkrijk op aarde verkondigd zal worden met behulp van zwakke mensen. Maar Hij moet het tenslotte Zelf realiseren.

Hr. van Meurs: In dit licht valt de positie van een christen-filosoof nauwelijks te overschatten. Een schrijver als Netland, die zich van de verkeerde ideeën van zijn leraar heeft losgeworsteld, en die dan ook nog met criteria voor de waarheidsvraag voor de dag komt, dat is nogal wat! Je hebt een behoorlijke intellectuele verantwoordelijkheid als je een goed stel hersens hebt. Ik heb nog geen commentaar gehoord op criterium vier, over het antwoord op de grote levensvragen.

Hr.v.d.Land: Ook dit is een punt waar je in een discussie geen meter verder mee komt. De Islam bijvoorbeeld is ontzettend star, die mensen komen nooit tot een westerse situatie. Dan zeggen wij: dat ligt aan de Islam. Maar de islamieten zeggen: dat is jullie westerse visie; kijk eens naar al die ellende die jullie hebben. En dan hebben ze nog gelijk ook. Dit vierde criterium is subjectief. Want wat is adequaat? Wat ik adequaat vind! Als ik een samenleving, die ik met mijn religie heb gecreëerd, goed vind (en natuurlijk vind ik die goed!), dan kan ik niet door aanhangers van een andere religie of levensbeschouwing ervan worden overtuigd dat mijn antwoorden op de levensvragen niet zouden deugen. Het is goed geprobeerd van de schrijver, maar in een discussie kom je er niet ver mee.

Hr.Kuizenga: Het gaat Netland er om te bewijzen dat er een objectieve waarheid bestaat. Het gaat hem niet in de eerste plaats om ervaringen, hoewel die wel een rol spelen. Hij gelooft in de waarheid. Algemeen gesteld zegt hij dat een religie of levensbeschouwing, die geen antwoord weet te geven op de grote levensvragen, op z'n minst verdacht is.

Hr.v.d.Land: Als je het Christendom gaat bekijken met de ogen van een niet-christen, dan zal die zeggen dat er na 2000 jaar Christendom maar bitter weinig is bereikt. Voor hem is het Christendom dus ook verdacht, want het heeft geen oplossing gebracht voor vraagstukken over oorlog en armoede.

Hr.Kuizenga: Het Christendom heeft andere, unieke elementen, waardoor het in de veelheid van religies er uit springt. Uniek is bijvoorbeeld de God die liefde is, de vergeving van zonden, en de opstanding uit de dood. Dat soort elementen moet je ook in de beschouwing betrekken.

Ds.de Nooy: Die discussie, die we net hebben gehad, en die beschrijving van al die verschillen en overeenkomsten tussen de godsdiensten, heeft ook nog een pastoraal aspect. Want binnen de gevestigde Kerken zijn veel kerkleden, die zich ook afvragen: wat is nou toch het verschil tussen mijn christelijk geloof en de moslim? Aanbidden wij nou dezelfde God? Als ik in Arabie zou zijn geboren, dan zou ik nu een moslim zijn geweest. Veel gelovigen worstelen met dit soort vragen. En ze willen weten: waarin is mijn christelijk geloof nou beter dan die andere religies? Of is het allemaal één pot nat?

Dr.Zuidema: Zou je dan niet kunnen wijzen op wat er op dit moment gebeurt in Hebron? Daar zegt Rabin: Ik sluit geen vrede met mijn vrienden, ik sluit vrede met mijn vijanden. Ik geloof dat de moslims en de joden daar, die huizenhoog tegenover elkaar staan, dichter staan bij het antwoord op uw vraag dan de christenen. Want zij erkennen dat zij beide zonen van Abraham zijn; Ismaël heeft ook een zegen gekregen. Je kunt zeggen: wat stom van Abraham dat hij zo nodig die Hagar moest hebben; dat had hij beter niet kunnen doen. Maar wij kunnen ervan leren zoals zij daar in Hebron hun problemen oplossen. De Bijbel staat vol van vergissingen van mensen, en toch gaat God met dat volk Zijn weg.

Nog zo'n kwestie: Moeten wij in Bosnië de moslims verdedigen? Je ziet daar de culturen en de godsdiensten, rooms katholiek en Grieks katholiek, op een ongelooflijke manier op elkaar botsen. Dat zijn de onbetaalde rekeningen van de geschiedenis, waar wij nog de lasten van moeten dragen.

Ds.de Nooy: Dezelfde heftige botsingen vind je ook in India tussen moslims en hindoes.

Pastoor v.Duin: Ik heb wel eens gesprekken met mensen van andere religies. En deze mensen zijn ervan onder de indruk dat wij een verzoeningsgodsdienst hebben. Dat God de mens met zich verzoent. Dat is iets wat anderen niet hebben.

