Lezing en discussie over Zenboeddhisme
olv Bob van Dijk

 

 

Hr. Joosten: De reden, waarom dit onderwerp op de agenda is gezet, is gelegen in het verontrustende feit dat Zen in zoveel katholieke kloosters wordt gepraktiseerd. Een jaar of vijf geleden heb ik hierover een gesprek gehad met de abt van het klooster van de CisterciŽnzers in Zundert, Jeroen Witkamp. Hij vond dat yoga en zen in het klooster maar gewoon moest kunnen. Die politiek bleek echter ook binnen het klooster tot spanningen te leiden (Jan Bomans). Maar de monniken zijn gehoorzaamheid verschuldigd aan hun abt, en daarom komen die problemen niet zo naar buiten.

Hr. Maris: Het is desondanks toch heel triest dat dit soort mensen uitsterft. Het zijn zulke grote gebouwen, en dan zitten daar 4 of 5 stokoude mannen te bidden. Maar Pater Amedeus geniet evenmin de steun van zijn medebroeders waar het zijn bediening van exorcisme betreft.

Hr. Joosten: Terwijl de opdracht en de autoriteit om demonen er uit te gooien de eerste is die aan "de gelovigen (Marcus 16:17)" wordt gegeven.

Hr. Maris: Dat is in de loop van de kerkgeschiedenis ontspoord. Want hoe we ook ons best doen om Christus te volgen, we zijn ook allemaal op zoek naar controle. In een organisatie van mensen is dat kennelijk onvermijdelijk.

Hr. Joosten: In de Kerk als instituut is dat zo. Maar in de Kerk als geloofsgemeenschap zijn geen 'meesters': daar is iedereen gelijk. Daar zijn we allemaal kinderen van God 'in Christus'. Die beide 'gezichten' van kerk-zijn worden nogal eens met elkaar verward, en daardoor tobben we met zoveel misverstanden.

Hr. v.Dijk: Het hiŽrarchisch beginsel is echter ook Bijbels; je kunt het zelfs in de Drie-eenheid van God terugvinden. En kijk eens naar een leider als Mozes.

Hr. Maris: Het Bijbelse principe van hiŽrarchie is dat er nou juist niemand tussen mij en God staat of hoeft te staan. Priesters, voorgangers en dominees behoren niets anders te doen dan mensen de weg te wijzen naar die persoonlijke relatie met God. Als ze andere dingen doen dan zijn ze m.i. "werelds" bezig. Maar het is heel moeilijk om dat onderscheid duidelijk te maken.

Mw. Joosten: Als Jezus Zijn leerlingen aanbeveelt om niemand "meester" te noemen, dan bedoelt Hij daarmee dat wij niet in extase tegen een leider moeten opkijken.

Hr. Maris: Wat kerkelijke leiders ook mogen beweren: hun woorden en daden zullen getoetst moeten worden aan het Woord van God.

Hr. Guyt: Gelovige mensen kennen aan bepaalde personen een zeker gezag toe waar het gaat om de lopende zaken ordelijk te doen verlopen.

Hr. Maris: Juist. Maar zodra zo'n gezagsdrager jou gaat vertellen hoe jij dient te geloven, dan is ie verkeerd bezig. Voorgangers en priesters en dominees zouden zich zo langzamerhand wel eens mogen realiseren dat hun gelovigen volwassen en mondig geworden zijn.

Mw. Joosten: Dat is het doel van een Kerk of Gemeente: dat mensen opgroeien in hun geloof, en daarin tot volwassenheid komen! Om met hun talenten weer anderen op te voeden.

Mw. Postuma: Ik hecht waarde aan de wijding van priesters en bisschoppen, ik erken de Paus als Leider van de Katholieke Kerk. Daarmee ontken ik niet dat die mensen ook fouten kunnen maken, ook "werelds" gericht kunnen zijn. Dan oefenen ze hun functie niet uit naar behoren. En ik heb dan het recht en misschien wel een plicht om protest aan te tekenen.

Hr. Maris: Dat klopt zolang je die wijding blijft zien als een stukje structuur van het instituut, en niet als een geestelijke gave. De structuur geeft de mensen een stukje zekerheid en veiligheid. Maar als je gaat zeggen die deze of gene pater de stem van God vertegenwoordigt, dan zul je nooit de stem van God leren verstaan.

Hr. Joosten: De wijding tot ambtsdrager betekent gewoon dat die persoon zich wil toewijden aan het werk in de Kerk van Jezus Christus. Dat gaat gepaard met gebed om de gaven van de Heilige Geest voor die man of vrouw, in die bediening of in dat ambt. De wijding geeft geen enkel gezag om over mensen te heersen; de wijding is toewijding tot dienstbaarheid. En helaas is dat in die 20 eeuwen Christendom maar al te vaak misverstaan. Een boek als "De klokkenluider van de Notre Dame" spreekt op dit punt voor zichzelf. Je zult steeds terug moeten gaan naar het voorbeeld van Jezus, en naar het Boek Hande≠lingen om er weer achter te komen hoe een kerkelijk ambt behoort te worden uitgeoefend.

Hr. Maris: Ik denk dat het bij Augustinus fout is gegaan: voor hem was bouwen aan de Kerk hetzelfde als bouwen aan het Koninkrijk van God ("De stad Gods"). Zo oud is deze strijd. Zo bond hij de mensen met hun hart aan het kerkelijk instituut.

 

Hr. v.Dijk: Dan wil ik nu toch maar even wat vertellen over Zen.