Ds.de Nooy: Dat zijn inderdaad punten die je in een pastoraal gesprek naar voren kunt brengen, om je eigen mensen te bemoedigen. Maar ik ben het ook van harte eens met die opmerking dat het de Heilige Geest van God is die de mensen moet overtuigen van zonde en van waarheid. Dus die hele rationele discussie van vanmorgen gaat eigenlijk maar op tot een bepaald niveau. Want die laatste stap, het overtuigen, dat is het werk van de Heilige Geest.

Hr.Joosten: Dat is nou wat mij zo boeit in het Christendom, en daarom heb ik daarvoor een bewuste keuze gemaakt: het Christendom is de enige godsdienst die de vergeving van zonden kent. Het is de enige godsdienst die de genade kent, de enige godsdienst met een God die liefde is. Als je ziet hoe de mensen in al die andere religies bezig moeten zijn met hun karma, met hun zelfverlossing, om de toorn der goden af te wenden, om te boeten voor fouten, zelfs voor fouten in een vorig leven, wat hebben wij het dan eigenlijk gemakkelijk! De verlossing wordt ons aangeboden, gratis! Het heeft God wel heel veel gekost om dat voor ieder van ons mogelijk te maken, we mogen het kruis nooit vergeten. Maar voor onze verlossing hoeven wij niet meer krom te liggen. Wij mogen leven als verloste mensen, dankbaar jegens onze liefdevolle Vader in de hemel. Dat is toch een heel ander leven dan dat onder de knoet van de afgoden....

Hr. van Meurs: Het Christendom kent sinds de Hemelvaart van Jezus Christus geen heilige plaatsen meer. Elke heilige plaats geeft alleen maar aanleiding tot weer een heilige oorlog. Het leidt alleen maar tot verwarring met het hemelse heil als wij hier op aarde ook nog heilige plaatsen hebben. Dat zijn struikelblokken, haken die blijven vastzitten.

Hr.v.d.Land: Mensen hebben er toch behoefte aan om het heil te lokaliseren. Men wil het niet alleen weten, maar ook tastbaar hebben. Dat zit in onze aard. Maar Jezus maakt al een eind aan dat localiseren. Als men Hem vraagt waar de juiste plaats is om te aanbidden, op de berg Gerazim of op Sion, dan zegt Hij, dat dat helemaal niet van belang is.

Hr.Joosten: Als je vraagt: wat is waarheid, dan kun je daar eindeloos over bezig zijn. Maar ik denk dat het veel belangrijker is om je af te vragen: wanneer BEN je waar? Je bent waar als je doet wat je zegt. Als je (als Kerken) zegt dat je de liefde verkondigt, maar je vecht elkaar intussen de keet uit, dan ben je niet meer wáár, en dan lopen je mensen weg. Dat betekent dat je een andere vraag moet stellen. Als je 5 godsdiensten op een rij zet, moet je dan vragen: welke is de ware religie? Is het niet beter om je af te vragen: welke mensen DOEN de waarheid? Dan krijg je waarschijnlijk een scheiding die dwars door al die religies heen loopt.

Mw.Joosten: Als er sprake is van God, hoe kan dat dan on-persoonlijk zijn? On-persoonlijk betekent dat je geen identiteit hebt. Dan kun je nooit God zijn. Als je God bent, dan BEN je. Zo is Gods naam ook: IK BEN. Jezus zegt: Ik BEN de waarheid. Waarheid is dus niet iets, maar Iemand. En wel Hij, die in alles wáár gebleken is.

Pater Amedeus: Mijn geloof is niet een of andere theologie of filosofie, het IS Jezus Christus. Hij houd van ieder van ons. In de hoop dat wij ons hart zullen openen voor Hem, en Hem zullen gaan liefhebben. Dat is de kern van het geloof: de persoon van Jezus Christus. 

Hr.v.Leeuwen: Ik heb nog een vraag voor de spreker van vanmorgen: Uw betoog, is dat een uittreksel uit dat boek, of is het uw eigen mening óver dat boek?

Hr.Kuizenga: Ik heb objectiviteit betracht. Wel ga ik uit van de gedachte dat niet alle godsdiensten tegelijk waar kunnen zijn. Er is maar één ware God, zoals ook blijkt uit dat verhaal van Elia. Er blijken ook veel mensen achter een aantal afgoden aan te lopen. Dat ervaar ik als pijnlijk, dat brengt scheiding met zich mee.