Zen is het Japanse woord voor 'meditatie'. Zen is voortgekomen uit het Boeddhisme, en deze religie is in de 6de eeuw vůůr Christus ge≠sticht door Siddharta Gautama. Hij leefde in het gebied dat nu Nepal heet. Hij werd mysticus, en noemde zich de Boeddha (= de Verlichte). In de 6de eeuw na Christus is het Boeddhisme overge≠bracht naar China, daar vermengt met het TaoÔsme, en heet dan Zenboeddhisme. In de 12de eeuw vindt dit ingang in Japan.

Zen leert dat de mens zich moet richten naar de bewegingen van zijn natuur, zoals een bal elke beweging van het water meemaakt. Zen wijst de puur verstandelijke benadering van de werkelijkheid af. De mens moet 'leeg' worden; weten is weten dat men niet weet. "Wanneer de mens 'leeg' is, vind de kracht van het leven zijn weg in ons".

 

Zen werd populair in het Westen ten tijde van de hippiecultuur in de jaren '60. Ik heb me daar ook mee bezig gehouden. Zie lezing over Findhorn

Bepalend is je vertrekpunt op het geestelijke pad. Als je een religieus mens bent, op zoek naar de antwoorden op de grote levensvragen, en je weet niets van het Christendom, dan kan Zen je verder helpen dan wanneer je helemaal geen religie zou hebben.

Zenboeddhisten zijn mensen die nadenken, die observeren, die mediteren, die aan contemplatie doen, die zichzelf willen leren kennen. En die daarin een stap verder komen. Zen gaat over de synthese tussen Ratio en IntuÔtie. Als je over Zen gaat praten, dan praat je over mystiek.

Vanuit dat denken komt voor ons naar voren de vraag: wat is dan christelijke meditatie? En wat is christelijke mystiek? Als je Christus kent, en je gaat dan naar Zen kijken, dan komt het vooral over als een methode van observeren. Zenboeddhisten staan erg open voor de werke≠lijkheid van de dingen; ze vluchten niet weg uit de wereld. Door hun observaties worden de gewoonste dingen tot iets buitenge≠woons, en dat alleen leidt al tot "bewustzijnsverrui≠ming". Er gebeurt iets, wat de westerse mens niet kent, en wat aantrekke≠lijk is: je niet meer concentre≠ren op wat je bezig houdt in het dagelijks leven. Als zodanig is het een truc om tot rust te komen. En tot dan is er niks mis mee.

Maar dit denken kan ontsporen tot absurditeit en waanzin. Dan krijg je dezelfde effecten als bij House en drugs. Klap eens in je handen, en vraag dan: wat is het geluid van ťťn hand?

Hr. Maris: Eigenlijk is Zen niet uit te leggen, het is een 'zijn'. Je beleeft iets met elkaar. Hier hebben katholieken iets voor op protestanten: zij kunnen mystiek beleven. Zij ervaren het hele 'zijn' van de mens in het kruis van Christus. Dat is een openba≠ring, dat kun je niet navertellen, want dan ga je je verstand gebruiken. Het maakt je duidelijk: ik mag er zijn zoals ik ben, en jij zoals jij bent. Protestanten zijn vooral verbaal bezig, met het Woord, en met de verschillen in exegese.

Mw. Postuma: Vanuit deze uitleg kan ik beter begrijpen dat Zen in katholieke kloosters een warm onthaal heeft gekregen. Maar "wat heeft het licht te maken met de duisternis (2 Cor. 6, 14)"? Want Zen is mislei≠ding, het brengt je tenslotte in de duister≠nis. En dat komt bij elkaar in zo'n klooster....

Of mag je uit Zen de devotie, de toewijding, "het goede" selec≠teren, en dat ter verrij≠king toevoe≠gen aan je chris≠telijke mystiek? Want er staat ook geschreven: "Onder≠zoekt alle dingen, en behoud het goede (1 Tess. 5, 21)".

Hr. Maris: De hoogste vorm van Boeddhisme vinden we in Tibet. Dat zit geweldig knap in elkaar, dat is werkelijk fantastisch. Totdat je Jezus leert kennen: God Zelf die jouw zonden draagt, vernederd tot en met. Daarop is de christelijk devotie geŽnt. En al die andere geweldige ervaringen vallen hierbij in het niet. Leiden eigen≠lijk alleen maar van God af.

Hr. Joosten: Als ik kijk naar al die offers en moeite die mensen in het HindoeÔsme doen om hun goden te behagen, dan kan ik mij niet onttrekken aan de gedachte dat angst hier het belangrijkste motief is. Ik ben in een christelijke omgeving opgegroeid, en heb elders nimmer een beter antwoord op de grote levensvragen gekregen. Maar als je als hindoe of boeddhist opgroeit, dan ga je mee in die patronen van denken, dan loop je al die dwaallich≠ten achterna. Als zo iemand Christus leert kennen, dan is dat een ervaring van geweldige bevrijding, met name van die angst.

Hr. v.Dijk: Het heeft voor christenen daarom geen zin om aan contempla≠tie te gaan doen zoals Zen dat doet, omdat Zen de werkelijkheid bekijkt buiten God en Zijn Koninkrijk om.

Hr. Maris: Het Koninkrijk van God is woorden ťn daden. Het is preken, genezen van zieken en bevrijden van demonen. Zen kan geweldig nadenken, maar het komt niet tot daden, en dat heeft mij werkelijk geschokt.

Jezus deed niets tenzij Zijn Vader het Hem voordeed. Paulus deed niets als hij niet vooraf een visioen had gekregen. En wij doen op onze manier allerlei dingen, maar ons probleem is dat wij de stem van God niet weten te verstaan zoals Jezus en zoals Paulus. Daarom is er in de kerkgeschiedenis zoveel fout gegaan, en het is nog steeds tobben.

 

Hr. v.Dijk: Zen zoekt ook bevrijding, en men bereikt het daar via 'de leegte'. Zen wil de mens losmaken van datgene, waar hij aan vast zit. Dat gaat gepaard met illusie en manipulatie, en kan zelfs tot absurditeiten leiden.

Door het observeren en mediteren is Zen voor een aantal mensen een leidraad geworden, met een eigen cultuur. We vinden deze benaderingen met name in de sport en in de kunst.

Zen-inzichten ontstaan uitsluitend uit de individuele ervaring. Dat is tegelijk ook de armoede van Zen. Wij kunnen elkaar iets uitleggen en samen beleven. Maar als naar de japanners kijkt, dan zie je allemaal eilandjes: ze hebben elkaar niks te vertellen, ze hebben alleen hun eigen ervaringen.

Hr. Maris: Een groot verdriet maakt mensen ook stom. Dat zijn spirituele ervaringen waar ze geen woorden voor hebben. Dat gaat boven ons verstand uit, dat verlamt je als het ware. Aan de andere kant kun je evenzo sprakeloos zijn als je de liefde van God ervaart.

Hr. Joosten: In het christelijk denken is geen sprake van een tegenstelling tussen hart en verstand, maar van aanvulling. Er staat dan ook geschreven dat je "God moet liefhebben met heel je hart, met heel je ziel, met heel je verstand en uit geheel uw kracht (Marcus 12, 30)". De Bijbel is een eenheid, geloofwaardig, en zo logisch als wat. Zo is het ONmogelijk dat Jezus NIET uit de dood zou zijn opgestaan. Want Hij heeft de zonde weggenomen, en daarmee ook het gevolg van de zonde, de dood.

Hr. v.Dijk: Het blijft de vraag of iemand daardoor overtuigt raakt en tot geloof komt.

Hr. Joosten: Overtuigen is niet mijn zaak, dat doet de Heilige Geest. Het is onze opdracht om dit verhaal aan de wereld te vertellen.

Hr. Maris: Waardoor wordt de mens geregeerd: verstand of emotie? Ik moet constateren dat alles, wat jij hebt beredeneerd, opeens weg is wanneer er emotie in het spel is. Dat zie je overal om je heen voortdurend gebeuren. Eťn van de grootste emotionele verleidingen is de seks. Het is soms onbegrijpelijk om te zien hoe die nuchtere en zakelijke mannen in een seksuele relatie totaal verstandeloos zijn. Dat zie je ook in de Kerken, ook in Zen: als emotie erbij komt is je zaak verloren.

Aan de andere kant weet ik: onze emoties hebben wij gekregen van onze Schepper. Ze moeten op zichzelf dus goed zijn, maar kenne≠lijk gaan wij er niet altijd goed mee om.

Hr. Joosten: Zelfs de meest wijze man wordt een dwaas in de handen van een vrouw.

Hr. Maris: God Zelf is heel emotioneel: Hij is zů verliefd op de mens! Voor die mens heeft Hij Zijn Zoon gegeven, uit liefde.

Hr. v.Dijk: Wij als christenen kunnen het kwaad in de wereld verklaren omdat Gods tegenstander hier nog wat ruimte krijgt. Zen kan dat niet, omdat het geen sluitend rationeel denken is, dat een eenheid vormt. Zen is anti-intellectueel, irrationeel, en dat maakt het erg eng.

Hr. Guyt: Men wil niet meer alles rationeel willen beleven, en schiet vervolgens door naar het andere uiterste.

Hr. Maris: Het Tibetaans Boeddhisme heeft ontdekt dat wij het zelf zijn, die elkaar verraden. Hoe je ook mediteert: er zit in elke mens iets dat zů intens gemeen is... Kijk maar naar de concentratiekampen uit de oorlog: als de omstandigheden het toelaten wordt een eerzaam huisvader een beul. En de verlossing daaruit is er niet! Helaas! En juist op dat punt mogen wij Christus in ons midden kennen en volgen. Hij zegt: "Jongens, Ik hou van jullie! En al jullie zonden heb ik weggedragen"!

Hr. Guyt: En zo vaak beseffen wij nog niet bij benadering wat Jezus voor ons heeft gedaan.

Hr. v.Dijk: Voordat je tot besef of tot ruimer bewustzijn kunt komen, moet je eerst loskomen van jezelf. En dat wordt door Zen bewerkt. Boeddhisme heeft een groot respect voor het leven, voor de natuur, en dat aspect werkt natuurlijk ook mee om het in het Westen aan≠vaardbaar te maken. Op z'n best kan Zen voor ons de weg banen naar een dieper bewust≠zijn. Maar de rest, met name je bevrijding, moet je vervolgens zelf realiseren.

Zen maakt gebruikt van twee tegengestelde vormen van kennis: logica en intuÔtie.

* Ratio maakt gebruik van taal; de regels daarvan kunnen worden onderwezen.

* Dat is anders bij intuÔtieve kennis of gnosis. Deze ligt in ons onderbewustzijn verscholen en gaat woorden te boven. Dit intuÔtieve denken kan men niet leren, het is een persoonlijke ervaring, en die is niet overdraagbaar.