Hr.v.Leeuwen: Met name heb ik moeite met nogal wat absolute uitspraken in uw verhaal. Ik ben het volstrekt eens met de ieder die zegt dat Jezus de weg is, en de waarheid en het leven. Maar de vraag "Wat is waarheid" dient volgens mij te worden gesplitst in Waarheid met een hoofdletter, en waarheid met een kleine letter.

Die uitspraak van Jezus is de ulitieme Waarheid (met een hoofdletter). Waarheid met een kleine letter zou ik willen omschrijven als datgene, wat wij als waar ervaren. Dat valt echter niet altijd samen met die Waarheid met een hoofdletter. We kunnen namelijk te maken hebben met deel-waarheden, of met gecorrupteerde waarheden. Met andere woorden: wij moeten heel voorzichtig zijn met absolute uitspraken. Want dan komen we op een niveau waar we ons niet meer kunnen verantwoorden.

Als wij in absolute bewoordingen gaan verkondigen dat wij de ware godsdienst hebben, dan nemen we nogal wat risico's. Want in naam van die absolute waarheid zijn er in de loop van de wereldgeschiedenis zoveel verschrikkelijkheden gebeurd. Dan kom je tegenover elkaar te staan. Verstandiger is het om te zeggen dat wij, door de Bijbel en door de H.Geest, iets hebben geleerd van die grote Waarheid.

Je kunt er voor jezelf van overtuigd zijn dat je de juiste keuze hebt gemaakt. Naar de ander toe kun je inderdaad weinig anders dan getuigen van die Waarheid. Ik heb dan ook bezwaren tegen té absolute uitspraken naar anderen toe.

Hr.Kuizenga: Maar als je zegt dat Jezus de Waarheid is, dan doe je toch ook een absolute uitspraak?

Hr.v.Leeuwen: Dan citeer ik de Bijbel, dat is geen probleem. Dat is niet de zaken relativeren. Maar in zoveel situaties in onze geschiedenis hebben mensen hun persoonlijke ervaring van de waarheid gebombardeerd tot dé Waarheid met een hoofdletter. Dat ging vaak ook gepaard met politieke belangen, kijk maar naar de Kruistochten, of naar de oorlog in Bosnië.

Pater Amedeus: Jezus zelf heeft zulke absolute uitspraken over zichzelf gedaan dat men dat tenslotte niet meer accepteerde. Dat heeft Hem het leven gekost.

Hr. van Meurs: De inzet van de hele discussie over de waarheid is de gedachte, dat er boven alle deelwaarheden van alle godsdiensten nog zoiets als een alles en allen overkoepelende, niet vlees-geworden 'Logos' zou bestaan. De Heer van Leeuwen ontkent dat er zo'n ultieme waarheid boven alle godsdiensten, dus ook niet boven Jezus Christus, zou bestaan. Indien er ooit zo'n 'Logos' zou hebben bestaan, dan is deze vlees en bloed geworden in Jezus Christus, in Hem lichamelijk. De volheid der godheid woont in Jezus Christus lichamelijk (Kolossenzen 2 vers 9).

Hr.Kuizenga: Ik ben het met de Heer v.Leeuwen eens: als je gelooft in de waarheid zoals jij die ervaart, dan kan dat leiden tot geweld, tot fundamentalisme, en in extreme gevallen zelfs tot uitroeiing van iedereen die anders denkt. Ik ben daar uiteraard geen voorstander van. Maar evenmin schuw ik de confrontatie, en voel ik mij verwant aan Elia.

Hr.v.Dijl: Als wij als christenen met de waarheid bezig zijn, dan weten we dat daarin de liefde jegens de ander besloten is. Dat voegt een heel andere dimensie toe aan de discussie. Dan ga je heel anders met elkaar om. Wie op een paard springt om in het heilig Land met het zwaard in de hand "de waarheid" te gaan verdedigen, wat verdedigt hij dan eigenlijk? Waarschijnlijk hooguit zijn eigen waarheid. Maar niet de Waarheid die Jezus heeft gebracht.

Hr.v.Leeuwen: Wij noemen de satan de vader van de leugen (Johannes 8, 44). Als je dan kijkt naar Genesis 3, de verleiding van Eva, dan worden daar een drietal problemen aan de orde gesteld. Waarbij de satan toch voor 80% de waarheid spreekt, de waarheid met een kleine letter. Daarom zeg ik dat wij heel voorzichtig moeten zijn met stellige uitspraken.

Pater Amedeus: De duivel ging en gaat nog altijd heel geraffineerd te werk.

Mw.Joosten: De duivel komt nooit met een hele leugen, want dan valt hij meteen door de mand. Hij mengt altijd elementen van waarheid in zijn uitspraken. Daarom is het zo moeilijk om hem te ontmaskeren.