Zen is een manier om dit verborgen gedeelte van de mense≠lijke persoonlijkheid toch te bereiken. Een aantal technieken hiervoor zijn overgenomen uit het Boeddhisme, andere komen uit het TaoÔsme. De bedoeling van dit alles is de intuÔtieve verwerkelijking van dit ene, grote, allesomvattende inzicht: dat wij, en de wereld rondom ons, ťťn geheel vormen.

Hoe beleven wij, christenen, ons 'zijn' in de wereld? Ons leven is vaak zo gefragmenteerd, in stukjes opgedeeld. Hebben wij desondanks een bewustzijn dat wij leven 'in relatie met' anderen en met de wereld? Dat wij een onderdeel zijn van een groter geheel? Als wij ons altijd en overal in relatie weten tot God, dan is dat in feite ook een vorm van bewustzijn.

Mw. Postuma: Het werkt allemaal mee aan een patroon van 'er zijn'. Vaak zijn wij als christenen ons dat niet bewust, maar de kern daarin is God, die alles bij elkaar houdt. Het komt alle≠maal bij Hem vandaan, en keert allemaal tot Hem terug.

Hr. Maris: God heeft maar ťťn weg gegeven: Hij kan alleen maar met mij werken via het kruis. Dat is mijn ervaring. Bij Zijn doop in de Jordaan zei God: "Deze is Mijn Zoon, in wie al Mijn welbehagen is". Niets buiten Christus om kan God nog behagen. Zonder Christus besta ik niet meer.

Mw. Postuma: Als wij allemaal 'in Christus' zijn, dan zijn we toch ook met elkaar verbonden.

Hr. v.Dijk: Dan krijgen we een discussie over "Hoe beleven wij het doel van het christelijk leven". Het kruis, jazeker, maar we leven nog steeds in een gebroken wereld. Ons perspectief, onze realiteit, is deze aarde. Hier ligt ons scheppingsmandaat.

Hr. Maris: Maar deze wereld zal vergaan.

Hr. v.Dijk: Je hebt gelijk, en je hebt niet gelijk. We hebben hier ook een taak.

Hr. Guyt: Het kruis is ook iets dat dwars door je eigen leven heen gaat. Het bewerkt dat de oude mens in jou afsterft, en er komt een nieuwe mens 'in Christus' voor in de plaats.

Hr. Maris: Johannes de Doper zegt: "Ik moet minder worden, Hij moet meer worden (Johannes 3, 30)". Dat is onze strijd tegen 'het vlees', en dat is moeilijk. De chaos, waar Zen aan raakt door 'leeg' te willen worden, is in wezen een waarheid. Want die dikke IK in mij, die moet inderdaad verdwijnen. Als ik meer op Jezus ga lijken, dan vervul ik wat God wil.

Het wezenlijke in mij wordt pas goddelijk als God in mij Christus ziet. De 'leegte' van Zen voldoet daarom niet en leidt nergens naar toe; buiten Christus om is de vernietiging.

Hr. v.Dijk: Krijg je door het aannemen van Christus dan ook een ander bewustzijn?

Hr. Maris: Ik kan alleen maar zeggen dat ik, uit pure liefde, op de meest onverwachte momenten opeens doe wat God wil.

Hr. Joosten: "Niet meer ik leef, maar Christus leeft door mij".

Mw. Joosten: "Wordt hervormd door de vernieuwing van uw denken (Romeinen 12, 2). Je word een nieuwe schepping.

Mw. Postuma: In zekere zin is Zen ook bevrijding. Want je komt er binnen, belast en beladen met al die dingen van de wereld. Dat is je teveel geworden, en dat moet worden opgeruimd.

En in de stilte komen die vragen: wie ben ik, waar ben ik mee bezig, wat gebeurt er met mij? Zen is nogal streng op dit punt. Het zegt: zitten! Stop met al je activiteiten! Ga tot in het absurde stilzitten. Word je bewust van jezelf. Luister naar het kloppen van je eigen hart. Dan wordt een transformatie mogelijk. En wij, christenen, doen in ons gebed eigenlijk hetzelfde. We kunnen alleen bij God komen als we onze overbodige ballast overboord gooien. We kunnen Gods stem alleen verstaan als we zelf stil worden. Met Hem kun je afrekenen met je verleden, met je problemen, met je zorgen. Als je dat tot in perfectie be≠heerst, dan zul je komen tot evenwicht en harmonie, tot vrede met jezelf.

Hr. Maris: Het wezen "mens" is tot veel in staat, dat moet je niet onderschatten. Als je weken en weken stil kunt zijn, dan gebeurt er ongetwijfeld wat met je.

Ons grote probleem is dat wij geestelijk zijn, maar niets weten van geestelijke zaken. We zijn kwetsbaar. Maar de hemel gaat open als iemand jou gewoon vertelt hoe uniek jij bent voor God. Hij heeft jou geschapen, Hij heeft jou gewenst, Hij houdt van je. In Zijn handen ben je veilig.

Mw. Postuma: Als je in gebed bent, dan ben je in gesprek met God, in samenspraak.

Hr. Joosten: Op dat punt is Zen een monoloog met jezelf.

Maar je zei daarnet iets wat mij verontrust: je krijgt evenwicht en harmonie in je leven als je dat stil zijn voor God tot in de perfectie beheerst. Wanneer weet je dat je op dat punt bent?

Dan heb ik veel liever Christus, die zegt: Je mag komen zoals je bent. Onvolmaakt als je bent. God eist van ons geen perfectie. Zijn genade is ons genoeg. Als je eerst jezelf tot een bepaalde graad van perfectie moet optillen, dan ben je er nooit mee klaar. Dan heb je ook nooit de zekerheid, die het bijbels geloof ieder als ťťn van zijn vruchten geeft.

Hr. v.Dijk: Als er bij mij iemand komt, vol met problemen, en die persoon wil daar verandering in aanbrengen, dan moet je toch zeggen: Stop! Zet je leven stil! Je mag dan wel zo onvolmaakt zijn zoals je bent, maar je hebt toch heel wat op te ruimen en in orde te maken. En wat is daarvoor nodig?

Hr. Maris: Dat vind ik moeilijk: je leven stopzetten. We zijn allemaal op zoek naar die harmonie en die vrede, naar die parel en die schat (MattheŁs 13). En we hebben allemaal respect voor elkaar. Maar wat is voor mij die schat? Sommige mensen hebben 'iets' waarvan ik zeg: dat wil ik ook! Er ontstaat een verlangen. En dan ga je op zoek. Maar je kunt niet iemand voorschrijven om zijn of haar leven stop te zetten. Je kunt dat hooguit adviseren. Of, veel beter, die andere manier van leven en geloven zelf vůůrleven. Zodat het de ander uitnodigt om te volgen, op zijn of haar manier.

Hr. v.Dijk: Misschien moet ik zeggen: als je chaos en ontreddering in je eigen leven aantreft, dan is het aan te bevelen dat je jezelf even parkeert. Soms overkomt je dat: als je een been breekt of ziek wordt. Dan moet je wel stoppen.

Hr. Maris: Ik kom uit een kerkelijke omgeving waar alleen maar wordt geroepen: jij bent fout, jij deugt niet, jij bent zondig! Dat werkt niet, daarin is geen schat of parel te ontdekken. Zo kun je Jezus nooit ontmoeten!

Mw. Joosten: Het verhaal van ZacheŁs is in dit verband verhelderend. Niemand mocht hem, niemand wou hem een plek geven. Maar omdat hij Jezus wilde zien klom hij in een boom. En Jezus roept hem naar beneden, want Hij wil die dag bij hem eten. En ZacheŁs haast zich naar huis om alles te regelen.

Als Jezus dan bij hem komt, dan houdt Hij geen donderpreek. Hij komt niet met een lijst van mensen die ZacheŁs als belastingambtenaar allemaal getild heeft. Maar wat zegt ZacheŁs spontaan: "Alles, wat ik anderen heb afgenomen, zal ik hen teruggeven"!

Hij had Jezus ontmoet, en dat veranderde zijn leven totaal. Jezus en ZacheŁs zijn in dit verhaal de enige blije mensen. Alle andere omstanders waren alleen maar kwaad. Ook dat is een gegeven om als Kerken eens bij stil te staan.

Hr. v. Dijk: Waar Jezus komt worden de dingen op hun kop gezet.

Jezus helpt mensen om hun situatie te overzien, om er als het ware vanuit een helikopter van bovenaf naar te kijken. In het bos verdwaal je, maar als je erboven hangt kun je zien in welke richting een uitweg gevonden kan worden.

Zen wil datzelfde bereiken door de drukte van het leven vanaf de zijlijn te gaan observeren. Een gebed als samenspraak kent het Boeddhisme niet. Er is alleen jijzelf, en dan kom je ook heel anders uit. Dan komt die dimensie van 'leegte' naar voren. En je ervaart mis≠schien een euforisch gevoel als ook die 'leegte' jou niet meer raakt.

Hr. Maris: Dat kent het Christendom ook: als je eenmaal in de gaten hebt dat het doel van Christus is om ons in alle eeuwigheid bij Hem te hebben, dan kijk je anders aan tegen de proble≠men hier op aarde. Dan ga je heel anders leven. Dan krijg je respect voor andere mensen. Zoals Moeder Teresa van Calcutta zei: "In ieder≠een zie ik God". Dat is een ontdekking. Dan ga je meer ontspannen om met je eigen moeilijkheden. En sterven is dan niet meer het absolute einde.

Hr. v.Dijk: Als je vrij bent, als christen door Christus, of in Zen door de 'leegte', dan ervaar je al het andere als relatief.

Hr. Maris: Maar dan kun je ook doorslaan, en zeggen: er is geen doel en er is geen nut. Maar het Christendom zegt dat je juist 'in Christus' tot het doel van je leven komt. Want dan staat de kracht van de hemel achter je, ongeacht of je dat nou ervaart of niet.

Zen zegt: als je in de 'leegte' vrij geworden bent, dan sta je boven goed en kwaad. Dat lijkt bijna iets heiligs, maar het is een illusie. Als mens sta je nooit boven goed en kwaad. Wij hebben gegeten van de "Boom van kennis van goed en kwaad", maar God heeft ons ervan weerhouden om te eten van de "Boom des levens (Genesis 3, 22)". Dat mogen de gelovigen pas in Openba≠ring 22, 14.

Ik ga ervan uit dat wij allemaal heel integer op zoek zijn naar de waarheid. En ik mag hopen dat veel mensen die schat in de akker echt zullen vinden. Ook new-agers zijn schatten van lui, allemaal op zoek. En als wij, als christenen, alleen maar stenen voor brood leveren; als wij niet kunnen laten zien wie Christus is, dan zijn WIJ schuldig. Dan zijn WIJ het die dwalen.

Hr. Joosten: Als wij die zoekende mensen niet meer weten te geven dan een kerkelijk instituut met alweer regeltjes (dit mag je wel, dat mag je niet), dan bereiken we de mensen niet. Als onze kerken leeg zijn, dan zou dat een levensgroot teken aan de wand moeten zijn. De wereld kijkt reikhalzend uit naar het openbaar worden van de kinderen Gods, mensen zoeken levende voorbeelden van echt christelijk leven, zoals een Moeder Teresa. Zij heeft een geweldige betekenis, zij geeft het geloof handen en voeten. In die kleine dienstbaarheid aan anderen kun je geweldig groot zijn.