Hr.v.Leeuwen: Dat is dan nňg een reden om ons wat meer bescheiden op te stellen. Dat betekent echter niet dat je getuigenis ondergraven wordt, integendeel.

Hr.Zuidema: Het zou de gelovigen ertoe kunnen brengen te erkennen, dat zij aan hun kant van de waarheid toch niet de wijsheid in pacht hebben. En dat wij de ander de ruimte moeten geven om de Heer te ontmoeten op een totaal andere manier dan de onze. Als boeddhist, als hindoeist kan een mens Jezus ontmoeten, en dat gebeurt op het ogenblik ook. Er zijn opvallend veel verhalen van ex-moslims, die getuigen dat zij Jezus hebben ontmoet in een droom. Wij moeten niet de Joden evangeliseren, dat is vreselijk dom. Dan maak je ze tégen. Een heel slimme rabbijn zei eens: Jullie moeten van ons houden. Dan komt het wel.

Hr.v.Leeuwen: Ik heb gekozen voor Christus, en ik denk ook dat dat het meeste juiste is. Maar dat wil niet zeggen dat in andere wereldgodsdiensten geen elementen van waarheid aanwezig zouden kunnen zijn. Wij kunnen zelfs veel van anderen leren.

Hr.Kuizenga: Dat staat ook met zoveel woorden in de encycliek "Nostra aetate". Dat klinkt al een stapje minder exclusief.

Hr. van Meurs: Blijft de vraag: is er boven alle godsdiensten een alles en allen overkoepelende waarheid. De één zegt nee, de ander, bijvoorbeeld New Age, zegt ja. Wat krijg je dan? Dat iedereen gaat zitten wachten op de vleeswording van dat principe. Dat wordt dan een figuur die inderdaad alles en iedereen in zich omvat, en die verkondigt: IK ben de nieuwe mens. Dan heb je de Antichrist te pakken.

Hr.v.Leeuwen: Wat ik bedoel te zeggen is dat wij de Waarheid met een hoofdletter slechts ten dele kennen.

Hr. van Meurs: Daarmee erken ik ook dat er boven de Persoon van Jezus Christus, boven het Evangelie, géén nog hogere, alles omvattende waarheid is. Dan erken ik dat ik in deze vleeswording van Jezus Christus geheiligd moet worden. En dat ik alleen samen met alle heiligen de grootte en diepte kan vatten die is in Christus. Dat is de hoogste waarheid die ik moet kennen. Daarom heb ik een heilige onrust over iedereen, die Christus niet als Heer erkent. Daarom kan ik het missiologische denken nooit afleggen.

Pater Amedeus: Ik denk dat we de hele eeuwigheid door nog zullen groeien in kennis van de waarheid, die in Christus is. Maar we zullen God nooit kunnen bevatten. Dat is de dynamiek van de eeuwigheid.

Mw.Kraan: Jezus is voor alle mensen gestorven, Hij wil dat alle mensen tot de kennis der waarheid komen. En in hoeverre zij daar deel aan hebben, dat is niet aan ons om te beoordelen. Wij zijn zo gelukkig dat wij de Heilige Schrift hebben, en daardoor wat meer kunnen weten. Maar wij hebben geen inzicht in het hoe en wanneer van Gods omgang met mensen in andere religies.

Ds.de Nooy: Toch moet ik denken aan een paar heel duidelijke verzen in Johannes 3, vers 16 en 18, waar duidelijk gesteld wordt dat ieder, die in Jezus gelooft, niet verloren zal gaan. Zulks in tegenstelling tot hen die niet geloven, die zijn reeds veroordeeld. Wij zijn pas kinderen van God als wij in Jezus Christus geloven.

Mw.Kraan: Dus als ik als moslim of als hindoe was geboren, en ik zou nooit van Jezus hebben gehoord, zou ik dan verloren gaan? Dat gaat in tegen mijn idee van Gods rechtvaardigheid.

Ds.de Nooy: Daarover staat in Romeinen 2 en 3 hoe God de heidenen oordeelt.

Hr. van Meurs: Lucas zegt ook dat God, met voorbijzien van de tijden der onwetendheid, thans verkondigt dat iedereen tot bekering moet komen (Handelingen 17, 30). Charles de Foucault was zeer onder de indruk van de toewijding van de moslims aan hun God. Hij voelde zich beschaamd. En hij vroeg zich af: waar is mijn toewijding aan mijn Heer? Een andere religie kan ons herinneren aan een grote leemte in ons geloofsleven, en leiden tot geloofsverdieping en missiologische bewogenheid.

Pater Amedeus: Liefde is de hoogste waarheid.
 


© Interkerkelijke werkgroep "Bijbel of New age" -  http://bijbelofnewage.info