Hr. v.Dijk: Dat is de ontdekking van de mensen in Zen, die door die 'leegte' zijn heengegaan, en die dat ene euforische moment van inzicht hebben ervaren. Om daarna te ontdekken dat er niets te realiseren is.

Hr. Guyt: In de stilte ontmoeten wij God, als "de Ander". Dan heb je je Partner gevonden, en dan is er eenheid. Maar als er geen "Ander" is, dan blijft er leegte, eeuwige eenzaamheid.

Hr. Maris: Juist omdat wij Christus als "de Ander" kennen, daarom heeft het leven zin en doel. Dat vind je op geen enkele andere manier.

Hr. v.Dijk: Wat je in Zen met al dat observeren toch bereikt is, dat er een uitbreiding komt van je bewustzijn. Je hebt iets echt 'gezien' en er niet alleen maar naar gekeken. Je hebt iets echt doorleefd. Als het overbodig is om gehecht te zijn aan iets, dan ontstaat er een gevoel van vrijheid. Dat weet Zen wel te bereiken. Dat is, menselijk gezien, een winst.

Hr. Maris: Mensen in de Islam hebben heus wel respect voor ons, christenen. Hun probleem is: waarom moet jullie redding nou komen door dat bloed? Bloed is een symbool van onreinheid in de Bijbel, hoe kan dat nou tot redding zijn?

Dan zeg ik: dat bloed van Christus staat symbool voor mijn onreinheid.

En kijk ook eens naar dat verhaal van de koperen slang van Mozes. Een slang is een onrein dier, daar mocht je nog niet eens naar kijken. En in de Wet staat ook nog dat je van niets een gesneden beeld mag maken. Maar Mozes moest een koperen slang maken en die op een paal hangen. En IsraŽl moest daarnaar opzien om te leven. Zo tegenstrijdig en onbijbels als maar kan!

Ik zie hierin een parallel met de mensen die aan Zen doen. Ook zij zijn allemaal op zoek naar redding. En ze vinden ook wel wat. Maar het Christendom, die voor hen onmogelijke manier, is veel effectiever.

Mw. Postuma: De uitgangspunten van Zen zijn niet slecht, maar je komt op den duur in een situatie waarbij je over grenzen heen gaat. Dan zie je de dingen, maar het raakt je niet, en het doet je niets meer. Het is een toestand van zien vanuit een soort hypnotische verdoving. Het is alsof je hart is afge≠sloten, en koud. Alsof je in een coma, een shocktoestand bent. Los van de werkelijkheid, als een soort zombie. Een sluier van grauwheid over alles heen. Geestelijk gezien dood zijn.

Die ervaring heb ik 20 jaar gehad. Zen maakt alle emoties, en tenslotte het menszijn zelf, kapot. Dat is het zieke van Zen, een nachtmerrie, ik heb dat aan den lijve ondervonden. Een geestelijke strijd wordt in en rond mij uitgevochten, en ik merk dat nog dagelijks....

Als God je een inzicht geeft, als de Heilige Geest je weer leven geeft, dan word je met ontferming bewo≠gen. Dan leef je mee, en wil je er wat aan gaan doen. Als ik nu op tv de toestanden in Kosovo zie, dan dank ik God dat de tranen me over de wangen lopen. Want ik voel weer emotie! Ik kan weer spontaan zijn, ik kan weer boos zijn, en weer lachen!

Ik probeer nu weer terug te komen in de realiteit, en ik doe werk in het christelijk basisonderwijs. Ik vind dat moeilijk, omdat ik zie hoeveel boeddhistische invloeden er al in ons onderwijs zijn binnengedrongen.

Hr. v.Dijk: Ik weet daarvan. Ik ben zo onthecht geweest, dat ik nu nog vaak moet horen dat ik te weinig emotioneel betrokken ben bij mijn gezin.

Hr. Joosten: Dat doet me denken aan die tekst in Openbaring 3, 15-16: "Ik weet uw werken, dat gij noch koud zijt, noch heet. Waart gij maar koud of heet! Maar omdat gij lauw zijt zal Ik u uit Mijn mond spuwen". God neemt het je zeer kwalijk als je emotieloos bent, onverschillig.

Hr. Maris: Dat alles geeft je zo'n gevoel van machteloosheid. Maar als je je dat realiseert, als je dat gegeven als realiteit aanvaard, dan kom je bij Jezus op het absolute nulpunt. Jij kunt geen kind veranderen, maar Jezus kan dat wel. Jouw woorden kunnen over 10 jaar nog Zijn doel bereiken; jouw gebed kan na 40 jaar de eeuwige zaligheid van een mens worden. Geef het daarom niet op! Word niet wanhopig! God doet alle dingen meewerken ten goede. Vergeet nooit dat jouw naam gegrift staat in Zijn hand, en dat Hij je nooit zal loslaten! Hou dat vast! Dat is wat we nodig hebben om tegen elkaar te zeggen.

Mw. Joosten: Juist het feit dat jij word aangevallen in je gebed is het duidelijkste teken dat je de vijand gevoelige verliezen hebt toegebracht. Als jouw activiteiten ongevaarlijk zijn voor hem, dan zal hij niet reageren.

 

Hr. v.Dijk: Voor mensen die in Zen zitten is het van belang om zich zo neutraal mogelijk op te stellen. Afstandelijk. Met een ietwat neerbuigende houding jegens andersdenkenden. Want dat geeft bescherming. Men houdt zich zoveel mogelijk op de vlakte. Dat is de keerzijde van de oosterse vriendelijk≠heid. Hulp van anderen zal zoveel mogelijk worden afgewezen, omdat men zich daardoor kwetsbaar en afhankelijk voelt. Maar ook als de idealen van geluk en rijkdom ontbre≠ken aanvaardt men dat zonder meer, omdat men een grote waarde toekent aan het onthech≠ten. Zo kun je bewijzen dat je van menselijke bindingen verlost bent.

Zelfs in omstandigheden van pijn en verdriet zal de oosterling een glimlach op het gezicht hou≠den, om de eigen gevoelens maar niet naar buiten toe te hoeven tonen. Om de indruk te wekken dat men zichzelf en de situatie geheel onder controle heeft.

Mw. Joosten: Dit is de oosterling ten voeten uit. En het is zo tragisch.

Hr. Maris: Veel hiervan is ook van toepassing op sekten. Waarbij je je afvraagt waarom die mensen het niet doorzien. Ik ken een vrouwtje, dat zo op zoek was naar gemeenschap, dat ze zich alles liet welgevallen. Het is diezelfde hypnose als bij Zen. Die mensen willen wel los uit de macht van die autoritaire leider, maar ze kunnen niet.

Mw. Postuma: Dat vind je ook in de Antroposofie van Rudolf Steiner. Daar wil men de wil van de mens volledig breken en uitschakelen, om die mens daarna opnieuw te programmeren. Er wordt voor gewaarschuwd, maar niemand die dat serieus neemt.

Hr. Maris: En dat vind je ook weer terug in de leiding van sommige geloofsgemeenschappen: de mensen worden meegenomen in een of andere emotionele toestand. Bewust of onbewust: leiders manipuleren, of maken misbruik van hun charisma.

Andere geloofs≠gemeenschappen kenmerken zich door een gigantische liefdeloos≠heid, en jagen hun mensen naar New-Age; Aleid Schilder is daarvan een voorbeeld. Maar op het moment dat ze die schat vinden, zien ze ook wat er allemaal fout is. Een schitterend recent voorbeeld daarvan is de theologe Eta Lindemann. Zij heeft eerst boeken geschreven om van God een mythologisch figuur te maken. Maar in de opwekking op Timor is zij tot geloof gekomen. Nu schrijft ze boeken tegen haar eerdere boeken, en ze heeft overal haar excuses aangeboden voor het verspreiden van een verkeerde leer. En dat ze het allemaal uit haar duim gezogen had. Juist daar waar het spectaculaire ont≠breekt, daar is het echt. Juist als je je machteloos voelt, en wanhopig, dan ben je dicht bij Jezus. We kunnen elkaar echt alleen maar 'in Christus' vinden.

 

Hr. Maris: Ik zou iedereen toch nog eens op het hart willen drukken om te bidden om het onderscheiden van geesten. Je maakt soms dingen mee op bijeenkomsten, waarbij mensen door een sfeertje worden meegezogen, terwijl het gebeuren bijbels gezien van geen kant klopt. Het geheel komt dan heel dicht bij een New-Age-gebeuren. Als we niet oppassen worden zelfs de heiligen Gods door deze toestanden op het verkeerde been gezet (Matheus 24, 24).

Hr. Guyt: Christenen kunnen met de beste bedoelingen wel dege≠lijk fouten maken. De duivel is zů gemeen.

Hr. Maris: Hij is de Engel des Lichts en hij is de verscheurende leeuw, en dat moet je weten te onderscheiden. Dat dienen we te leren van de Heilige Geest. Anders word je niet geleid naar de grazige weiden van Psalm 23, maar dan krijg je de toestand van de Kerken zoals die beschreven staat in EzechiŽl 34: over de herders die zichzelf weiden.

En je kunt het de mensen niet eens kwalijk nemen dat ze in de val lopen, want ze zijn hongerig en dorstig, ze zijn geestelijk beschadigd door het leven. En ze zoeken bijna wanho≠pig naar de genade van God.

Daarom vind ik de Sjaloom-diensten van Pater Amedeus zo'n verademing: dat is geen show, het gaat daar rustig toe, en God krijgt de eer. Daar is direct contact met God, en zo hoort het.

Jammer dat hij een eenling moet zijn in deze geweldige bediening; de Kerk zou vol moeten zitten met dit soort gelovige mensen.

Mw. Postuma: Maar als we nou eens met z'n allen de hemel zouden bestormen met onze gebeden.... zou er dan niet een heleboel kunnen veranderen?

Hr. Maris: Eťn gebed in zwakheid uitgesproken is krachtiger dan een massale bidstond. De wetten van het Koninkrijk van God zijn het omgekeerde van onze ervaringen. Als wij er met z'n allen tegenaan zouden gaan, dan is het ůnze kracht. Wie is de Almachtige? Dat is God. Hij zal reageren op onze gebeden, ongeacht of er 10.000 bidden of maar eentje. Dat maakt voor God niet uit.

Hr. Joosten: Niet de kwantiteit van onze gebeden is belangrijk, maar de kwaliteit. Het belangrijkste criterium voor mijzelf is de instelling van je hart. En ťťn oprechte opwelling vanuit je hart is meer waard dan 10.000 plichtmatig opgelezen gebeden.

Mw. Postuma: Maar in gebedsgroepen hoor je steeds dat roepen om mťťr bidders.

Mw. Joosten: Het is altijd goed om met elkaar te bidden. Maar God telt niet de koppen, en Hij laat Zich niet verbidden bij een bepaald aantal. Als jij oprecht voor God staat, dan heeft jouw gebed even≠veel kracht als dat van al die gebedsgroepen. Want God houd van jou, en Hij wil door jou gebeden worden.

Hr. Maris: Wij, in het Westen, zijn mensen van de massa, en van de eigen kracht. Wij zijn werkers, wij gaan er tegenaan, en we moeten altijd maar presteren! Ook in het geestelijke; de Mars voor Jezus heeft dat gevaar in zich.

Maar Jezus was maar alleen. En Hij heeft de hele wereld veran≠derd. En Hij wil dat wij meer en meer op Hem gaan lijken. Waar jij binnenkomt, daar komt Jezus binnen. Zo is dat bij God! Vanuit onszelf kunnen we niets doen, dat klopt. Maar Christus in mij kan alles! "Ik vermag alle dingen door Hem, die mij kracht geeft (Filippensen 4, 13)".

In Richteren 7 doet Gideon een oproep om te strijden tegen Midjan. En vele duizenden mannen gaven gehoor. Maar God zei: Stuur ze maar naar huis, want "... anders zou IsraŽl kunnen zeggen: mijn eigen hand heeft mij verlost (vers 3)"! Tot er nog maar zo'n 300 over waren, die zouden aantreden tegen een grote over≠macht. Maar "De Heer kan evengoed verlossen door weinigen als door velen (1 SamuŽl 14, 6)", en Gideon overwon.

God sprak "er zij licht", en er was licht. Zo machtig is Hij. En zo machtig ben jij 'in Christus'. Maar in dat alles zijn we van Hem afhankelijk, zoals Hij het was van Zijn hemelse Vader.

Dus dat gebed van jou, in alle stilte, bewerkt net zo veel als dat van 10.000 bidders. Het is bij Jezus echt zo: hoe minder wij doen, des te meer ruimte krijgt Hij. En daar hebben wij soms wat moeite mee. Want wij denken dat het aantal de macht bepaalt.

Natuurlijk is het geweldig als er 10 of 100 bidders bij elkaar komen. Want zij kunnen elkaar bemoedigen en steunen; samen bidden geeft ook een band. Maar zo gauw je gaat zeggen van: wij met z'n allen, wij zijn sterk, dan zit je fout. God opent deuren, en daar kun jij niets aan doen. En Hij sluit deuren, en daar kun jij ook niets aan doen. Heel frustrerend voor actieve mensen, maar ga er toch maar van uit dat God Zich niet vergist.

Hr. Joosten: Zo te kunnen geloven is aan de ene kant heel relaxed: wij zullen bidden, en dan gaat God het doen. En inder≠daad heb je soms de impressie: Ik sta er bij en ik kijk er naar hoe God bezig is!

Gewoonlijk ligt het toch iets anders: wij zullen zelf ook in beweging moeten komen, om te doen wat WIJ kunnen doen. Dan zal God doen wat wij NIET kunnen doen. Dat moet je dan ook niet willen proberen, want dat breekt je bij de handen af.

En dat is het moeilijke, dat is de spanning: het duurt soms veel langer dan jij had gewild voordat duidelijk wordt dat God al lang bezig is. Maar Hij forceert niemand, en is op dat punt afhankelijk van de keuzes, die mensen maken.

Mw. Joosten: En intussen staat die tegenstander van God in jouw oor te toeteren dat het toch allemaal zal mislukken. Om jou met zijn lawaai te ontmoedigen, te intimideren. Maar dat is het enige wat hij kan doen; hij kan de deuren, die God opent, niet sluiten. Hij kan het werk, dat God begint, niet tegenhouden. Hij kan jou niet roven uit Zijn hand (Johannes 10, 28-29). De duivel maakt wel veel kabaal, maar hij kan NIETS doen!

Hr. Maris: God wil jou gebruiken in Zijn Koninkrijk, en Hij wil je daar een taak geven, leuk werk, dat bij jou past. Als jij dat wilt, geef Hem dan de verlangens van je hart. Niet zelf ernaar gaan streven, maar weggeven, loslaten. Toen ik in 1969 Neil Armstrong op de maan zag lopen had ik zoiets als: met die man zou ik wel eens willen praten! Een jongensdroom! Maar later heb ik een tv-serie met hem mogen maken.

Hr. Maris: Waar ik zo langzamerhand erg nieuwsgierig naar geworden ben, dat is wat de Heer nou toch met Zijn Kerk van plan is. Ik denk dat de tijd dichterbij komt dat de Kerk heel anders wordt. Dat heeft vooral te maken met die ellendige zonde, die in de Kerken heerst: macht, macht en macht. Dat is de belangrijkste verleiding, waarvoor de Kerken zijn bezweken. Mensen willen controle, omdat ze bang zijn dat de zaak anders uit de hand zal lopen.

Mw. Joosten: In een beeld zag ik de Kerk als een oerdegelijk meubelstuk, niet kapot te krijgen. Maar het is hier en daar wat beschadigd, en de verf bladdert er af. En de vraag daarbij was: Wat moeten we ermee doen: opknappen of vervangen?

En de Heer zei: Zie, het oude is voorbij gegaan, en het nieuwe is gekomen. Het oude was ook van Mij, maar als er iets nieuws komt, moet het oude aan de kant. De inhoud van het meubel was er al uit gehaald. En er was ook een opdracht: "Versterk het overige, wat dreigt te sterven". Het is hard nodig om elkaar te bemoedigen.